Wetenschap - 19 december 1996

De computer als katalysator voor onderwijsverbetering

De computer als katalysator voor onderwijsverbetering

Je kunt je meer op inzicht richten

Een docent die niet dertig keer hetzelfde college wil geven, laat de computer zijn werk overnemen. Door een deel van het tekenpracticum in de computer te stoppen, kan een vakgroep bezuinigen op de teelt van na te tekenen tropische planten. Verder kunnen educatieve computerprogramma's in vijf minuten het lezen van tachtig bladzijden dictaat overbodig maken. In zo'n twintig vakken op de LUW verzorgt een computerprogramma een deel van college of practicum.


Je moet computer-ondersteund onderwijs daar inzetten waar het sterk is. Het is nog zoeken in de praktijk", vertelt onderwijskundige drs J.J.M. Smolenaars van het Steunpunt educatief computergebruik (Spec). Als docenten werken aan een nieuw soort onderwijs waarin educatief computergebruik een rol toebedeeld krijgt, verandert hun rol ook. De computer kan goed kennis overdragen. De docent heeft dan meer tijd om de studenten te begeleiden bij het gebruiken van die kennis in bijvoorbeeld cases."

Het gebruik van computerprogramma's werkt als een katalysator voor onderwijsvernieuwing en onderwijsverbetering, denkt Smolenaars. De computer neemt taken over van de docent en die gaat dan kritischer nadenken over zijn onderwijs. Voor studenten blijkt het gebruik van educatieve programma's motiverend te werken." De subsidie en ondersteuning van het Spec heeft ertoe geleid dat docenten in zo'n twintig vakken gebruik maken van computerprogramma's. Op 12 december organiseerde het Spec een minisymposium over de ervaringen tot dusverre.

Dertig keer voor een grote groep rumoerige studenten hetzelfde college verzorgen, is voor een docent niet plezierig", vertelt dr H.A.J.M. Lamers. Vroeger verzorgden de docenten van de sectie Wetenschappelijke informatievoorziening voor eerstejaars een rondleiding in de bibliotheek. Met de opkomst van de computer moest de docent ook het gebruik van Agralin en Internet uitleggen. Dat kostte Lamers zo'n vijftig minuten en dat dertig keer.

Sinds dit collegejaar is de docent alleen nog maar begeleider en doceert de computer hoe de studenten via allerlei opdrachten systematisch naar literatuur moeten zoeken. De computer geeft ook antwoorden en uitleg. De docent geeft aan het begin een korte instructie: Daar staat de computer; ga maar aan de slag", aldus Lamers.

Uitleg

De meeste studenten werken zelfstandig met het programma. Daardoor heeft de docent tijd om studenten die er meer moeite mee hebben, extra uitleg te geven. Ook voor de studenten die het snel snappen, is het voordelig; zij hoeven niet meer de hele middag op het practicum te zitten. Sommigen hebben na een uur al het programma doorgewerkt en een voldoende gehaald voor de afsluitende toets.

In de multimedia-omgeving van het programma Mossen kunnen studenten bij het vak Biologie van lagere planten zelfstandig nieuwe kennis verwerven, doordat teksten, foto's, animaties en video's in een computerprogramma bijeen zijn gebracht. Ook biedt het programma enkele oefenmogelijkheden. Dat zijn er nog te weinig, melden de studenten in een enquete. Ook moeten de animaties beter worden uitgelegd, maar verder zijn ze tevreden.

Het programma bestaat uit zo'n dertig schermen, die de studenten een voor een bestuderen. De ontwikkelingsstadia van de seksorganen komen bijvoorbeeld een voor een in beeld, waarna een simulatie van de bevruchting volgt. Het programma wordt gebruikt als voorbereiding op een mossenpracticum. Docent dr H.A. Masselink ziet als groot voordeel dat de student zo gestructureerd door de basiskennis heen gaat. Hij kan ook op een eenvoudige manier bekend veronderstelde voorkennis nog eens bekijken door het aanklikken van begrippen. Op de colleges en tijdens het practicum kun je de grote verbanden en de recente ontwikkelingen dan aangeven. Je kunt je meer op inzicht richten", meent Masselink.

TropCrop

Tekenpractica met tropische planten kosten de vakgroep Agronomie veel geld. Ze moeten steeds weer planten kweken die de studenten kunnen natekenen. Om deze kosten te verlagen, werkt de vakgroep aan het programma TropCrop, samen het instituut voor tropische en subtropische plantenteelt in Gottingen. Studenten leren met TropCrop belangrijke morfologische eigenschappen herkennen en vergaren kennis over de omstandigheden waarin de tropische planten groeien en waar de planten voor te gebruiken zijn. Het accent komt minder op het tekenen te liggen.

Al bladerend door het programma kom je foto's van 250 tropische planten tegen. Via een quiz kunnen de studenten de naam bij de foto's zoeken. Toch willen studenten de planten ook in het echt zien, vertelt J.J.M. Belde. Er blijven nog levende planten nodig, echter minder dan voorheen. Voor de studenten wordt het onderwijs efficienter: ze leren evenveel als voorheen, terwijl de practicum-ochtenden drie kwartier korter duren.

Computer-ondersteund onderwijs komt vaak niet veel verder dan het in de computer stoppen van een boek, vindt student C. Colijn. Niet erg interactief, meent hij. Colijn werkt tijdens zijn afstudeervak Organische chemie mee aan een educatief programma waarmee studenten structuurformules van moleculen kunnen ontrafelen. Het beantwoorden van een groot aantal multiple choice-vragen levert daarvoor de puzzelstukjes. Een nadeel van multiple choice-vragen is dat ze uitnodigen om te gaan gokken. Om dat te voorkomen, bedacht Colijn een straf- en beloonsysteem, afgekeken van computerspelletjes. Een fout antwoord levert niet alleen strafpunten op, maar ook wachttijd. Maak je meer fouten achter elkaar, dan loopt deze wachttijd op. Het omgekeerde gebeurt als je veel goede antwoorden achter elkaar geeft.

De computer heeft al zo'n tweehonderd studenten leren programmeren in de taal Delphi. De uitleg van docent drs R.J.M. Hartog, die achter een computer met zijn muis allerlei dingen laat zien, is opgenomen. Deze film kan de student zo vaak afdraaien als hij wil. Ook de oplossingen van de programmeeropdrachten zijn te zien. De Delphi-taal in een boek beschrijven zou veel omslachtiger zijn. Een filmpje van vijf minuten kan soms tachtig bladzijden dictaat vervangen, schat Hartog. Een klein probleempje: Hartog's door de computer vervormde stem ligt niet prettig in het gehoor.

Bij de voorbeeldprojecten kwam het Steunpunt educatief computergebruik ook knelpunten tegen. Zo zijn de programmeurs en vormgevers bijna altijd op tijdelijke contracten aangesteld. Hun vertrek leidt tot verdwijning van veel expertise, waarvan bij nieuwe projecten dus geen gebruik meer te maken is.

De ontwikkelingen op computergebied gaan zo snel dat sommige programma's al na drie jaar verouderd zijn. Samenwerking met andere instellingen lijkt daarom noodzakelijk voor betaalbare grootschalige toepassing van informatietechnologie in het onderwijs. Dat komt echter niet zo makkelijk van de grond. Docenten willen vaak alleen programma's gebruiken die voor bijna honderd procent met hun eigen wensen overeenkomen", vertelt Smolenaars.

Re:ageer