Wetenschap - 29 februari 1996

Concentratie versus spreidingvan de varkenshouderij

Concentratie versus spreidingvan de varkenshouderij

Gerda Louwers, planologie

Toen ik aan de Landbouwuniversiteit kwam, viel mij tijdens de colleges op dat de landbouwproblematiek voornamelijk vanuit de milieuhoek werd belicht. De boer krijgt de schuld. Ik wilde weleens de andere kant van de zaak bekijken en ben daarom zoveel mogelijk de sociale kant van de landbouw in mijn orientatie gaan stoppen. Misschien heeft mijn interesse ook te maken met het feit dat mijn ouders een melkveehouderijbedrijf hebben. Ik weet het niet. In ieder geval interesseert het onderwerp me en wil ik mijn studie zo inrichten dat ik nadien een positieve bijdrage kan leveren aan de oplossing van de landbouwproblematiek."


Gerda Louwers is student Landinrichtingswetenschappen en rondde deze week haar eerste afstudeervak planologie af. Het ging over de intensieve varkenshouderij. Wat gaat daarmee gebeuren? Zal deze zich verder concentreren op de zandgronden in Noord-Brabant en Gelderland of zal de sector zich verspreiden over de noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe? Wat kan je verwachten op grond van het overheidsbeleid en de houding van boeren?

Om deze vragen te beantwoorden, dook Louwers eerst in de geschiedenis. Daarna analyseerde ze het beleid van rijk en provincies en vroeg ze de gemeenten welk vergunningenbeleid deze erop nahielden. Ook keek ze of reeds veel boeren in de noordelijke provincies een vestigingsvergunning hadden aangevraagd. Om het plaatje compleet te maken, ging ze vervolgens de boer op. Ze interviewde varkenshouders in De Peel over hun toekomstverwachtingen en plannen.

Dat leverde een aardig beeld op over de spreiding van varkensbedrijven. Die is niet noemenswaardig. In de noordelijke provincies is het aantal varkensboeren nauwelijks toegenomen, blijkt uit cijfers van het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) en de ministeries van LNV en Vrom.

Een belangrijke oorzaak is volgens Louwers dat varkensboeren een sterke binding hebben met de streek en de familie. Geloof speelt hierbij een belangrijke rol. De katholieke varkensboeren vrezen dat ze niet worden geaccepteerd in de overwegend protestantse noordelijke streken."

De push-factoren in de concentratiegebieden - beleid dat boeren stimuleert hun bedrijven elders voort te zetten - en de pull-factoren in de spreidingsgebieden - beleid waarmee bedrijven worden aangetrokken - zijn volgens Louwers minder krachtig dan de binding met streek en familie.

De eerste paar jaar zal de intensieve varkenshouderij dan ook blijven in de concentratiegebieden, meent de student. Daarna is het onduidelijk wat er gaat gebeuren. Er zijn volgens Louwers drie ontwikkelingen mogelijk. De huidige trend zet zich voort, de boeren gaan toch verhuizen naar de noordelijke provincies en spreiden zich dus over Nederland, of er ontstaat een soort superconcentratie.

Bij de spreiding kan gedacht worden aan samenwerking tussen akkerbouwers en veetelers. Er ontstaat als het ware een gemengd bedrijf, waarbij de varkenshouder de mest goedkoop kan afzetten op het land van de akkerbouwer en er van grote milieubelasting geen sprake is. Bij de superconcentratie denkt Louwers meer aan een soort industriele varkenshouderij. De varkenshouder vestigt zich tussen andere industrie op grote bedrijfsterreinen en is gericht op bulkproduktie. De milieubelasting wordt groter in het industriegebied. maar verdwijnt uit andere gebieden.

Met deze scenario's hoopt Louwers een handvat te geven voor een discussie over de varkenshouderij. Ze heeft zelf geen voorkeur voor spreiding of concentratie. Ze hebben allebei mooie kanten. Dat industriele scenario schrikt mij niet af. Er kunnen dan grote, schone, hoogwaardig technologische bedrijven ontstaan. Maar voor een gemengd bedrijf valt ook wel wat te zeggen. Misschien biedt het meer werkgelegenheid."

Wat ze hierna gaat doen? Tja, dat weet ze niet. Deze week heeft Louwers een gesprek bij de directie Zuid van het ministerie van LNV in Eindhoven. In ieder geval wil ze weer iets doen met verkenningen. Ik vind het leuker om met de toekomst bezig te zijn dan met het verleden."

Re:ageer