Wetenschap - 7 november 1996

De ecoploeg

De ecoploeg

Het Gerei

De ecoploeg ploegt een stuk minder diep dan in Nederland gebruikelijk is. Daardoor krijgen bodemorganismen, regenwormen en plantenwortels meer kans de bodemstructuur zo in te richten dat zij zich er lekker in voelen.


Plantenwortels, bodemorganismen en regenwormen creeren in de grond een structuur waarin ze gedijen. Ze houden van kruimige grond met veel gaatjes en gangen. Daarin wordt water snel toe- en afgevoerd en kunnen wortels zich makkelijk een weg banen, vertelt Peter van der Werff, bodemecoloog en universitair docent bij de vakgroep Ecologische landbouw. Regenwormen bijvoorbeeld creeren snelwegen in de grond. Via de gangen die ze achterlaten kunnen wortels met weinig vertakkingen snel naar beneden schieten. Er zijn ook wegrestaurants: plekjes waar de regenworm poep heeft achtergelaten. Daar zie je juist wortels met veel vertakkingen, omdat de plantenvoeding makkelijk beschikbaar is."

Ploegen maakt de grond los, waardoor de verdere bewerking eenvoudiger wordt. Het is dan bijvoorbeeld makkelijker in het voorjaar teeltbedden aan te leggen. De risters, de bladen van de ploeg, snijden een plak grond af en laten die ondersteboven neervallen. Zo komen plantenresten, onkruid en dierlijke mest onder de grond terecht, waar bodemorganismen ze kunnen verwerken. Onkruid krijgt door het onderwerken minder kans om op te komen.

Maar ploegen heeft ook nadelen. Het verstoort de biologische structuur die bodemorganismen, wormen en wortels hebben gecreeerd. Bodemorganismen zijn in de bovenste vijftien tot twintig centimeter van de grond actief. Boeren in Nederland ploegen tot zo'n twintig tot veertig centimeter diep en gooien dus de structuur door elkaar. Bovendien ontstaat bij de ploegzool, de maximale diepte die de ploeg bereikt, een moeilijk doordringbare, dichte laag grond. Die vormt een barriere voor regenwormen en plantenwortels.

De ecoploeg komt slechts twaalf tot achttien centimeter diep en verstoort dus het dieper liggende deel van de biologische structuur niet. Van der Werff verwacht dat na vier of vijf jaar ecoploegen de ploegzool goeddeels verdwenen is, waardoor wormen en wortels weer dieper de grond in komen.

Een ander nadeel van ploegen is dat de druk van de trekker de grond verdicht. Aangezien de trekker met een smalle band door de net geploegde voor rijdt, wordt daar de grond verder ineengedrukt. Voordeel voor de boer is echter dat ie nauwelijks meer hoeft te sturen.

Met de ecoploeg rijdt de trekker niet door de voor, maar over het nog ongeploegde veld. Daar kun je met brede banden werken, zodat je het gewicht beter verdeelt. Het nadeel is dat je dan de hele tijd moet blijven sturen. Degenen die met de ecoploeg hebben gewerkt, melden dat het zwaarder werken is."

En nadeel van diep ploegen is ook dat de grond daar vochtiger is. Dat zorgt voor versmering, met name in kleigrond. Van der Werff laat foto's zien van glimmende kluiten, door de ploeg gladgeplamuurd. De gangetjes zijn helemaal dichtgesmeerd. De ecologische ploeg levert een kruimiger grond op; de waterafvoer blijft dus beter. Maar ook de ecoploeg zal als het nat is de grond versmeren."

De afscheidsrede van hoogleraar Kuipers van Grondbewerking over de nadelen van ploegen door de voor was een jaar of zeven geleden voor drie onderzoekers aanleiding om de koppen eens bij elkaar te steken. Van der Werff, Maja Kooistra van het DLO-Staringcentrum en Jan Kouwenhoven van de vakgroep Grondbewerking waren geinteresseerd in de samenhang tussen ploegen en bodemstructuur. Ploegdeskundige Jan Boer zette hun ideeen om in een ploegontwerp; directeur Peter Lerink van ploegenfabrikant Rumptstad, gepromoveerd bij de vakgroep Grondbewerking, zorgde ervoor dat de ploeg werd gebouwd.

Het eerste prototype was in 1993 klaar en is op verschillende proefbedrijven getest. Nu is er een tweede versie. Deze ploeg heeft acht risters van 28 centimeter breed. De risters hangen naast elkaar aan de ploegbalk, die diagonaal achter de trekker wordt voortgetrokken.

Waarschijnlijk verschijnt deze winter de derde versie, een wentelploeg. Dat is een ploeg met risters aan beide zijden van de ploegbalk, zodat je links en rechts van de trekker kunt ploegen."

Het energieverbruik van de ecoploeg is, door de kleine ploegdiepte, aanzienlijk lager dan dat van een gewone ploeg. Van der Werff: Het scheelt grofweg de helft van het brandstofgebruik. En je kunt met een lichtere trekker uit de voeten."

Omschakelen op de ecoploeg kost vrij veel tijd, beseft de bodemecoloog. Het duur vier tot vijf jaar voordat de biologische structuurvorming werkt. En de ecoploeg alleen is niet voldoende. Je moet in je verdere werk ook de bodemorganismen een kans geven. Als je vervolgens gaat sproeien met pesticiden, heeft het geen enkele zin."

Re:ageer