Wetenschap - 18 december 1997

De das de das om?

De das de das om?

De das de das om?
Anne-Margreet Hubregtse, Ruimtelijke planvorming
Een jaar kostte het al met al. Het vijfmaandse afstudeervak van Anne-Margreet Hubregtse, waarin ze de mogelijkheden onderzocht van het toetsen van een oversteekmodel voor dassen. Ze is dan ook blij dat het vak is afgerond, al is van die beoogde toetsing uiteindelijk niets terechtgekomen
Nederland is een versnipperd land. Dankzij infrastructurele netwerken, landbouw en stadsuitbreidingen zijn de arealen aan natuur kleiner geworden en raakten natuurgebieden geisoleerd. Deze versnippering zorgt voor problemen voor de fauna. Migratiemogelijkheden worden beperkt en fourageergebieden worden aangetast. Beesten op zoek naar eten moeten wegen oversteken, waarbij de nodige slachtoffers vallen. In 1992 lag er ruim 56 duizend kilometer aan verharde wegen buiten de bebouwde kom. Vanzelfsprekend is het ondoenlijk om langs al die wegen hekken te plaatsen. Gebleken is dat de aanleg van tunnels onder plattelandswegen op plaatsen waar veel dieren oversteken weinig effect sorteert
Hubregtse wilde onderzoeken of een bestaand oversteekmodel voor voetgangers van de soort homo sapiens, met de nodige aanpassingen, toepasbaar is voor diersoorten. Ze wilde een bedreigde diersoort gebruiken, omdat een oversteekmodel dan extra interessant kan zijn als hulp bij het voorkomen dat een soort lokaal of regionaal uitsterft. Wanneer bekend is waar en hoe vaak dieren rondlopen, is daar bij de aanleg van wegen rekening mee te houden, waardoor overrijdingen tot een minimum beperkt kunnen blijven
Het eerste voorbeeldbeest dat Hubregtse voor ogen had was de pad. Onderzoek bij padden bleek echter ondoenlijk. Overreden padden zijn vaak binnen een dag tot onherkenbare pulp verreden. De ree was de volgende optie, maar die bleek niet bedreigd. Van boommarters waren er te weinig om tot onderzoek over te gaan. Uiteindelijk kwam Hubregtse bij de das terecht
De Nederlandse dassenpopulatie telt zo'n 2200 stuks. De das, een nachtdier, leeft in een zelfgemaakte burcht. Grofweg tussen negen uur 's avonds en zeven uur 's ochtends is het beest op zoek naar zijn maaltijd, die voor tachtig procent bestaat uit wormen. Zijn eten zoekt de das in een straal van 750 meter rond zijn burcht. Dassen zijn een bedreigde soort; jaarlijks komen rond de 350 dassen om in het verkeer. Daarmee is het verkeer de belangrijkste doodsoorzaak voor dassen. In Nederland ligt de gemiddelde leeftijd van de dieren op vijf jaar, terwijl ze makkelijk twaalf jaar kunnen worden
Via de vereniging Das en Boom ging Hubregtse aan de slag in de regio Midden-Limburg. Gegevens over verongelukte dassen bleken redelijk betrouwbaar omdat het verplicht is om dode dieren aan te melden. Alleen zwaargewonde dieren die zich naar een stil plekje slepen om in alle rust te sterven, zijn niet meer te traceren
Dassen zijn uitermate gevoelig voor oversteken: ze kijken niet op of om en hobbelen met een gangetje van 2,1 meter per seconde de weg over. Behalve deze gegevens zijn ook andere factoren van belang voor het model van Hubregtse: hoeveel dassen zijn in een gebied aanwezig, hoe vaak per nacht steekt een das een weg over, hoe lang is het dier, hoe breed is de weg en, bovenal, hoe staat het met de nachtelijke verkeersintensiteit
Hubregtse stuitte op vele, soms onoverkomelijke problemen. Zo hebben veel gemeentes geen betrouwbare schattingen of cijfers van nachtelijk verkeer. Het vak werd een slepende kwestie, die niet tot een bevredigend resultaat leidde. Want ook het schatten van het aantal nachtelijke overstekingen bleek geen sinecure. Op zich is de looproute van een das exact te bepalen wanneer een zender in het beest wordt gestopt, maar dat is een dure en tijdrovende aangelegenheid. Het schatten van de route en dus van het aantal overstekingen kan wel, maar dat hangt af van vele factoren, zoals de afstand van weg tot burcht, de barrieres in het landschap, de aanwezigheid van geleidende elementen zoals houtwallen - bij uitstek het favoriet wandelterrein van een das - en de kwaliteit van het fourageergebied. Aan de hand van bodemtypes, gedetailleerde rasterkaarten over landgebruik en de hoeveelheid wormen per vierkante meter als indicator, stelde Hubregtse min of meer de kwaliteit vast van het fourageergebied in de omgeving van een burcht. Min of meer, want de kaarten hadden een nadeeltje: houtwallen staan er niet op aangegeven. Kortom: allemaal ondermijnende zaken voor de betrouwbaarheid van het model. Desondanks schreef Hubregtse een programma waarmee looproutes gesimuleerd kunnen worden
Uiteindelijk is van de toetsing van het oversteekmodel niets terechtgekomen, aldus een licht teleurgestelde Hubregtse. Vooral wegens het gebrek aan tijd en de onbetrouwbaarheid van de data. Ze vervolgt: Een puur wiskundig probleem was het feit dat op het grote aantal overstekingen naar verhouding slechts een kleine hoeveelheid slachtoffers valt. Bij stijging of daling van dat aantal kan het toeval een grote rol spelen.
De lange zoektocht naar een geschikte diersoort, de vruchteloze speurtocht naar geschikte gegevens over de nachtelijke verkeersintensiteit en nog veel meer kleine en grote tegenslagen waren debet aan het feit dat Hubregtse's resultaten niet zijn geworden wat ze ervan had verwacht. Toch geeft ze nog een positieve draai aan het verhaal. Dit wil helemaal niet zeggen dat het model niet te toetsen is.

Re:ageer