Wetenschap - 11 januari 1996

De gravin en de tandem

De gravin en de tandem

Het intiem verhaal (1)

Eindelijk sprak de rector de verlossende woorden: En tenslotte, dames en heren, heb ik de eer U na deze zeer geslaagde conferentie namens het curatorium van de universiteit van Pavia en de burgemeester van deze prachtige stad uit te nodigen voor een souper in het voorvaderlijk kasteel van de graaf en de gravin Delastradia.

Om tien uur zou de gereserveerde bus naar Marcelinno di Delastradia vertrekken, er was gelukkig nog enige tijd om te herstellen van de urenlange slottoespraken van de Italiaanse rector, de conrector en de Franse Sorbonne-hoogleraar.

De meeste Nederlanders zochten, in gezelschap van een enkele verdwaalde Noor en de altijd aanwezige alcoholische Engelsman, de koelte van het terras aan de overkant op om nog te genieten van een vaderlands biertje. De Nederlandse wetenschappelijke dienstkleding: T-shirt, spijkerbroek, congrestasje en een trui die bescherming moest bieden tegen de mogelijke avondnevel, behoefde niet verwisseld te worden voor iets plechtigers. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Wijs geworden door vroegere ervaringen, begaf ik me in gezelschap van de Italianen, Fransen, Spanjaarden, Duitsers, Oostenrijkers en Belgen naar mijn hotel om me om te kleden en te verfrissen. Bier uit de mini-bar kon ik me met de dagvergoeding van de universiteit nog net veroorloven. Een blauw pak en een witte sjaal, een onmisbaar attribuut voor universitairen onder Maastricht, leken me voor deze avond wel geschikt te zijn. Ik had bij een vorige gelegenheid deze kleding met succes beproefd bij een Franse staatssecretaris voor gezinszaken, die mij wel champagne aanbood, maar de gevierde hooggeleerde Amsterdamse Elias-kenner oversloeg, omdat zij waarschijnlijk dacht met een verslaafde te maken te hebben, wat in zekere zin ook klopte. Of er meer dan champagne bij haar in zat weet ik niet, omdat ze door een gezinsstaking of zoiets voortijdig van de receptie verdween.

Na een tocht door de duisternis van de Povlakte stopte de bus voor een kasteel dat een Toscaanse variant van het Muiderslot bleek te zijn. De oprijlaan was met fakkels verlicht, een heer in Middeleeuws kostuum riep bij het betreden van de binnenplaats de namen van de gasten af. De ontvangst was buitengewoon, niet alleen waren vrijwel alle bekende alcoholische dranken en versnaperingen verkrijgbaar, ook schonk men zeldzame likeuren en levenselixers en bood men unieke chocolades aan. En het bedienend personeel was ook het bekijken waard. Na twee likeuren en drie bonbons leek het of elk moment Frederico Fellini en Anita Ekberg op set zouden verschijnen. Ik denk dat de derde likeur en wellicht ook de chocolade, maar vooral het boeiende gesprek met de mooie Griekse dat Fellini-gevoel versterkte. Hier op de binnenplaats was het ware leven begonnen. Wageningen was heel ver weg.

Het ontging mij dan ook dat de Nederlanders met de verdwaalde Noor en de meeste andere congresgangers inmiddels de grote zaal waren binnengedrongen. De hooggeleerde en alcoholische Engelsman had een fles gin weten te bemachtigen en schakelde zichzelf voor het diner vakkundig uit.

Nadat de binnenplaats door het gezelschap verlaten was realiseerden we ons, ik en de mooie Griekse, dat het nu toch wel tijd werd om onze plaatsen in te nemen. Alle plaatsen in de grote zaal bleken echter bezet te zijn, gelukkig hadden de Nederlanders geen stoel voor me bezet gehouden, zodat dat probleem ook opgelost was.

Het andere probleem werd door de heer in Middeleeuws kostuum opgelost. Hij wees ons de weg naar een soort opkamer waar niet alleen het voltallige curatorium met hun dames, de rector en zijn gade en de oude gravin Delastradia aanzaten, maar ook de jonge gravin Delastradia. Merkwaardigerwijs, ik zeg dat achteraf, had ik bij de eerste gangen meer aandacht voor de mooie Griekse dan voor Alessandra, want zo heette de jonge gravin Delastradia. Toen ik bij het hoofdgerecht mijn been strekte meende ik iets te voelen. Ik besteedde er weinig aandacht aan. Alessandra die recht tegenover me zat keek strak voor zich uit. En de mooie Griekse was een boeiend gesprek begonnen over de positie van de gescheiden man op Kreta.

Weer meende ik iets onder de tafel te voelen. Mijn overbuurvrouw vertoonde ook nu geen reactie. Wel zag ik nu pas hoe mooi Alessandra Delastradia was. Ze leek wat op de jonge Bardot, maar dan een Italiaanse variant, een beetje ordinair, opzichtig, maar toch eerder liefhebster van een Lancia dan van een Alfa Romeo. Kortom zo'n hoofddoekje en zonnebril Italiaanse die vijf eeuwen beschaving en decadentie vertegenwoordigde. De ultieme Campari-reclame. Ik droomde weg. Een grove trap met een stiletto-hak tegen mijn been bracht me, juist misschien wel door de drank, snel terug tot de realiteit. Ik liet mijn servet vallen en greep losjes een enkel. Na weer boven tafel te zijn gekomen, gaf Alessandra door een vaag gebaar te kennen dat het haar enkel betrof.

Maar het bleef daar niet bij. Bij het dessert werd aan onze tafel van plaats gewisseld. De rector toonde zijn belangstelling voor de mooie Griekse door haar naast hem te noden en de ondeugende Alessandra nam haar plaats naast mij in. Het Fellini-gevoel bleek in de stroomversnelling te zijn gekomen. Zij bekende haar liefde voor Hollandse luchten in het algemeen en voor grote mannen in het bijzonder. Ze liet me de dessertvruchten van haar lepel likken. En toen, zij legde daarbij vertrouwelijk haar hand op mijn knie, zei zij: My dearest Dottori, I have a big problem, I like to bike in your country, but I can not bike, is it possible I come this summer for a holiday to Holland, and we together make a trip on a tandem, so please I write my address and you write your address. Op haar servet krabbelde zij haar adres en ik deed hetzelfde. Ze keek mij diep in de ogen en zei: Sure, I really come, you have also to come. Ik beloofde haar dat de fietsvakantie geregeld was.

Het diner was afgelopen. Ik moest mij haasten om de bus niet te missen, de meeste gasten hadden het kasteel al verlaten. Met een vluchtige kus op haar mond nam ik afscheid van Alessandra.

In de piano-bar van het hotel werd het die avond zeer laat. De mooie Griekse had geen belangstelling meer voor me. De dronken Engelsman had de tap van de barkeeper over genomen en Mario de ober zong alle Italiaanse evergreens.

Ietwat katterig begaf ik me de volgende ochtend naar het vliegveld van Milaan, het beeld van Alessandra was vervaagd. Na een voorspoedige vlucht kwamen we precies om 12 uur op Schiphol aan. Toen ik mijn paspoort moest tonen, viel uit mijn binnenzak een servetje. Ik raapte het op, vouwde het open en las: My dearest Case, please stay tonight with me, let the bus go, I bring you tomorrow to the airport, my room is near the staircase, second door, with the yellow ribbon on the handle. Zij is die zomer niet in Nederland verschenen.

Re:ageer