Wetenschap - 21 november 1996

De LUW en het NOS-weerbericht

De LUW en het NOS-weerbericht

Het is zeer vermakelijk om naar het NOS-weerbericht te kijken. Het vermakelijke is de stelligheid waarmee over de onzekere toekomst wordt gepraat. Zo geeft Erwin Krol ons in niet mis te vatten woorden te verstaan dat we morgen een vreselijk winderige en regenachtige dag tegemoet gaan. Komt de volgende dag: een stralende zonneschijn van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Nooit wordt er iets geleerd uit verkeerde voorspellingen, steeds gaat het weer met diezelfde zekerheid door.

Zeer vermakelijk, vooral omdat dit gedrag zoveel lijkt op dat van de LUW in haar publieke rol als bron van expertise over de toekomst van de landbouw. En dat moet je heel letterlijk opvatten, want onze beste hoogleraren fungeren als directe adviseurs van landbouwminister Van Aartsen en schrijven de speeches van premier Kok. Wat is het geval?

Het geval is de Nederlandse opstelling ten aanzien van het wereldvoedselvraagstuk dat weer actueel is door de Voedseltop, vorige week in Rome. Daar staat in NRC Handelsblad van 12 november het volgende over te lezen:

  • De Nederlandse regering vindt de voedselzekerheid in de eerste plaats de zorg van nationale overheden;
  • Ook noemde een paar maanden geleden op de LUW de bevolkingsgroei de moeder van alle problemen;
  • In ieder geval is een verdere liberalisering van de wereldhandel nodig die de productie en handel stimuleert, aldus minister Van Aartsen;
  • Op de komende Wereldvoedseltop zal verdubbeling van de wereldvoedselproductie in de komende dertig jaar centraal staan. Nederland staat achter dit streven.

    In het stuk worden ook een paar kritische geluiden aangehaald, waaronder die van H. van der Meulen van de stichting Landbouw en Eetcultuur in Nederland (Lacune) en die van onze eigen Niek Koning, die vraagtekens zet bij de verdere liberalisering van de wereldhandel. Dus gelukkig toch nog een dissidente mening uit de LUW.

    Maar waar we mee zitten is het standpunt van onze regering dat is ingegeven door de adviseurs van de LUW. Daaruit spreekt geen enkele twijfel. De oplossingen zijn duidelijk. Onzekerheid is niet aan de orde. En dus doet Nederland mee aan een vertoning, vermakelijk theater!

    Laat ik bovengenoemde standpunten kort in twijfel trekken, niet omdat ik het zo zeker weet, maar omdat er gegronde redenen zijn om twijfels te hebben bij het Nederlandse standpunt.

    1) Voedselzekerheid is niet alleen een kwestie van nationale overheden. De arbeidsproductiviteit in de landbouw in industrielanden is 37 maal hoger dan die in het zuiden, terwijl de arbeidskosten 22 tot 28 keer hoger zijn. Dus zijn productiekosten van voedsel nu lager in de industrielanden dan in het zuiden. Er wordt dan ook veel geimporteerd vanuit de industrielanden. Hoe kun je nu stellen dat de landen in het zuiden in dergelijke omstandigheden de voedselzekerheidsproblematiek zelf moeten oplossen, vooral als je ook nog verdere liberalisering voorstelt? Hoe is het mogelijk dat onze Wageningse adviseurs kennelijk zo weinig in staat zijn om een systeemperspectief te hanteren? Of zou het standpunt van de regering gedreven zijn door cynisme en de kansen voor de BV Nederlandse landbouw, zoals Van der Meulen suggereert? In dat geval moet je dus ernstige vraagtekens zetten bij de onafhankelijkheid van de advisering van de LUW.

    2) De bevolkingsgroei als moeder van alle problemen. Het is mij een raadsel hoe onze socialistische premier zich door zijn Wageningse adviseurs tot zulke uitspraken kan laten verleiden, en zo totaal voorbij kan gaan aan de ongelijke toegang tot voedsel, vooral waar iedereen het erover eens is dat er thans genoeg voedsel is voor iedereen, maar dat de verdeling ervan ongelijk is. Geef mij dan het standpunt van nota bene de paus maar, die bij de opening van de voedseltop de bevolkingsproblematiek natuurlijk angstvallig vermeed, maar de nadruk legde op de ongelijke verdeling.

    3) Verdere liberalisering van de wereldhandel. Het lijkt mij genoegzaam bekend dat je vragen kunt stellen bij de werking van de vrije markt. Ik dacht, als niet-econoom, dat er drie belangrijke terreinen zijn waarop de markt faalt: bij het zorgen voor een pariteitsinkomen voor onze eigen boeren (de voordelen van productiviteitsstijging in de primaire productie worden immers voortdurend doorgegeven aan handel en consument); bij het zorgen voor een duurzame landbouw en, ten derde, bij armoedebestrijding.

    De markt werkt in het voordeel van degenen die het goedkoopst kunnen produceren en voorop lopen. Maar ontwikkeling is niet een soort hardloopwedstrijd waarbij iedereen uiteindelijk aankomt, maar eerder vergelijkbaar met professioneel voetbal: een rijke club kan de beste spelers kopen, verdient nog meer, enzovoorts.

    Er zijn dus drie redenen om althans vraagtekens te zetten bij die positieve werking van de vrije markt. En ik denk ook dat Niek Koning gelijk heeft als hij zegt dat de vrije markt de boeren in het zuiden steeds minder toestaat kunstmest te gebruiken voor de voedselproductie. Die kunstmest heeft direct te maken met het volgende punt.

    4) De verdubbeling van de voedselproductie in dertig jaar. De technische fix. En we weten dat het kan. De beroemde WRR-studie die de Wageningse adviseurs hebben uitgevoerd, heeft het immers aangetoond. Als je alleen naar water, zon en beschikbare bodems kijkt, kan zelfs West-Afrika een graanschuur van de wereld worden! Tien ton per hectare, maar liefst, en dat in dertig jaar. Het is gewoon schattig, dat optimisme, die zekerheid waarmee onze Wageningse jongens de wereld tegemoet treden. Wat zijn ze toch deskundig... Vooral als je alleen naar de abiotische factoren kijkt en alle andere factoren onder het kleed veegt. Maar dat heeft onze jongens nog nooit een toontje lager laten zingen.

    Al met al krijg ik een behoorlijk Krols gevoel als ik het optreden van onze LUW bekijk. Ik vind het normaal dat mensen het fout hebben. Maar het wordt vermakelijk als ze maar blijven volhouden dat ze het bij het rechte eind hebben, ook als er zeer goede gronden voor twijfel zijn. Maar dat vermakelijke geldt vooral als het om een andere club, zoals de NOS, gaat. Waar het mijn eigen LUW betreft, kan ik niet anders zeggen dan dat ik me rot schaam.

  • Re:ageer