Wetenschap - 29 augustus 1996

Chemie bouwt nieuwe eigenschappen in planten in

Chemie bouwt nieuwe eigenschappen in planten in

Genetische veranderde gewassen goed voor miljarden-omzet

De overname van het Belgische biotech-bedrijf Plant Genetic Systems door AgrEvo bevestigt de opmars van biotechnologie in de gewasbescherming en de toenemende concentratie van zaad- en chemiebedrijven. Voor boeren en consumenten kan deze ontwikkeling gunstig uitpakken, reageren landbouwdeskundigen, mits de politiek de juiste randvoorwaarden stelt.


Het Duitse bestrijdingsmiddelenconcern AgrEvo, een joint venture van de chemiebedrijven Hoechst en Schering, heeft driekwart van het Belgische biotechnologie-bedrijf Plant Genetic Systems (PGS) gekocht voor negenhonderd miljoen gulden. In de komende weken denkt AgrEvo de overige aandelen te kopen voor nog eens 250 miljoen gulden. Wat velen verbaast is de hoge prijs voor het 140 mensjaar tellende biotech-bedrijf. We hebben de aandeelhouders uiteraard in detail moeten voorrekenen hoe we het geld terugverdienen", geeft AgrEvo-woordvoerder dr Gerhard Waitz aan.

AgrEvo, dat jaarlijks voor 3,4 miljard aan bestrijdingsmiddelen verkoopt, berekende dat de wereldmarkt voor genetisch gemodificeerde gewassen over tien jaar zes miljard dollar bedraagt. Het bedrijf gokt op vijftien procent van deze markt, zo'n anderhalf miljard gulden per jaar. Geen onrealistische schatting, meent Waitz. AgrEvo staat momenteel op de tweede plaats in de verkoop van gewasbeschermingsmiddelen en het gaat ervan uit dat het, met PGS erbij, die plaats in de gewasbescherming behoudt. De grootste producent is straks het Zwitserse Novartis, de nieuwe onderneming na de geplande fusie van Sandoz en Ciba Geigy. Direct na AgrEvo volgen het Engelse Zeneco, dat onlangs zaadbedrijf Van der Have opkocht, en de Amerikaanse bedrijven Monsanto en Du Pont.

PGS brengt patenten binnen op het bacteriele genconstruct voor resistentie tegen het onkruidbestrijdingsmiddel Liberty (glufosinaat). Het biotech-bedrijf brengt al Liberty-resistent koolzaad op de Canadese markt en AgrEvo denkt in 1997 Lyberty-resistente mais op de Amerikaanse markt te brengen. Zij kan met die gewassen ook haar herbicide Liberty uitbreiden naar de mais- en koolzaadteelt.

Larven

Vervolgens heeft PGS patenten op meerdere genconstructen uit Bacillus turingiensis (Bt), waarvan de eiwitten de maag van schadelijke larven beschadigen. Met een gen voor een type eiwit worden de larven waarschijnlijk vrij snel resistent. PGS heeft daarom ook patenten op een managementstrategie, waarbij ze met een construct van meerdere Bt-genen het gewas langer weerbaar houdt tegen insecten. Daarnaast heeft het bedrijf alle licenties en patenten in handen voor de basistechnieken, nodig om soortvreemde genen in mais te brengen. In het jaarverslag van 1995 laat PGS weten die rechten niet afzonderlijk te verkopen, zodat een eventuele partner zeker is van een sterke positie in mais.

Een derde patentenpakket beschermt een DNA-techniek voor mannelijk steriele gewassen, waarmee gemakkelijk hoogproductieve hybride rassen zijn te maken. Momenteel moeten maisplanten nog met de hand onvruchtbaar worden gemaakt om goede hybriden te krijgen. Op deze flinke kostenpost kunnen zaadbedrijven besparen met de pollenloze planten van PGS. Een Indiase partner van PGS brengt binnenkort mannelijk steriele, hybride kool, broccoli en bloemkool op de Aziatische markt. Deze koolgewassen, die samen goed zijn voor vijftien procent van de groentemarkt, krijgen bovendien een genconstruct uit Bacillus turingiensis.

Het gaat AgrEvo niet alleen om die groeiende markt voor genetisch gemodificeerde gewassen, legt woordvoerder Waitz uit. Binnen vijf jaar, schat hij, is de hele veredeling doortrokken van de biotechnologie. Onder die biotechnologie vallen ook de DNA-screeningstechnieken, waarbij veredelaars al in het laboratorium kunnen achterhalen welke planten waarschijnlijk de gewenste eigenschappen hebben: ze hoeven de plant niet eerst op te kweken om erachter te komen of hij resistent is. Met weer andere DNA-technieken is snel te achterhalen welke plant bijvoorbeeld een bacterie-infectie heeft, iets wat ook boeren in het veld zouden kunnen toepassen.

Overleven

De koop van PGS was de enige manier om als chemisch bedrijf in de gewasbescherming te overleven, aldus AgrEvo. Alle grote concurrenten hadden zich namelijk al verzekerd van een flinke hoeveelheid biotech-capaciteit. PGS was een van de laatste grotere biotech-bedrijven die nog niet waren opgekocht. Als je in de gewasbescherming te laat bent, kom je er niet meer tussen, meldt ook PGS in haar jaarverslag. Immers, wie als nieuweling een interessant genconstruct in een ras zet en dit wil verkopen, loopt altijd achter bij de gevestigde bedrijven die al meerdere eigenschappen in hun planten hebben gebracht, die ook allemaal zijn gepatenteerd.

De marktverwachting gaat uit van een landbouw waarbij ruwweg alle economisch belangrijke groentes, olie-gewassen, granen en zetmeelgewassen genconstructen bevatten van meerdere soortvreemde genen, waarin herbicide-resistente gewassen en gewassen met Bt-genen de nieuwe ontwikkelingen zijn, en waarbij enkele grote multinationals die zowel de veredeling, biotechnologie als bestrijdingsmiddelenproductie in handen hebben de toon aangeven in de gewasbescherming. Wat vinden de landbouwwetenschappers daarvan?

Het toont aan dat de chemie-bedrijven serieus overwegen om naast chemische bestrijdingsmiddelen bestaande cultivars toegevoegde eigenschappen te geven", becommentarieert moleculair fytopatholoog prof. dr ir P.J.G.M. de Wit van de LUW. Hij acht dit wel een logische ontwikkeling, omdat er de laatste tien jaar nauwelijks bestrijdingsmiddelen zijn bijgekomen; hoogstens werden bestaande middelen iets verbeterd of uitgebouwd naar nieuwe teelten.

Milieuvriendelijker

De chemie-bedrijven zijn zich bewust van de maatschappelijke vraag naar een milieuvriendelijke landbouw. Een probleem blijft voorlopig wel, aldus De Wit, dat het voor hen niet aantrekkelijk is rassen of bestrijdingsmiddelen te ontwikkelen voor kleine, economisch oninteressante of alternatieve teelten.

De fusies leiden op zichzelf niet tot een verdere versmalling van de genenpool, verwacht veredelaar prof. dr ir P. Stam van de LUW. Ook grote bedrijven moeten immers hun rassen aanpassen aan de specifieke, lokale omstandigheden om ze verkocht te krijgen. Of de genenpool wordt benut, zal vooral worden bepaald door technische ontwikkelingen in de DNA-merkertechnologie, waarmee het economisch rendabeler wordt meerdere rassen in een kruisingsprogramma op te nemen.

Door critici van de biotechnologie is tien jaar geleden al voorspeld dat zaadbedrijven fuseren met bestrijdingsmiddelenproducenten", weet socioloog ir J. Bijman van het Landbouweconomisch instituut (LEI-DLO) in Den Haag. Zij vreesden dat de boeren hiermee volledig afhankelijk zouden worden van de multinationals. Maar als boeren al afhankelijk worden van een partij, meent Bijman, is dit eerder te wijten aan het opkomende ketendenken dan aan de verweving tussen plantenbiotechnologie en agrochemie. Bedrijven willen gewassen maken met een speciale eigenschap, bijvoorbeeld een betere smaak. Maar om vervolgens het product ook duurder te kunnen verkopen, moeten ze wel het hele traject van teelt tot afzet controleren.

In Amerika is contractteelt al heel gewoon, in Nederland is Albert Heijn ermee bezig. Daarnaast zijn er ook al multi-nationals die de hele keten in handen hebben zoals straks Sandoz/Ciba Geigy die agrochemicalien, zaden en (medische) voedingsproducten verkoopt. Indirect beinvloedt de opmars van de biotechnologie het ketendenken ook weer wel, analyseert Bijman, omdat met biotechnologie beter is in te spelen op consumentenwensen. Zaadbedrijven worden daarom momenteel ook opgekocht door verwerkende industrieen. Zo fuseerde Royal Sluis twee jaar geleden met de Mexicaanse voedselverwerker ELM.

Controleren

A.A. Jaarsma van de boerenbelangenorganisatie LTO vindt het belangrijk dat Europa niet achterloopt bij de VS en Japan. Je kunt dan als EU invloed blijven uitoefenen op de regelgeving." Een voordeel van grote bedrijven is dat ze beter zijn te controleren dan kleine bedrijven en het zich minder goed kunnen permitteren om valse voorlichting te geven over producten, omdat voor hen een slechte naam veel schadelijker is. De politiek moet echter wel waken voor te grote afhankelijkheid van een firma en voor kartelvorming, meent Jaarsma.

De meeste Nederlandse boeren staan volgens hem positief tegenover gemodificeerde herbicide-resistente gewassen en hybride rassen, omdat ze verwachten er goedkoper en milieuvriendelijke mee te kunnen produceren. Hun zorg is alleen dat de consument ze niet accepteert, aldus Jaarsma.

Re:ageer