Wetenschap - 23 februari 1995

De geest en de kille werkelijkheid van het Masterplan

De geest en de kille werkelijkheid van het Masterplan

Reconstructie van wending tot de kern

Bezuinigingen, getver, zegt mijn vriendin als het vervolgartikel op het Miljoenenplan moet worden geproduceerd. Zo is het: wie leest er in 1995 nog graag over bezuinigingen? Nog meer cijfertjes, redeneringen en kortingsfactoren die, bij elkaar opgeteld, een verklaring moeten geven die er vaak niet is. Desondanks: een reconstruerende analyse van de meest omvangrijke financiele operatie uit de geschiedenis van de Landbouwuniversiteit.


De plannenmaker excuseert zich bij voorbaat voor de kortingen, door te verwijzen naar de Globalisering, de Economie, Den Haag en andere fenomenen die zich, net als de Goden vroeger, grillig plegen te gedragen. Maar als de slechte tijding eenmaal is verwerkt door de gezagsdragers, blijkt ie zelfs goed te zijn voor de onderdanen. De universiteit komt er sterker uit te voorschijn... schrijft het college van bestuur in het Masterplan.

Niemand kijkt meer raar op van dergelijke metafysische taal. We hebben immers ook een missie aan de LUW. Aan de Universiteit van Nijmegen werd deze in 1932 afgeschaft, maar in Wageningen is men sinds enkele jaren met een inhaalrace bezig om enige zekerheden in te bouwen in de ongrijpbare wereld. Er is koestering nodig, of het nu gaat om de produktie van tomaten en vlees, of om milieu en natuur. En daar gaat de LUW voor zorgdragen. Zoals het de parochiaan betaamt, gaat ie dat uitdragen, al was het alleen maar om met zichzelf in het reine te komen.

Louter de kille werkelijkheid is immers niet leuk. Wat het college feitelijk voorstelt is een verdeling van 24,5 miljoen gulden aan bezuinigingen over onderwijs, onderzoek en organisatie. En het stelt een structuur op waarlangs de bezuinigingen moeten worden bereikt - van boven naar beneden. De verdeling en de structuur zijn de kern van het plan, de rest van de 100 pagina's bestaat uit suggesties en vingerwijzingen waarvan rector Karssen puntig opmerkte dat men het onderling maar moet uitvechten. Ai, daar gaat de koesterende missie.

Toegegeven, het college was moe toen het plan eindelijk af was. Er was wekenlang aan varianten gerekend door bureau-ambtenaren, er waren meer dan tien versies geproduceerd door de verschillende planners en op het eind moesten al deze bouwstenen op elkaar worden afgestemd; er moest een overkoepelend stuk komen, waarna de bijlagen weer aangepast moesten worden....en toen was het af.

De vorige rector, Van der Plas, pleegde nog weleens halverwege de lijst met bezuinigingsopties aan zijn adviseurs te vragen: Zijn we er al, jongens? Maar anno 1995 is dat ondenkbaar. Een verzameling bureau-ambtenaren houdt zich al met het Masterplan bezig vanaf Teuven in oktober 1994. Teuven staat voor een etablissement ergens in Nederland, waar het college van bestuur zich met een inner circle terugtrekt om tot bezinning te komen. Een soort klooster dus, waar bijvoorbeeld een missie tot stand kan komen. De ambtenaren dienen goed op de letten, de sfeer en het denkraam tot zich te nemen, en daarna aan het werk te gaan, teksten te produceren en kosten door te rekenen.

Overleg

Ten behoeve van het Masterplan werd een bureau-overleg ingesteld, dat bestond uit: secretaris ir Th. Theijse, adjunct-secretaris/griffier van het college drs P. den Besten, plaatsvervangend secretaris/directeur Personeelszaken drs J.E. van Kamp, directeur Onderzoeks- en onderwijsbeleid (OOB) mr J.G. Verver en het hoofd Financiele zaken drs J. Schuilenburg. Aangezien secretarissen en directeuren coordineren en niet langer zelf notities schrijven, wordt de redactie uitbesteed aan Schuilenburg en drs Y.M. de Boer van de afdeling OOB.

Tijdens het Teuven-overleg wordt duidelijk dat de financiele toekomst van de LUW uitermate zorgwekkend is; een maand eerder heeft Schuilenburg uitgerekend dat er vrijwel 30 miljoen bezuinigd moet worden. Ook wordt snel duidelijk dat het onderwijs fors moet worden aangepakt. Volgens de kengetallen krijgt de LUW namelijk het meeste geld per student van alle Nederlandse universiteiten. Dat sluit aan bij de gevoelens van de aanwezigen, die al die kleinschalige keuzevakken een doorn in het oog vinden - je krijgt er geen grip op, de studiegids moet dunner! Besloten wordt om het onderwijs met 8,5 miljoen gulden te korten.

Er wordt naarstig naar een onderbouwing gezocht en die wordt gevonden in de overconsumptie van studenten. Wat is het geval: in Wageningen bestaat een stilzwijgend pact tussen studenten en docenten om zich niets aan te trekken van de beperking van de cursusduur van 5 naar 4 jaar. De student wil zich vormen, de docent wil zijn vakken geven, dus bedraagt de feitelijke cursusduur van LUW-studenten gemiddeld 4,8 jaar.

De uitgaven aan het onderwijs bedragen 42 miljoen gulden. De studenten doen een vijfde cursusjaar waar ze geen recht op hebben. Dat is twintig procent van veertig miljoen, ofwel acht miljoen gulden: een kind kan de was doen. De bezuiniging op het onderwijs is dus te verdedigen. De rekensom is nog als relikwie terug te vinden in een bijlage bij het plan.

In de maand november, een maand na Teuven, speelt de politiek op. De vereniging van universiteiten VSNU bereikt een akkoord met minister Ritzen: de gewraakte verhoging van het collegegeld van duizend gulden. De universiteiten worden ontzien en collegevoorzitter Vos laat zich ontvallen: Als ik mocht kiezen tussen de universiteit en de studenten, dan kies ik voor de universiteit Geen wonder; hij wist toen al dat de twintig procent bezuiniging op het LUW-onderwijs was ingeboekt en dat dit een lastige klus zou worden.

Maar wat nog lastiger is, is dat de technische universiteiten hun lobby voor een vijfjarige cursusduur tot een goed einde brengen. De Delftse collegevoorzitter De Voogd had hier het voortouw genomen en de LU was meegelift, maar als het in de Tweede Kamer komt heeft einzelg350nger De Voogd de LU bijna afgeschud: hij moet niets van die boeren hebben. In een weekend lobbiet het college zich weer bij de technische universiteiten - VNO-voorzitter Rinnooy Kan behartigt persoonlijk, tot ergernis van De Voogd de LU-belangen- en komt minister Jozias van Aartsen speciaal de Kamer toespreken, zodat elf van de negentien LU-studies voortaan vijf jaar mogen duren. Maar nu klopt de rekensom uit Teuven niet meer; van overconsumptie door studenten is nauwelijks nog sprake.

Onaanvaardbaar

Als ook nog, na zo'n 26 versies, het onderwijsplan Onderwijs 2000 van de LU het licht ziet (met kostenramingen) en duidelijk wordt dat de universiteit ook iets met onderwijskwaliteit moet doen, is voor rector Karssen de maat vol. Samen met de voorzitters van vco (Speelman) en vcw (Schaafsma) besluit hij in het cvb-o dat de 8,5 miljoen korting op onderwijs onaanvaardbaar is. Gelukkig blijkt spoedig uit rekensommen van Financiele zaken dat het bureau-overleg hem prachtig terwille kan zijn. Vanwege het definitieve akkoord tussen Ritzen en de universiteiten, bedraagt het LUW-tekort in 1999 geen 29 miljoen, maar 24,5 miljoen.

Zo ontstaat de korting op het LU-onderwijs ter waarde van 4,7 miljoen gulden. Jammer dat het college nu geen cijfermatige onderbouwing meer heeft; volgens de modellen kan er niet op het onderwijs worden bezuinigd. Maar dan rest er altijd nog een beleidsmatige beslissing: het zal wel moeten. Voor de zekerheid komt er nu een nader onderzoek van het bureau, om een aantal aannames te toetsen.

Twijfels zijn er ook over het schrappen van het onderwijs-gebonden onderzoek, dat met 4,2 miljoen wordt gekort. Niet zozeer bij Karssen, wiens lijn voor het onderzoek de afgelopen jaren behoorlijk duidelijk is: concentratie in onderzoeksinstituten, een beetje ernaast in afzonderlijke programma's; de rest is dan blijkbaar niet interessant. Een logische consequentie is dat die rest dus gewoon verdwijnt. Nee, de twijfel ontstond bij Vos, die het moeilijk had met de korting. Misschien speelde bij hem het gevoel op dat er groepen aan de LU zijn die het in de toekomst (weer) gaan maken, maar die nu in het verdomhoekje zitten, zoals de praktische teelten.

Organisatie

Met de bezuinigingspost organisatie hebben Vos en Karssen zich in beperkte mate beziggehouden. Daar betrad Van den Hoofdakker de arena. In het bureau-overleg is de organisatie voorbehouden aan Theijse en Den Besten, in de vorige functie van Van den Hoofdakker's adjuncten. Deze twee (of beter gezegd drie) coordineren de taakreductie op het bureau. Daar komt dus de korting van 2,8 miljoen vandaan, waarbij de te reduceren taken vrij nauwkeurig zijn omschreven.

Bij organisatie behoort ook de positie van de sectorbureaus, waar de afgelopen tijd veel over te doen is: horen ze nu bij het bureau of bij de faculteit? Welnu, de secretaris heeft ze bij de faculteit ondergebracht en de clusters mogen nu de omvang bepalen van de bureaus. Daarmee lijkt een deel van de universiteitsraad heel tevreden - beheer volgt bestuur - maar tijdens de praktische totstandkoming van het bezuinigingsplaatje organisatie betekent dit dat de sectordirecteuren nauwelijks bij de keuzen zijn betrokken en daar zijn ze niet blij mee. Ze hebben nu een korting opgelegd gekregen ter waarde van 2 miljoen gulden onder het motto: zie er maar uit te komen, er kan nog wel wat af binnen jullie diensten. De kortingen bij de sectorbureaus zijn namelijk niet uitgewerkt in taakreducties, in tegenstelling tot bij het bureau.

Wending

De term wending tot de kern, die een soort Leitmotiv van het Masterplan is, gaat dus zeker op voor de sectorbureaus: ze moeten zich wenden tot de clusters, nu ze de bescherming van de bureautop zijn kwijtgeraakt. Ook voor de taakstellende bezuiniging moeten ze zich wenden tot de kern: vakgroep, kan de onderhoudsman van de sectordienst weg? De term wending tot de kern heeft het dan ook gehaald tot de laatste versie, temeer daar de bezuinigingen op het onderwijs naar de mening van de opstellers tot het noodzakelijke minimum beperkt konden worden.

Alle overwegingen en keuzen in de voorbereiding ten spijt, wordt het verlossende woord niet gepresenteerd in het Masterplan. Het zijn toch vooral bedragen met een tijdpad. Degenen die willen weten of hun taak of vakgroep wordt opgeheven, komt bedrogen uit. Het college schaft niets af, maar zal wel in de geest van het plan naar uitwerkingen zoeken. Degenen die met angst en beven de toekomst tegemoet zien, moeten dus nog even geduld hebben. Zoals de analisten, wier taak volgens een notitie wellicht door apparaten kan worden overgenomen. Spoedig zal de oude Veeger uitleggen dat zoiets van de zotte is en dan gaat de zoektocht in de geest van het plan weer verder. Totdat de geesten rijp zijn.

Re:ageer