Wetenschap - 5 februari 1998

Chloorthalonil

Chloorthalonil

Chloorthalonil
De rechter heeft vrijdag het gebruik van het bestrijdingsmiddel chloorthalonil aan banden gelegd. De schimmelbestrijder is een van de vijftig stoffen die tuinders en fruittelers nog tot 2000 mochten gebruiken, hoewel ze niet voldoen aan de milieucriteria van de Bestrijdingsmiddelenwet. Zijn er geen alternatieven?
Als het gebruik van chloorthalonil wordt beperkt, worden tuinders in toenemende mate afhankelijk van moderne middelen, waartegen snel resistentie ontstaat. Sommige mensen zien resistentie als het probleem van de toekomst, ook in de tuinbouw. Het zijn juist de oudere middelen die daar geen last van hebben. Dat zijn paardenmiddelen, die minder specifiek zijn dan de moderne middelen. Ze werken heel breed, waardoor de schimmel moeilijk resistentie kan ontwikkelen
Chloorthalonil is zo'n weinig specifiek middel, dat vele toepassingen kent. Het wordt veel gebruikt in de groenteteelt. Het middel is belangrijk, omdat het de opbouw van resistentie tegen nieuwe middelen kan doorbreken. Die nieuwe middelen zijn voor het milieu wel acceptabel. De strategie is dan het gebruik van de moderne middelen te beperken, door het af te wisselen met oudere middelen, of door die twee te mengen
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen moet in 2000 met vijftig procent gereduceerd zijn. Dat gaat heel goed voor insecticiden en voor herbiciden, maar voor fungiciden is het een probleem. Insecticiden kun je vervangen door biologische bestrijding; in plaats van herbiciden kun je onkruid mechanisch bestrijden
Biologische bestrijding is ook bij schimmels in principe mogelijk, bijvoorbeeld met een hyperparasiet, een schimmel die op schimmels groeit. Maar de overgang van onderzoek naar de praktijk is heel moeilijk. Onze vakgroep heeft vier jaar onderzoek gedaan naar de bestrijding van de komkommermeeldauw. Er zijn weinig resistente rassen tegen die ziekte. We vonden een veelbelovende methode in een schimmel die de meeldauw opeet, Verticilium lecanii. Die groeit goed in laboratoria, maar in de praktijk valt het gebruik tegen. Bijvoorbeeld omdat het klimaat in de kas te droog is voor die hyperparasiet. Tuinders willen dat niet, want daardoor krijgen ze weer last van allerlei andere plantenziekten
Ook opschaling is een algemeen probleem. Je moet het biologische bestrijdingsmiddel in grote hoeveelheden kunnen produceren en het middel moet kwalitatief goed blijven. Je kweekt het in grote containers op, dan isoleer je het en maak je het klaar voor de handel. En dan moet het in de winkel nog een paar maanden goedblijven, voor de tuinder het gebruikt

Re:ageer