Wetenschap - 11 juli 1996

De Hoog:

De Hoog:

Er is een tijd geweest dat het college van bestuur en de universiteitsraad van de LUW langdurige politieke debatten voerden. Die tijd is voorbij, stelde feestredenaar dr C. de Hoog tijdens de viering van de honderdste vergadering van de universiteitsraad, op 9 juli in het Wageningse arboretum.


De universiteitsraad is een geoliede machine geworden. Veel besluiten worden in commissies genomen, het besturen op afstand is een feit. Zozeer zelfs dat de hedendaagse raadsvergaderingen niet alleen kort van duur zijn, maar in veel gevallen ook uiterst slaapverwekkend."

Het huidige college van bestuur kan geen kwaad doen bij het raadslid De Hoog, hoewel ik mijn uiterste best heb gedaan om deze boven ons gestelde bestuurders thuis in mijn studeerkamer van een vijandbeeld te voorzien."

Ik heb het geprobeerd bij Theo Vos", opende hij de rondgang langs het college van bestuur. Maar zo'n innemende en lieve man kan toch geen vijandbeeld opwekken."

Henk van den Hoofdakker dan; hij heeft toch bijna alles om een vijandbeeld te creeren. De mooiste auto van de LUW, de op een na opmerkelijkste loopbaan van de LUW, de beste spreker van de LUW, de machtigste man van de LUW. Dat is toch een mooie vijand voor een universiteitsraadslid? Neen, dames en heren, want dat willen we toch allemaal hebben, wat Henk heeft."

Maar Kees Karssen, dat moet toch lukken. Een mannenbroeder, in de raad soms een drammerige calvinist, een man met de opmerkelijkste loopbaan van de LUW, van AbvaKabo (de rector corrigeert nu: CMHF, red.) naar het college. En altijd benoemd en nooit gekozen. In de huidige rector moet toch een mooi vijandbeeld kunnen zitten? Neen, dames en heren, als je ziet hoe overtuigd Kees Karssen zijn veel te vroeg ingenomen verloren standpunten verdedigt, dan kan ik niet boos zijn op die man."

De Hoog eindigde met het uitspreken van de hoop dat de heren Ritzen en Van Aartsen en onze volksvertegenwoordigers beseffen dat een universiteit geen melkfabriek is en dat de Wageningse universiteitsraad niet heeft gefunctioneerd en functioneert zoals de Haagse beelden de werkelijkheid beschrijven."

Voor de raadsleden had hij een troost. Uw werk is niet voor niets geweest. Als u straks naar huis gaat, kunt u tegen uw geliefde, geliefden of tegen de hond of kat zeggen: ze hebben het gezegd, het was goed dat ik de stukken in het weekend las en niet met je wilde spelen, want ik heb een essentiele bijdrage aan een bestuur van een universiteit geleverd. Als gezinssocioloog kan ik u zeggen dat het thuisfront daar zeer, zeer blij mee zal zijn."

Re:ageer