Wetenschap - 7 november 1996

China kan wereldvoedselmarkt op z

China kan wereldvoedselmarkt op z

Grote meningsverschillen over potenties Chinese landbouw

De Chinese economie groeit razendsnel en beschikt over ongekende potenties. Zo stort prompt de wereldgraanmarkt in als de 1,2 miljard inwoners plotsklaps dagelijks babi-pangang willen verorberen. De rampenscenario's in het westen liggen al klaar, maar vormt de Chinese consument werkelijk een bedreiging voor hongerend Afrika? Koffiedik-kijken in de Chinese keuken.


Bij China weet je het nooit. Je hoort lange tijd niks en dan kopen ze ineens een miljoen ton tarwe. Het land was altijd zelfvoorzienend, maar de laatste twee a drie jaar was het een netto-importeur. Nu zijn de inkopen weer teruggelopen, maar op lange termijn wordt een structureel tekort voorspeld", stelt R. de Zwart, beleidsmedewerker van het Hoofdproduktschap voor akkerbouwgewassen. A. van den Broek van de Koninklijke Vereniging Het Comite van Graanhandelaren beperkt zich eveneens tot kwalitatieve voorspellingen. Nederlandse importeurs zouden graag over exacte cijfers beschikken - China concurreert op dezelfde wereldmarkt - maar de Oosterse black box geeft haar geheimen nauwelijks prijs.

Vele ogen zijn niettemin voortdurend gericht op dit immense land waar bijna een kwart van de wereldbevolking woont, want China kan de hele wereldmarkt verstoren. De afgelopen vijftien jaar bedroeg de economische groei jaarlijks minstens tien procent. In de kustprovincies groeide de industrie sterk, terwijl in het achterland de landbouw bleef overheersen. De regerende communistische partij streeft ondertussen naar zelfvoorziening in granen - afhankelijkheid van de door kapitalistische Amerikanen gedicteerde wereldmarkt is nog steeds taboe.

Maar het is de vraag of China die zelfvoorziening kan handhaven bij een bevolkingsgroei van twee procent. Met name de steeds machtiger kustprovincies kunnen gaan aandringen op snelle en goedkope graanimporten, als alternatief voor de onrendabele gedwongen afname van graan uit moeilijk bereikbare en armlastige binnenlanden. En tot slot kan de rijkere Chinese consument zich ontpoppen als carnivoor en daarmee enorme veevoeder-importen aanjagen.

Watertekorten

De wereldgraanmarkt omvatte in 1993 zo'n 185 miljoen ton. China was een netto-exporteur, maar importeerde niettemin ongeveer 2,4 procent van het graan. Blijft dat zo? Het Amerikaanse World Watch Institute berekende een toekomstscenario tot 2030. Daarbij gingen de onderzoekers uit van een stagnerende landbouwproductie, vanwege gebrek aan nieuwe landbouwgronden - het huidige areaal bedraagt ongeveer honderd miljoen hectare, waarvan zo'n 46 procent geirrigeerd is - en toenemende watertekorten voor irrigatiegebieden. De berekeningen leerden dat China in de toekomst in zijn eentje al het op de wereldmarkt verhandelde graan zou opkopen. Dat zou de prijzen enorm opstuwen en in importerend Afrika enorme problemen opleveren. Als de Chinese vleesconsumptie per inwoner bovendien zou stijgen tot het vier keer zo hoge Amerikaanse niveau, dan zouden de importen oplopen tot zo'n 350 miljoen ton. Commentaar van Van den Broek leert dat de handel deze voorspellingen niet serieus neemt.


De analyses van de FAO, de Wereldbank en het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) concentreren zich op de periode vanaf 1987. Toen wijzigde de regering de Chinese landbouwstructuur. De productie werd geprivatiseerd en het kunstmestgebruik is sindsdien verviervoudigd. Dit leidde tot forse productiestijgingen die gaandeweg afzwakten. De Wereldbank rekent op minder verliezen tijdens opslag en transport en uitbreiding van het geirrigeerde areaal met maximaal twee miljoen hectare door dammenbouw in de Gele Rivier. Maar de grenzen van de groei komen in zicht, mede doordat de overheid te weinig investeert in landbouwonderzoek en voorlichting.

Cooperaties

De Nederlandse landbouwraad in Peking, P. Noordman, voegt toe dat het opleidingsniveau van de boeren laag is en dat ze kapitaal ontberen voor investeringen in bijvoorbeeld hoogwaardig uitgangsmateriaal. Ook belemmert de versnipperde landverdeling een efficiente inzet van inputs - zestig procent van de bevolking woont en werkt op bedrijven van gemiddeld 0,25 hectare. De grootste winst is daarom op korte termijn te boeken op grote staatsboerderijen. De regering ziet langetermijnperspectieven gloren voor cooperaties naar Nederlands model. Deze maken de particuliere productie en verwerking efficienter. Ook kan de uitstoot uit de landbouw de basis zijn voor grotere arealen en een structuurverbetering in de landbouw. Toch denkt Noordman dat China in de toekomst niet zonder aanmerkelijke graaninkopen kan. De USDA becijfert die netto-invoerbehoefte uiteindelijk op tien tot vijftien miljoen in 2005.

Terwijl het World Watch Institute sombert over China's groeiende greep op de wereldhandel, zien USDA en Wereldbank juist ongekende perspectieven voor het particuliere (lees: Amerikaanse) bedrijfsleven. Bijna eenderde van de totale productie moet worden vervoerd en zij gaan daarom uitgebreid in op de benodigde opslag en overslag van graan.

Voor drs P. Elshof van Food World Research and Consultancy is dit bekende kost. Deze multinational-watcher vertelt hoe bedrijven als ADM en Cargill reeds zwaar investeren in China. Zij putten uit hun grootschalige ervaringen, opgedaan op de Mississippi waar konvooien van 120 duwbakken enorme hoeveelheden graan verschepen. De Chinezen halen de Amerikaanse kennis en dollars graag in huis, vertelt Elshof, om de hoge distributieverliezen, die wel tien procent kunnen bedragen, te verminderen. De Thaise multinational Sharoen Pokland, ooit gestart door een gevluchte Chinees, heeft al een fijnmazig netwerk opgezet dat tot ver in het achterland reikt. Sharoen Pokland levert veevoer, sluit contracten met kippenboeren, onderhoudt eigen slachterijen en verkoopt tenslotte het vlees. De Chinese autoriteiten zijn machtig en slim, spelen de multinationals tegen elkaar uit en zorgen dat de investeringen passen in het streven naar zelfvoorziening.

De vraag blijft echter of dat laatste reeel is: een grote misoogst en China moet misschien alsnog internationaal boodschappen doen. Dr E.B. Vermeer van de vakgroep Talen en cultuur van China van de Leidse universiteit moet er bijna om lachen. Hij onderzocht samen met Chinese economen de potentiele graanproductie. Doordat het enorme land meerdere klimaatszones telt, leert de praktijk dat een misoogst bijna altijd elders in het land wordt gecompenseerd. Door deze klimatologische buffer is de schommeling in productie nooit groter dan vijf procent. Bovendien beschikt China over een strategische reserve van zon 120 miljoen ton graan en boerengezinnen beheren tezamen een spaarpot van gelijke omvang. Ook zit er voortdurend zon honderd miljoen ton in de pijplijn, dus aan buffers geen gebrek.

Biefstuk

Ook op lange termijn verwacht Vermeer geen fikse stijging van de importen. Het toekomstige Amerikaanse vleesdieet van het World Watch Institute acht hij niet reeel; op de Oosterse menukaart prijken meer groenten en vis. Bovendien denk ik niet dat de Chinese autoriteiten deviezen willen uitgeven voor een extra biefstuk. De stijgende vraag kunnen ze bijvoorbeeld gemakkelijk beinvloeden met een extra milieuheffing."

Daarnaast stelt de Leidenaar dat de gemiddelde opbrengst per hectare kan stijgen van 3,7 naar 5,5 ton, waarmee hij de projecties van de Wereldbank verwerpt. Ik ga uit van de werkelijkheid. De regering voorspelde in 1990 oplopende importen tot veertig miljoen ton, maar dat is niet uitgekomen. Sinds de jaren tachtig is de productie voortdurend met drie procent gestegen. Vorig jaar is de productie zelfs met twintig miljoen ton gestegen. Dat komt deels door de opkomst van de teelt onder plastic, die het groeiseizoen verlengt. Die kan sterk worden uitgebreid. Verder is de global warming in China's voordeel; warmte is een limiterende factor."

Zelfvoorziening is dus wel degelijk mogelijk, meent Vermeer. Het gaat echter gepaard met nodeloos hoge kosten. Zo ligt ongeveer een kwart van het landbouwareaal in berggebieden. De productie daar is laag en resulteert vooral in erosie, overstromingen en gedwongen verhuizingen. Beter zou het zijn om de helft van die gronden uit productie te nemen. Een ander probleem is volgens Vermeer de fixatie op regionale zelfvoorziening. Het is toch waanzin dat Shanghai niet mag uitbreiden, omdat het zijn eigen rijst moet verbouwen. De suburbane grond kun je veel rendabeler gebruiken. Er is echter onvoldoende geloof in de vrije markt."

Volgens de onderzoeker moet zelfvoorziening niet langer het heilige streven zijn. De belachelijk grote en dure strategische graanreserve kan omlaag en bij lage wereldmarktprijzen moet China gewoon eventjes inkopen doen. Deze en andere adviezen legde Vermeer voor aan de autoriteiten. Die namen er kennis van, maar zullen niet zomaar overstag gaan. Vermeer: Ten tijde van De grote sprong voorwaarts (1958-1960, red.) stierven bijna twintig miljoen Chinezen van de honger. Dat zit in het achterhoofd gebakken, dat willen ze nooit meer meemaken. Het beleid zal pas werkelijk veranderen als de generatie die dat heeft meegemaakt het veld heeft geruimd."

Re:ageer