Wetenschap - 31 augustus 1995

Cirkelredeneringen en reeenkringen

Cirkelredeneringen en reeenkringen

Albert Sikkema leverde aan het WUB van 10 augustus een bijdrage over het onderwerp dat intussen het klassieke repertoire van het Monster van Loch Ness heeft vervangen: Zomerse graancirkels.

Op gevaar af de redactie te ontstemmen door haar voor de toekomst definitief komkommertijdvulling te onthouden, ga ik toch hier gewoon serieus de minst onwaarschijnlijke verklaring voor de graankringen geven (de ware dus). Die is zeer aards en landelijk. Per slot is dit een universiteitsblad en wel van een LANDbouwuniversiteit (al lijkt het er op dat men bezig is het LANDkarakter meer en meer te verdoezelen).

Uit eigen waarneming, gecombineerd met berichten in de media, heb ik vastgesteld dat er twee met zekerheid geverifieerde verklaringen voor crop circles zijn. Daarvan wordt er in het artikel van Sikkema, naast de komkommerologische, maar een genoemd: grapjasserij in navolging van een practical joke een jaar of wat geleden in het Verenigd Koninkrijk. Met alle respect voor gerenommeerde instellingen brengt mij dit toch aan het twijfelen omtrent het al of niet bewust negeren van de waarheid door het in het bewuste artikel genoemde Centre for Crop Circle Studies (CCCS).

Zo trof ik verleden jaar juli bij mijn zwager in de Biesbosch prachtige cirkels aan. De lokale krant suggereerde reeds buitenaardse oorzaken. Het waren gave cirkels van platgetrapt graan in de rijpe tarwe. Ze liepen gedeeltelijk ook door elkaar heen. De diameter was tien a vijftien meter en de breedte ruim een meter. Het graan lag tegen de grond gedrukt(-trapt), voornamelijk in een richting. Op de cirkels kwamen kale trekker sporen uit. In de cirkels en trekkersporen troffen wij duidelijk reeenkeutels aan en het zeer droge grondoppervlak toonde nog vaag ree-achtige prenten. Er worden in dat gebied de laatste tijd in toenemende mate reeen gezien.

Als men het gedrag van reeen in de bronstijd kent, ligt de verklaring voor de hand. Ik heb begin zestiger jaren, op een kaalslagperceel bij Hackfort, eens gezien dat een reegeit als maar in een kringetje rond liep, gevolgd door een bok zonder dat de geit zich liet pakken, het duurde zo eindeloos dat ik het niet verantwoord achtte ten opzichte van mijn werkgever (Stiboka destijds) mijn gluurderij voort te zetten, waarop het minnespel wreed door mijn hernomen werkzaamheden werd verstoord. In diezelfde Biesbosch waar we de kringen in de tarwe waarnamen, trof ik in dezelfde week in een rietgrasruigte van de verdronken polder de Dood in een van mijn permanente kwadraten soortgelijke cirkels aan, kennelijk aansluitend op reeenpaden.

Dat het verschijnsel pas de laatste tijd naar voren komt kan twee oorzaken hebben: ten eerste is de ree in het hele land zeer duidelijk toe genomen. In de Biesbosch is dat pas het laatste decennium het geval. Ten tweede leidde de publiciteit rond de grapjasserij ook tot meer aandacht. De geheel platgewalste cirkelronde plekken alsook andere geometrische figuren zijn zonder meer het werk van kwajongens met weinig eerbied voor ons kostelijke graan. De kringen zoals ik ze waarnam in graan en wilde grasruigte zijn voor 99.999 procent zeker altijd (tenzij, na lezing van dit artikel, men ook dat gaat naapen) veroorzaakt door bronstige reeen die immers rond juni/juli in die gemoedstoestand verkeren.

Het is aan het CCCS om nu weer wat nieuws te verzinnen teneinde de komkommertijdnieuwshonger van redacties te kunnen stillen.

Re:ageer