Wetenschap - 5 oktober 1995

CAID-reunisten vergelijken 25 jaar introductiedagen

CAID-reunisten vergelijken 25 jaar introductiedagen

Van Bob Dylan tot house

In een kwart eeuw groeide de AID (algemene introductiedagen) van twee naar zes dagen, vertienvoudigde de begroting en steeg het aantal intro-lopers, om vervolgens weer te dalen. Bovenal veranderde in die periode de tijdgeest. Dat vindt Saskia Grobben, een van de initiatiefnemers van de reunie van 26 AID-commissies, 23 september bij studentenvereniging Ceres. Grobben: Vroeger vonden er tijdens de AID zoveel diepe discussies plaats."


Pieter Jasperse zat in 1988 in de CAID. Daarnaast was hij zes jaar lang technisch medewerker. Om die reden schijn ik deskundig te zijn, maar verder heb ik een hekel aan zowel praatjes als reunies." Toch is Jasperse als eerste spreker bij de reunie speciaal uit het Verenigd Koninkrijk overgekomen. In de zeven jaar is het een en ander veranderd, vindt hij. De Rijn stinkt minder en er zijn vijfhonderd minder introlopers." Maar bovenal vindt Jasperse de huidige generatie CAID'ers commercieler ingesteld en tijdens de introductiedagen prominenter aanwezig: Vroeger waren we incognito. Nu modderworstelen ze bij SSR."

Rob van Heusden, jarenlang hoofd Studentenzaken en thans reunie-specialist van de universiteit, nestelt zich in een stoel op het podium in de Aula. Zijn dochter liep afgelopen jaar hier nog AID, vertelt hij de tachtig aanwezigen. Van Heusden is trots dat de opkomst in Wageningen tijdens de introductiedagen ruim negentig procent van de eerstejaars bedraagt. In Utrecht is dat nog niet eens de helft. Ook hij ziet door de tijd heen veranderingen. Vroeger lokte je CAID'ers met Het is leuk; nu met de mededeling dat het ook goed staat op het cv."

Vandaar dat hij maar eens nagekeken heeft wat er van hen terecht is gekomen. Relatief blijken veel voormalige CAID'ers in het buitenland en aan universiteiten te werken, met respectievelijk 12 en 15 procent zo'n vijf tot tien procent meer dan gewone LUW'ers.

Spreker nummer drie graaft echt in het verleden. Hans de Goeij, penningmeester in 1972, zegt niet van terugblikken te houden, maar daar valt weinig van te merken. Letterlijk en figuurlijk vist hij uit een oude doos. In onze tijd was een CAID'er zowel lid van de PSF en de Wastra, als lid van de commissie subsidie-aanvragen. Bovendien was hij of zij bezetter." Zijn CAID maakte indertijd winst, meldt hij trots; ten bewijze tovert hij een boekje tevoorschijn.

Brief

De reunie was het idee van een veel jongere generatie CAID'ers. Een van hen vond ruim een jaar geleden een brief uit 1969 op zolder, waaruit bleek dat er precies 25 jaar geleden toen plannen waren voor een introductietijd. De CAID'ers vormden een clubje, dat onder meer met hulp van reunie-deskundige Van Heusden het verleden indook en adressen opsnorde.

Vandaag - een jaar te laat - kunnen de leden van 26 commissies op Ceres het verleden ophalen in een decor van fotopanelen en uitgestalde parafernalia. Een stadswandeling maken kan ook. Dat doen vooral de oudere generaties gretig, vooral om een nostalgisch kijkje te nemen in het onveranderde Arion, van waaruit iedere commissie opereerde. Een vrolijk groepje oudgedienden houdt op de terugweg naar Ceres halt bij de Boterstraat He, hier woont toch Jack Bogers? He Jack!"

Gepensioneerd decaan Klaartje Mulder ziet de humor er wel van in, dat vandaag Ceres de locatie is voor de reunie. Mulder, eerder op de dag gehuldigd met een beeldje - ze stond aan de wieg van de eerste AID - weet nog dat er bij de gezelligheidsverenigingen en met name het corps indertijd veel weerstand bestond tegen het fenomeen. De verenigingen hebben het initiatief voor de introductiedagen lang tegengewerkt", vertelt ze. Ze waren bang dat ze door de AID minder leden zouden krijgen." Voor 1969 bestonden alleen de groeningstijd en een ontvangstdag. Mulder: In de Wageningse studentenwereld leefde het idee voor een AID vooral bij de Wastra (de voorloper van de studentenvakbond WSO, G.E.). Zelf voelde ik er eigenlijk meteen voor." De gezelligheidsvereniging stemden uiteindelijk toe op voorwaarde dat ze bij de dagen betrokken zouden worden.

Samen met Jurjen Keuning van de commissie studievoorlichting trok Mulder naar Eindhoven en Nijmegen om te zien hoe daar introductiedagen in elkaar staken. We hebben meteen geconcludeerd dat het belangrijk was dat er mentoren zouden komen met een goede training." De Landbouwuniversiteit pakte het grondig aan en schakelde de eerste jaren voor de begeleiding het Rotterdamse Instituut voor Voorlichtingskunde en Communicatie in.

Condooms

De allereerste AID duurde twee dagen. Het doel was dat de studenten zich zo snel mogelijk thuis zouden voelen in en kennis zouden nemen van hun nieuwe omgeving. Mulder: In Nijmegen lag de nadruk te veel op allerhande info; wij vonden dat het niet om informatie ging, maar vooral om de overgang die mensen meemaken. De studenten moeten hun plek weten te vinden."

Het programma behelsde lezingen in de ochtenduren. Onderwerpen: ontwikkelingssamenwerking, de onderwijsproblematiek, het functioneren van de democratie en de leefbaarheid van het woonmilieu. De middag werd ingeruimd voor cultuur en voorlichting, waar met name seksualiteit een hot item bleek. Dat is nu nog zo," weet Mulder. Maar op een ander manier. Toen ging het meer om de bewustwording van seksualiteit en bijvoorbeeld of er aparte meisjesafdelingen zouden moeten zijn." Tegenwoordig ligt het seksuele accent meer op AIDS-preventie; een sponsor leverde voor de introductietassen dit jaar condooms aan.

De eerste introductiedagen werden verder opgeluisterd met een film - Met jouw tanden in mijn nek van Polanski - en een heuse band. Dat was Ekseption," lacht Mulder. We hadden ons door een kenner laten vertellen dat dat een hele goede groep was, die op het punt van doorbreken stond en dus nog goedkoop was."

Mascottes

Goedkoop waren de dagen inderdaad. Uit een nota blijkt dat de begroting minder dan tienduizend gulden bedroeg. Deelnemers betaalden twee gulden voor het programma plus een tientje voor maaltijden en consumpties.

Mulder onderschrijft nog steeds de ongewijzigde hoofddoelstelling. Spelenderwijs Wageningen leren kennen, weten wat de leuke kroegen zijn, waar de studentenflats en universiteitsgebouwen zich bevinden. Nu de studie alle aandacht opeist, is dat heel belangrijk."

Erg veel is er aan de AID eigenlijk niet veranderd in 25 jaar. Er vielen onderdelen af, er kwamen onderdelen bij. In 1982 en 1983 konden vrouwelijke nuldejaars zich aanmeldden voor speciale vrouwengroepjes, maar ook die trend waaide voorbij. De begroting bedraagt inmiddels ruim een ton, sponsors vormen een steeds grotere bron van inkomsten en het aantal introlopers is na een stijging - hoogtepunt het jaar 1984 met 1210 - aan het dalen. Bands als Spargo, Sweet d'Buster, Toontje Lager en The Urban Dance Squad passeerden de revue. En na geharrewar over auteursrechten door het gebruik van The Pink Panther, Barbapapa en FC Knudde bestaan de mascottes sindsdien uit zelfverzonnen figuren als Yoeck en Fikkie de Fakkel. Een keer overigens tot ongenoegen van velen; Big mama moest in 1991 worden vervangen vanwege het seksistische, racistische en rolbevestigende karakter van de mascotte.

De tijdgeest blijkt het meest veranderd. Stonden in 1975 thema's als Kalkar en Vietnam centraal en klonk de muziek van Bob Dylan, in 1995 fungeerde Artsen zonder Grenzen slechts in de marge als goed doel en was het housen met 2 brothers on the 4th floor. Zoals CAID'er Edwin uit 1989 de organisatie per brief liet weten: Negentien-acht-en-tachtig: De tijden zijn veranderd, weg met het jaren 1970 imago. Geen zware thema-avonden meer met items die het in het lange-haren-tijdperk goed deden, maar een grootse theateravond."

Aan de veranderde tijdgeest refereert Pieter Jasperse door een spreuk op het toilet van de bibliotheek in het Kopshuis te citeren: Minder zeiken, meer studeren. Ik vind het knap dat er nog steeds mensen voor de CAID te vinden zijn."

Re:ageer