Wetenschap - 11 juli 1996

Commissie pleit voor minder agrarische opleidingen

Commissie pleit voor minder agrarische opleidingen

De vijf agrarische hogescholen moeten veel meer samenwerken, teneinde de onderwijskwaliteit op peil te houden. De afzonderlijke hogescholen zijn daar niet toe in staat, omdat de studentenaantallen afnemen en de hogescholen minder personeel kunnen aanstellen, terwijl de studenten en de werkgevers vragen om bredere opleidingen, waarbij ook milieu, natuur en maatschappij aan bod komen.

Dat stelt de visitatiecommissie landbouw van de HBO-Raad, die de kwaliteit van het hoger agrarisch onderwijs heeft beoordeeld. De commissie laat zich kritisch uit over de huidige groei aan studierichtingen van de hogescholen. De naamgeving is niet indicatief voor de werkelijke invulling van de opleidingen." In plaats van het plan dat de hogescholen momenteel bespreken, elf opleidingen concentreren tot zes, voelt de visitatiecommissie meer voor gezamenlijke afspraken over de afbakening van de opleidingen, teneinde het overaanbod op deelgebieden te voorkomen".

De hogescholen moeten kiezen voor de opzet van brede opleidingen met enkele specialisaties", omdat de arbeidsmarkt om breed opgeleiden vraagt, aldus de commissie. Niet elke hogeschool hoeft alle specialisaties te bieden; ontwikkeling en sanering van gelijkgestemde richtingen is wellicht een oplossing." Zo moet de studierichting Landbouw van de hogeschool in Dronten worden opgeheven en geeft de commissie de sluiting van de richting Plantenteelt in Den Bosch in overweging.

De hogeschool Larenstein bestaat uit twee eilanden, constateert de commissie. De (tropische) landbouwrichtingen in Deventer en de landgebruiksrichtingen in Velp werken niet samen en versterken elkaar niet. Omdat de commissie geen verbetering verwacht, adviseert ze Larenstein te komen tot inhoudelijke coalities met andere hogescholen. Twee hogescholen hebben inmiddels actie ondernomen: Larenstein en Dronten onderzoeken momenteel of ze kunnen fuseren.

Re:ageer