Wetenschap - 21 maart 1996

College overweegt sectorbureaus op te heffen

College overweegt sectorbureaus op te heffen

Het college van bestuur overweegt een nieuwe bestuursstructuur in te voeren, waarbij de sectorbureaus worden opgeheven. Het college denkt de taken van de sectorbureaus te kunnen splitsen. De ondersteuning van de onderzoeksinstituten, en straks de onderwijsinstituten, wil het college in een apart bureautje onderbrengen. Het werk van de sectorbureaus voor de vakgroepen moet in departementen worden ondergebracht.


Met de term departementen probeert het college aan te geven dat het vakgroepen wil laten fuseren. Zelf praat het college niet meer over vakgroepen, omdat minister Ritzen ze niet langer noemt in zijn bestuurswet. Ze heten voortaan basiseenheden, die moeten worden samengevoegd. De nieuwe eenheid wordt geleid door een departementshoofd, een van de hoogleraren. De overige professoren heten voortaan overeenstemmingshoogleraar.

Door het departementshoofd verantwoordelijk te maken voor bestuur en beheer, hoopt het college te komen tot integraal management. Dat betekent dat een iemand de relatie moet leggen tussen onderwijs en onderzoek enerzijds en het daarvoor benodigde geld en personeel anderzijds. Hoeveel departementen het college wil, is niet duidelijk; de gedachten lijken uit te gaan naar zo'n vijftien eenheden.

Het is overigens nog allerminst zeker of het college uiteindelijk een concentratie van vakgroepen wil doorvoeren en de sectorbureaus wil opheffen. Het bestuur werkt met concept-notities van de hand van griffier drs P. den Besten; de collegeleden zitten niet op een lijn. Wel is het departementenvoorstel de afgelopen week voor commentaar naar de sectorbureaus gestuurd. De sectordirecteuren zullen op 25 maart op het voorstel reageren.

De kritiek op het concept-voorstel van het college is niet mals, leert navraag. Het sectorbureau Produkt- en biotechnologie stelt in een brief aan het college en de overige sectoren: Uw ideeen voor een aanpassing van de beheersstructuur worden door ons niet begrepen en komen over als een afkeuring van al hetgeen in de afgelopen jaren binnen de sector is gerealiseerd." De sector noemt de aanpassingen onnodig en mogelijk contraproduktief voor de ondersteuning van het onderwijs en onderzoek.

Sectordirecteur dr ir P. de Visser is het met die kritiek eens. Het is volkomen onverantwoord om voortdurend hoogleraren te belasten met directeursfuncties. We hebben nu vier onderwijsinstituten en zeven onderzoeksinstituten met een hoogleraar aan het hoofd, en dan moeten er ook nog eens vijftien hoofd worden van een departement. Je onttrekt ze zo aan het onderwijs en onderzoek, waarvoor ze zijn aangetrokken. We hebben nu zes jaar ervaring met de sectorbureaus en die functioneren naar volle tevredenheid van de vakgroepen. Die worden nu zonder enig zinnig argument weggeschoven."

Re:ageer