Wetenschap - 16 november 1995

De consument beslist hoe ecologisch de landbouw wordt

De consument beslist hoe ecologisch de landbouw wordt

Technologie is niet het obstakel voor duurzame landbouw

De ecologische landbouw in Nederland blijft klein. Slechts een procent van het landbouwareaal wordt ecologisch bewerkt. Groei zit er voorlopig niet of nauwelijks in, want de Nederlandse consument wil geen meerprijs betalen. In het buitenland is die bereidheid er wel; daar groeien vraag en aanbod. Volgende week geven landbouwspecialisten op een KLV-themadag hun antwoord op de vraag hoe ecologisch de landbouw kan worden. Uit een rondgang langs een aantal sprekers blijkt dat er geen technische obstakels zijn. De landbouw kan zo ecologisch worden als de consument wil.


De LUW-hoogleraren dr ir R. Rabbinge en dr ir E.A. Goewie, verenigd in de C.T. de Wit-onderzoekschool Produktie ecologie, zijn het niet eens over de mogelijkheden van de ecologische landbouw. Twee weken geleden zei prof. Rabbinge van de vakgroep Theoretische Produktie ecologie tijdens een studium-generalebijeenkomst in Utrecht dat het per definitie uitsluiten van kunstmest en pesticiden uit het oogpunt van de voedselvoorziening immoreel is.

Volgens het Agrarisch Dagblad vergeleek Rabbinge het gebruik van kunstmest en pesticiden in de landbouw met aspirines tegen hoofdpijn. Eerst probeer je hoofdpijn te voorkomen, maar als dat mislukt ben je blij met een aspirientje. Precies eender ziet hij de bestrijding van ziekten en plagen in de landbouw. Bij een duurzame landbouw grijp je in het uiterste geval terug op een pesticide.

Prof. dr E.A. Goewie is het volstrekt oneens met Rabbinge. De biologische landbouw kan volgens hem niet gezien worden als een gangbare landbouw zonder chemische hulpmiddelen. Het is een systeem waarin natuurlijke principes de produktie sturen: stikstofvoorziening door vlinderbloemigen, mengteelten voor gewasbescherming en onkruidbestrijding. De hoogleraar ecologische landbouw is ervan overtuigd dat zeer grote produkties mogelijk zijn, als er maar genoeg onderzoek wordt gedaan. Zolang dat niet gebeurt, is het volgens Goewie onwetenschappelijk om te zeggen dat ecologische landbouw niets oplevert.

Rotatie

Goewie en Rabbinge geven volgende week dinsdag, 21 november, acte de presence op de themadag Hoe ecologisch kan de landbouw worden?, van de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging (KLV), het Instituut voor Agrobiologisch en bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) en de C.T. de Wit-onderzoekschool. Ook andere onderzoekers geven dan hun visie op het perspectief van de ecologische landbouw. Een vooruitblik leert dat de sprekers enthousiast zijn over de technische mogelijkheden.

Gewasbeschermingsdeskundige dr ir C.J.H. Booij van het Instituut voor Planteziektenkundig onderzoek (IPO-DLO): Als het gaat om de biologische bestrijding van ziekten en plagen, kunnen we een eind komen. Gesloten teelten moeten zeker lukken, maar ook de open teelten bieden perspectieven. Open teelten zijn extensief en daarom zijn biologische bestrijdingsmiddelen daar veel te duur, zeker in vergelijking met chemische middelen. Teelttechnisch zijn er echter veel mogelijkheden om ziekten en plagen te voorkomen. Door alleen al te werken met een ruime rotatie, schoon uitgangsmateriaal en resistente rassen, valt er grote winst te behalen."

Ook een zorgvuldige omgang met het nutrientenbeheer is van wezenlijk belang. Sommige ziekten treden op als planten worden overbemest. Omgekeerd geldt dat een gebrekkige stikstofvoorziening leidt tot andere ziekten en plagen." Volgens Booij is over nutrientenbeheer nog te weinig bekend. Hetzelfde geldt voor het onderzoek naar natuurlijke vijanden in de bodem. Met bodembeheer kunnen we waarschijnlijk veel bodemgebonden ziekten en plagen terugdringen. Het enige dat onderzoekers nu weten, is dat het ene bodemtype veel meer ziekten met zich meebrengt dan het andere."

Interdisciplinair onderzoek is nodig, door groots opgezette proeven met nutrientenbeheer, gewasbescherming en bodembewerking. Booij: Als we prototypes van teeltsystemen testen, komen we een heel eind. Er kan veel, want het is bekend dat gewasbeschermingsproblemen in ecologische teelten veel kleiner zijn dan in de gangbare landbouw."

Prof dr J.C. van Lenteren van de vakgroep Entomologie onderschrijft de technische potentie van ecologische landbouw. Als je chemische bestrijding achterwege laat, komen veel plagen niet meer voor omdat de natuurlijke vijanden terugkomen, die nu worden doodgespoten."

Van Lenteren gelooft dat tachtig tot negentig procent van de gebruikte chemische middelen vervangbaar is. We moeten niet langer het ene chemische middel automatisch vervangen door het andere. De hele gereedschapkist van vroeger moet weer open om een nieuw, minder kwetsbaar landbouwsysteem te ontwerpen. De grote vraag daarbij is welk spectrum van ziekten en plagen van vroeger we terugkrijgen als we van gangbare naar ecologische landbouw gaan. Tal van teelttechnische zaken, zoals het gewas, de rotatie en de bemesting, zijn intussen veranderd."

Geschiedvervalsing

Ook onderzoekers die zich bezighouden met nutrientenbeheer zijn optimistisch over de mogelijkheden van een ecologische landbouw. Stikstofdeskundige ir. J.J. Schroder van het AB-DLO noemt twijfels bij ecologische landbouw zelfs geschiedvervalsing. De chemische landbouw is slechts veertig jaar jong. Als je zegt dat ecologische landbouw niet kan, ontken je dat de landbouw eeuwenlang zonder chemische inputs bedreven is. Technisch zijn de stikstofverliezen wel degelijk te beperken. Maar ik ben de eerste om te erkennen dat het met kosten gepaard gaat. De markt is de bottleneck, niet de beschikbaarheid van technieken voor een juist nutrientenbeheer."

Schroder signaleert twee grote gaten in het onderzoeksveld. Om te zorgen dat achtergebleven stikstof na de teelt niet wegspoelt, zaaien boeren groenbemesters. Iedereen vindt dat geweldig; dat gaat erin als zoete koek. De vraag is echter of die techniek op kleigrond nut heeft. Op die gronden ploegt de boer de groenbemester al in november onder, in verband met structuurbederf in het voorjaar. De vraag is of de vastgelegde stikstof dan niet alsnog in december of januari vrijkomt, zodat het volggewas er niets aan heeft."

Als het aan Schroder ligt, komt er ook meer onderzoek naar nieuwe toedieningstechnieken voor organische mest. We moeten technieken ontwikkelen om organische mest op de meest effectieve plaats en tijdstip aan te bieden. Ook op kleigrond moeten we in het voorjaar kunnen bemesten, zonder structuurbederf."

Een landbouw zonder kunstmest is in de ogen van de DLO-onderzoeker geen probleem. Hij vertelt dat onderzoekers op het ecologische proefbedrijf van het DLO-instituut een intelligent gekozen mix van meststoffen, stikstof, fosfaat en kalium zy toedienen dat geen van de gewassen tekort komt. Maar verwacht geen topopbrengsten zoals met kunstmest. Want daar kun je na opkomst nog gemakkelijk nutrienten toedienen."

Luxe

Mag kunstmest voor de stikstofbehoefte van de plant handig zijn, voor fosfaat geldt een ander verhaal. Ir P.A. van der Werff van de vakgroep Ecologische landbouw vertelt dat kunstmest absoluut overbodig is om de plant van fosfaat te voorzien. Eerst wordt fosfaat in Afrika uit kalkrijke rotsen gewonnen. Westerse fabrieken maken het fosfaat vrij van het calcium en werken het op. Maar als boeren het vervolgens toedienen, gaat het fosfaat in de grond meteen weer aan het calcium zitten. Het is slechts een paar dagen beschikbaar voor de plant."

Van der Werff vertelt dat gangbare bemestingsadviezen altijd uitgaan van gemakkelijk opneembaar fosfaat voor de plant. De bemesting is erop afgestemd dat de plant baadt in luxe. In de bodem bevindt zich echter ook gebonden fosfaat. Als er geen makkelijk opneembaar fosfaat meer is, scheiden de wortels van de plant zuur en enzymen af die samen met bacterien en schimmels zorgen dat ook het gebonden fosfaat beschikbaar komt voor de plant. Uit onderzoek van de vakgroep Ecologische landbouw blijkt dat van een gewas dat niet met fosfaat bemest wordt, negentig procent van de wortels is geinfecteerd met schimmels, zogenaamde endomycorrhizen, die fosfaat uit de bodem beschikbaar maken voor de plant. Vindt wel fosfaatbemesting plaats, dan ligt de infectie tussen nul en veertig procent; na behandeling met fungiciden loopt de schimmelbezetting terug tot nul procent.

Volgens Van der Werff blijkt uit proeven dat planten die na de eerste groeimaand niet langer beschikken over direct opneembaar fosfaat, geen verschil vertonen met planten die gedurende de groei extra fosfaat krijgen toegediend. De afhankelijkheid van de plant van gemakkelijk opneembaar fosfaat neemt af. Het is een verrassend nieuw verhaal. Tot nu toe is nooit naar de biologische kant van de fosfaatvoorziening van de plant gekeken."

Kooplieden

De zoektocht naar een nieuw landbouwsysteem maakt onderzoekers enthousiast. Optimisme alom over de technische mogelijkheden om te komen tot een ecologische landbouw. De onderzoekers willen wel, maar de markt blijft achter. Dr P.H. Vereijken van AB-DLO zoekt samen met tien biologische praktijkbedrijven in de Flevopolder naar prototypes van ecologische bedrijfssystemen. Hij is somber gestemd. Je kan de landbouw zo ecologisch maken als je wilt, maar de consument moet wel bereid zijn een meerprijs te betalen. De Nederlandse consument wil dat niet. We leven in een land van kooplieden, waar materiele welstand belangrijker is dan de ecologische kwaliteitsaspecten van het bestaan. We exporteren de beste landbouwprodukten en houden de tweede kwaliteit voor onszelf. We teren in op niet-kapitalistische goederen als het ecologisch systeem, de natuur en het landschap, zonder stil te staan bij de gevolgen voor volgende generaties."

Volksaard

Vereijken wil zich niet bij die mentaliteit neerleggen; in zijn ogen moet de landbouw zo snel mogelijk ecologisch worden. In het buitenland kan het ook. Daar laat de consument de kost voor de baat uitgaan. Duitse, Deense en Oostenrijkse consumenten zijn bereid een hogere prijs te betalen voor ecologisch voortgebrachte produkten, ondanks een nog wat slechtere kwaliteit. Dankzij die Duitse, Deense en Oostenrijkse consumenten kan in het buitenland het aanbod toenemen, en kan de technologie die bij een ecologische landbouw hoort worden verbeterd. Door de Nederlandse volksaard is hier minder waardering voor de ecologische aspecten van ons bestaan. Daardoor komen we hier steeds verder achter te liggen."

Re:ageer