Wetenschap - 15 mei 1997

Consument kan biotech-product nog steeds rug toekeren

Consument kan biotech-product nog steeds rug toekeren

Consument kan biotech-product nog steeds rug toekeren
Gebrek aan kennis over voedselproductie bemoeilijkt dialoog
De Nederlandse consument blijkt de soepen en sauzen met gemanipuleerde soja erin gewoon te kopen. Toch is het voor biotech-bedrijven nog te vroeg om opgelucht adem te halen. Een boycot van nieuwe voedingsmiddelen blijft een dreiging, zolang de discussie over de voedselproductie niet verbetert
Sinds een paar maanden kunnen in soepen, sauzen, toetjes, pizza's, koeken, brood en poedermelk eiwitten zitten, afkomstig van genetisch gemodificeerde soja. Het Produktschap Margarine, Vetten en Olien, die de soja-verwerkende bedrijven vertegenwoordigt, heeft hierover vijftienhonderd telefoontjes gehad. Slechts een op de tienduizend Nederlanders heeft afgelopen half jaar dus naar het wijd verspreide informatienummer gebeld. Connie Elie: Mensen hadden veel praktische vragen, zoals: Mijn kind heeft een koemelkallergie; kan ze dan nog soja-melk drinken? Of: Wat is nu precies met die soja gebeurd? Als mensen vroegen naar de veiligheid, benadrukten we dat de overheid de soja veilig heeft bevonden.
In Nederland heeft de introductie van de eerste voedingsmiddelen waarbij genetische manipulatie aan te pas kwam, niet tot grote demonstraties of kopersstakingen geleid. Greenpeace riep in februari op tot massaal bellen naar Unilever, maar dit leidde tot slechts tweehonderd telefoontjes. Ook de inzet van enzymen uit gemanipuleerde schimmels voor de bereiding van brood en babymelk verliep twee jaar geleden geruisloos
Toch is de spanning rond de introductie van biotechnologisch voedsel nog niet geweken. In Oostenrijk is de stemming uiterst beladen. Vorige maand hebben 1,2 miljoen Oostenrijkers zich uitgesproken tegen gentechnologie in de voedingsindustrie. Supermarktconcern Julius Meinl liet voor de televisie-camera duizenden chocoladerepen van het merk Toblerone vernietigen, omdat daarin mogelijk gemanipuleerde soja was verwerkt. In Duitsland vernietigden actievoerders laatst een proefveld met gemodificeerd koolzaad en in januari drongen veertig Franse topkoks in de havenstad Dieppe aan op het niet invoeren van transgene voeding uit respect voor authentieke smaak en authentieke producten
Uit angst voor kopersstakingen of een slechte naam wil een deel van de voedingsindustrie voorlopig geen biotech-producten gebruiken. Unilever Duitsland, Nestle Duitsland, Nutricia, Kraft en Dr Oetker betrekken soja uit andere landen dan Amerika, of olie uit andere gewassen dan soja. Concurrerende bedrijven zijn bang voor met veel tamtam aangekondigde non-genverklaringen, omdat de consument dan kan denken dat er toch iets mis is met de producten
Voorlichtingskundige prof. dr Cees van Woerkum acht de situatie momenteel ongewenst labiel. Ik ben erg onzeker over het publiek. Biotechnologie is nog steeds een bijzonder gevoelig thema en het is absoluut niet te voorspellen waar het naartoe gaat. De LUW-hoogleraar was voorzitter van het Communicatie-overleg, waarin vertegenwoordigers van ministeries, bedrijven en maatschappelijke organisaties zich de afgelopen twee jaar bogen over eventuele problemen bij de introductie van gentech-producten
In deze club merkte de hoogleraar dat partijen die elkaar aanvankelijk bij het minste of geringste in de haren vlogen, begrip voor elkaars standpunten kregen. Dat is een vooruitgang in de discussie, constateert hij, maar de kloof tussen de ingewijden in de biotechnologie en het publiek is onverminderd groot
Huishoudschool
Allereerst kampt het publiek met gebrek aan kennis. Niet alleen over biotechnologie, zo ervaart consumentonderzoeker ir Anneke Hamstra van onderzoeksbureau Swoka, maar ook over de huidige manier van voedselproductie. Ik denk dat heel wat mensen zouden schrikken als ze eens een tijdschrift voor levensmiddelentechnologie zouden openslaan en zagen wat er aan chemische scheiding en bewerking gebeurt. Vroeger gingen meisjes naar de huishoudschool en leerden daar hoe voedsel werd verwerkt. Dat is minder geworden, terwijl de verwerkingstechnieken enorm zijn veranderd. Met weinig kennis over de huidige productiemethoden is het lastig discussieren over een nieuwe techniek, omdat mensen moeilijk kunnen vergelijken.
Wie weinig kennis van iets heeft, zo is Van Woerkums eigen ervaring, reageert voornamelijk associatief, vanuit vage intuities. Dat heeft volgens hem als nadeel dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen gewenste en niet-gewenste toepassingen, en dat onverschilligheid plots kan omslaan in een negatieve houding. Een van de associaties bij biotechnologie is dat het niet natuurlijk is. Veel mensen vinden dat voedsel natuurlijk moet zijn geproduceerd en de industrie werkt mee aan dat beeld. Op melkpakken zie je geen koe aan een melkrobot, maar een grazende koe in een groene wei. Vanuit het gevoel van niet-natuurlijkheid kunnen mensen een gemanipuleerd gewas laten liggen, ook al zijn bij het oude product veel chemicalien gebruikt
Multinationals
Uit een Zwitsers consumentenonderzoek bleek dat wat mensen onder natuurlijk verstaan, overeen komt met wat in de biologische landbouw gebeurt. Dat zou dan vragen om een fundamentele discussie over de wenselijke verhouding tussen biologische landbouw en gangbare landbouw. Swoka-onderzoeker Hamstra vindt dat momenteel zelfs zulke bredere discussies moeilijk zijn te voeren, vanwege het kennisgebrek
Een tweede associatie van waaruit het publiek reageert, is dat biotechnologie van de multinationals komt. Die zijn niet open over wat ze doen, zo is het gevoel, en willen graag dat het publiek genetische manipulatie accepteert. Toen Greenpeace deze herfst actie voerde tegen de grote boot met gemanipuleerde mais uit Amerika, versterkte ze dit gevoel. Incidenten als met stier Herman, waarbij het bedrijf informatie achterhield, zijn ook dodelijk. Mensen willen graag zelf kunnen kiezen, verklaart Van Woerkum. Als ze het idee hebben dat de industrie heel graag wil dat ze een bepaalde kant op gaan - een terecht idee overigens - kan zich dat vertalen in een welbewust niet meedoen. Vanuit die wens tot autonomie is de roep om etikettering begrijpelijk. Bedrijven moeten die wens respecteren, vinden Van Woerkum en Hamstra
Wat de biotechnologiediscussie voor het publiek extra lastig maakt, is dat biotechnologen en milieugroeperingen het structureel oneens zijn over de risico's van de nieuwe producten. Ook politici en beleidsmakers zijn daar nog niet uit, terwijl ze wel al over de producten moeten beslissen. Illustratief was de slepende strijd om de Europese toelating van de insectenresistente mais van Ciba Geigy. Nadat deze in januari eindelijk was toegelaten, sprak het Europees parlement zich in februari alsnog uit tegen de mais
Volgens dr ir Rene van Schomberg, filosoof aan de Katholieke Universiteit Brabant, is een van de problemen bij de risicodiscussie dat organisaties en landen het begrip veiligheid verschillend definieren. Zo achten Engeland en veel biotechnologen een gemanipuleerd gewas veilig als het even (on)veilig is als gewassen in de gangbare landbouw. Noorwegen, Oostenrijk en Denemarken nemen nadrukkelijk de vraag mee of het nieuwe product past in een duurzame landbouw. Zij willen bovenop de risico's van de gangbare landbouw zo min mogelijk nieuwe risico's nemen
Maar het per product vormen van een oordeel hierover, vraagt veel tijd en mensen hebben het al zo druk. Van Woerkum: Je moet constateren dat bij veel maatschappelijke problemen mensen eigenlijk geen tijd hebben om zich erin te verdiepen. Over biotechnologie stelt de overheid veel informatie beschikbaar, maar wie niet is geinteresseerd, vindt die niet. Via de media zou een stuk informatievoorziening kunnen verlopen, maar de meeste journalisten hebben vreselijke moeite om vat op de discussie te krijgen en laten het bij incidentenrapportage. Opvallend is ook dat er geen politici zijn die zich aan biotechnologie verbinden. Wel zie je nu dat biotechnologie in het onderwijs een grotere plaats krijgt.
Rest de vraag of het niet te veel is gevraagd van het publiek om zich ook nog in biotechnologie te verdiepen. Is de overheid er niet voor om dat in goede banen te leiden? Niet alleen, constateert Van Woerkum. De overheid zit net op de toer: wij stellen de randvoorwaarden en de samenleving moet keuzes maken.

Re:ageer