Wetenschap - 17 september 1998

De begaanbaarheid van een bouwlocatie

De begaanbaarheid van een bouwlocatie

De begaanbaarheid van een bouwlocatie
Lenno Vermaas, Grondbewerking
Kan de heimachine zonder problemen over de bouwkavel rijden of zal hij hopeloos wegzakken? Aannemers hebben er een geoefend oog voor, maar hun oordeel is niet altijd juist, weet Lenno Vermaas sinds zijn afstudeervak Grondbewerking
Dat de draagkracht van de bodem gemakkelijk kan worden overschat, ondervonden Vermaas en zijn begeleider bij een bezoek aan een bouwlocatie in de buurt van Rotterdam. Zie maar wat er gebeurt als je er loopt, kregen ze te horen. Vermaas en zijn begeleider zakten tot hun knieen in de modder
Onbegaanbare kavels en wegzakkende voertuigen kunnen bouwprojecten flink vertragen. Een slecht begaanbaar terrein wordt bovendien flink kapot gereden. Dat zorgt voor onveilige werksituaties. Slippende voertuigen laten diepe sporen achter waarin de werknemers kunnen struikelen
Het ministerie van VROM, de grootste opdrachtgever van bouwprojecten, wil de veiligheid vergroten. Het ministerie besteedde een onderzoek uit, waarvan een deel terecht kwam bij de sectie Grondbewerking. Vermaas, student Landbouwtechniek, maakte er een vijfmaands afstudeervak van. Hij zocht naar een eenvoudige methode om te beoordelen of een voertuig, gelet op het gewicht, het aantal aangedreven assen en het type banden, geschikt is om over een bouwlocatie te rijden. Het gaat daarbij niet alleen om de vraag of een voertuig over een terrein kan rijden, maar ook of de bodem niet te veel wordt beschadigd
Bouwbedrijven lopen op dit punt volgens Vermaas flink achter op de landbouw. Bij landbouwmachines is het al langer gebruikelijk om de voertuigen en met name de banden zo te kiezen dat de machines de bodem zo min mogelijk beschadigen. In de bouw wordt veel grover gewerkt. Bij het beoordelen of een terrein begaanbaar is, gaan aannemers tot de grens. Bij slecht weer of een hoge grondwaterstand ontstaat dan oponthoud. Dat kost super veel geld.
Voor zijn onderzoek maakte Vermaas gebruik van het in de jaren zeventig ontwikkelde begaanbaarheidsmodel van Brixius. Met dit model kan worden uitgerekend wat de optimale trekkracht is van een voertuig, gelet op zijn gewicht en de bandenspanning
Vermaas had de beschikking over een lijst met alle type voertuigen die op een bouwlocatie kunnen voorkomen, maar hij kwam er na literatuuronderzoek en gesprekken met bandenfabrikanten al snel achter dat het niet uitmaakt om wat voor soort voertuig het gaat. In zijn model stopt hij slechts parameters als het gewicht van het voertuig, het gewicht dat op een band drukt en bandkenmerken als de soepelheid, breedte en diameter. Ook de koppel, de kracht die de motor van het voertuig via de versnellingsbak op een as overbrengt, is van belang. Tenslotte heeft Vermaas de indringweerstand van de bodem nodig, een maatstaf voor de draagkracht van de bodem
Met behulp van het model kunnen aannemers een afgewogen keuze maken met betrekking tot het type voertuig dat ze op een terrein inzetten en welk type band ze zullen gebruiken
Meer dan grove richtlijnen geeft het model echter niet. Zo beoordeelt Brixius alleen de bovenste vijftien centimeter van de grond. Ook gaat het model ervan uit dat voertuigen alleen rechtuit rijden en niet wenden en keren. Het onderzoek is dus nog lang niet af, zegt Vermaas
Vermaas heeft naast het model van Brixius ook nog de militaire methode gebruikt om de begaanbaarheid van een terrein te beoordelen. Militairen hebben een heel andere manier van werken. Zij maken een grove analyse van de bodem tot op een meter diepte en kijken vervolgens of een voertuig er overheen kan. Het gaat er daarbij om of een voertuig ergens kan komen, niet om de vraag hoe. Ze kijken niet naar de banden of naar de sporen die een voertuig maakt. Het is een kwestie van go of no go, legt Vermaas uit
Vermaas liep een week mee op de kazerne in Ede, waar hij in een klas met terreinspecialisten zat. Hij trok met hen het veld in om analyses te doen. Een bijzondere ervaring, volgens Vermaas. Je bent in burger, terwijl iedereen in zijn groene pak loopt. Het was aanvankelijk de bedoeling dat Vermaas de militaire methode en het model van Brixius zou combineren, maar dat bleek niet mogelijk. Daarvoor zijn de benodigde parameters te verschillend. Vermaas denkt echter dat de modellen, zeker in de beginfase van een bouwproject, goed naast elkaar kunnen worden gebruikt. Wanneer het terrein bouwrijp is gemaakt en er bijvoorbeeld een extra laag zand is aangebracht, is het militaire model niet meer geschikt
Vermaas vond het motiverend om met een praktisch onderwerp bezig te zijn. Je wilt een zo helder mogelijk model, zodat een aannemer kan zien of zijn keuze voor een voertuig goed is. Voor de universiteit is een negatief resultaat ook goed. Nu kun je doorgaan tot je een goed resultaat hebt. Een verzoek om nog twee maanden door te gaan met dit onderwerp heeft Vermaas echter afgewezen wegens tijdgebrek. Hij gaat een jaar in het bestuur van studentenroeivereniging Argo zitten

Re:ageer