Wetenschap - 27 april 1995

Burgemeester in oorlogstijd

Burgemeester in oorlogstijd

Kroatische stad Osijek zoekt frontlijn-overstijgende vrede

De stad ligt sinds drie jaar aan het einde van de spoorlijn. Eens was het het levendige centrum van de dynamische provincie Slavonie, de graanschuur van Joegoslavie. Aan drie kanten ingesloten door rebellerende Serven proberen de inwoners nu te overleven. Door oorlog en machtsmisbruik geruineerd, zijn velen murw gemaakt. De enigen die de toekomst nog een beetje zonnig inzien, zijn de jongeren. Een portret van Osijek, waar Bert van der Linde momenteel werkt op het De Ambassade voor lokale democratie


Bumerang! Lees de nieuwste Bumerang!" De veel te grote felgele baseballpet zakt bijna over de ogen van Djokica, die zijn uiterste best doet de tweewekelijks verschijnende oppositiekrant in Osijek voor twee gulden per stuk te slijten. De meeste mensen lopen hem schielijk, soms enigszins gegeneerd voorbij. De grote stapel kranten onder de arm van Djokica doet anders vermoeden, maar meer dan vijftig exemplaren per nummer raakt hij niet kwijt. In de losse verkoop bij de anonieme kiosken doet het blad, met een oplage van 8000 exemplaren, het beter.

Kranten lezen is in Osijek, de hoofdstad van de grote Kroatische landbouwprovincie Slavonie, een hachelijke en politiek zeer gevoelige zaak. Bumerang kan slecht zijn voor je carriere. Het blad verkondigt een andere mening dan de in enorme oplagen verschijnende krant van de regeringspartij HDZ, de Kroatische Democratische Unie van president doctor Franjo Tudjman, voormalig hoogleraar geschiedenis.

Het media-imperium Glas Slavonije (De Stem van Slavonie), dat een gelijknamig dagblad uitgeeft en de regionale radio- en televisiestations bestiert, is grotendeels in handen van de voormalige HDZ-burgemeester van Osijek, die tijdens de lokale verkiezingen twee jaar geleden verpletterend werd verslagen. Zeventig procent van de inwoners van Osijek stemde toen voor de Kroatische sociaal-liberale partij (HSLS) van de razend populaire burgemeester in oorlogstijd Kramaric, wiens succes vooral te danken is aan de wijze waarop hij de stad bestuurde tijdens het negen maanden durende beleg in 1991-92.

Huisuitzettingen

Veel macht heeft het lokale bestuur echter niet. Op het zwembad, het openbare groen, de bestrating en de afvalproblematiek na, heeft het niets te vertellen. Onderwijs, cultuur, economie en externe betrekkingen zijn en blijven het exclusieve domein van de regionale en landelijke overheid, die uitsluitend aan HDZ-vazallen emplooi biedt.

Vandaar dat de ex-burgemeester als afscheidscadeau een meerderheidsbelang kreeg in het mediabedrijf Glas Slavonije van de regionale alleenheerser Branimir Glavas. Dat is zeg maar de commissaris van de koning (Tudjman) in Slavonie. Na de mede onder zijn leiding verloren strijd tegen de Servische agressie, zoals de burgeroorlog van 1991 hier bekend staat, verdeelde Glavas volgens het bekende verdeel-en-heersprincipe de economische eigendommen, die in het oude Joegoslavie de bevolking toebehoorde, over zijn strijdmakkers. Een ieder die het daarmee niet eens was, werd weggezuiverd.

Vooral de burgers met een Servische nationaliteit - in het oude Joegoslavie bezat iedereen naast het Joegoslavische staatsburgerschap een van de zes nationaliteiten - moesten het ontgelden. Zonder opgaaf van redenen werden ze ontslagen of hun huis uitgezet. Uiteindelijk zou zo'n 20 procent van de inwoners van Osijek, ofwel ruim 20.000 burgers, de stad ontvluchten om zich te vestigen in het door Kroatische Serven gecontroleerde Krajina. In diezelfde periode kwam een stroom van 30.000 vluchtelingen en ontheemden aan in Osijek, die waren weggeschoten uit naburige Kroatische steden als Vukovar en Laslovo door met oorlogspropaganda opgehitste en vooral bange Serven.

Lentetijd

Het was rond deze lentetijd, nu drie jaar geleden, dat een klein groepje inwoners in Osijek de koppen bij elkaar steekt en besluit dat het zo niet langer kan. Ze organiseren sit-ins bij gezinnen die met huisuitzetting worden bedreigd. Bevriende advocaten vechten de illegale huisuitzettingen voor de rechter aan. En mede dankzij de aanwezigheid van internationale Peace Brigades worden de acties een eclatant succes. Het aantal uitzettingen neemt af: het Centrum voor vrede, geweldloosheid en mensenrechten is geboren.

Inmiddels heeft het Vredescentrum, zoals het kortweg wordt genoemd, zo'n veertig vaste leden en enkele honderden sympathisanten in binnen- en buitenland. Het herbergt een professioneel bureau voor rechtshulp en verzorgt in basisscholen trainingen voor leerkrachten en ouders in geweldloze onderwijs- en opvoedingsmethoden, als compensatie voor het onverbloemde nationalisme dat, intensief gesteund door de rooms-katholieke kerk, de leerlingen met de paplepel wordt ingegoten. Zo moeten leerlingen twee maal daags, staand en doodstil, het volkslied aanhoren.

Behalve deze trainingen verzorgt het centrum cursussen voor ontheemden en vluchtelingen, zoals in het dorpje Laslovo met steun uit Wageningen. Ook werkt een aantal leden van het centrum aan het op gang brengen van een dialoog tussen de inwoners van Osijek en hun verdreven, merendeels Servische stadgenoten in het vijf kilometer verderop gelegen Baranja, dat nu deel uitmaakt van de niet-erkende Krajina-republiek. Dit werk, dat tot voor kort nog onder de categorie hoogverraad viel, wordt van alle kanten met steeds meer interesse gevolgd.

Het onlangs weer vernieuwde VN-mandaat maakt duidelijk dat de internationale gemeenschap zo lang mogelijk Kroatie wil weerhouden van een militaire campagne om de rebellerende Krajina-Serven weer onder het gezag van Zagreb te brengen. Velen in Osijek zien het VN-mandaat echter als een erkenning van de status quo, waarmee de terugkeer van vluchtelingen naar hun huizen op de lange baan is geschoven.

Omsingeling

En dat is niet alleen vervelend voor de vluchtelingen, maar ook voor de stad Osijek die zit opgescheept met een gigantisch sociaal en economisch probleem. Door de driezijdige Servische omsingeling is Osijek van een belangrijk landbouw- en handelscentrum verworden tot eindstation van Oost-Kroatie, een dode stad kortom.

Vandaar dat nu ook de lokale politici in Osijek kiezen voor de dialoog en het op gang brengen van frontlijn-overstijgende samenwerking. Sinds de Kroatische regering heeft besloten om de Krajina-Serven te bejegenen als ingezetenen en ze bij vestiging in Zagreb van een Kroatisch paspoort en werk te voorzien, besteden de kranten aandacht aan dat wat zich al jaren in het geheim voltrekt: de ontmoetingen tussen de door de frontlijn geschieden vrienden en families.

Vrijwel iedereen in Osijek heeft wel vrienden of verwanten aan de andere kant en voor velen is het een normale zaak om die regelmatig in het aangrenzende Hongarije te ontmoeten. Ook steeds meer organisaties onderkennen het belang van die ontmoetingen. Zo is het vrijwel onmogelijk om het lot van de duizenden vermiste personen te achterhalen zonder goede communicatie met de vijand.

Natuurreservaat

Een steeds belangrijker rol daarbij speelt het door Zwitsers opgezette ontmoetingshuis in het Hongaarse Mohacs, waar de Wageningse vredesactivist Bert Bom werkt met vluchtelingen uit Kroatie en Servie. Maar ook thematische ontmoetingen winnen aan populariteit. Zo was er onlangs een bijeenkomst van ecologen over het op de frontlijn gelegen, unieke natuurreservaat Kopacki Rit, waar Tito een groot deel van zijn tijd placht door te brengen. Samenwerking is volgens de ecologen noodzakelijk om het zwaar door het oorlogsgeweld aangetaste park te herstellen.

Ondanks al deze kleine succesjes heeft de stad nog een lange weg te gaan. De meeste inwoners voelen zich bedrogen door het uitblijven van economische en politieke verbeteringen. Dankzij de oorlog, de vriendjespolitiek en de confiscatie van bankrekeningen is vrijwel iedereen geruineerd. Het collectieve bezit is verbeurd verklaard en de koopkracht meer dan gehalveerd. Willekeur in de bedrijven heeft velen murw gemaakt; zonder overleg worden werknemers gedwongen op de vrije zaterdag te komen werken; wie weigert, wordt ontslagen. En dat terwijl soms nog maanden achterstallig loon moet worden uitbetaald.

In een dergelijke situatie geven velen de moed op, weigeren nog kranten te lezen en zoeken vergetelheid in de vele soap-series en Rad van fortuin-spelletjes op de televisie, die rechtstreeks uit Nederland lijken te zijn geimporteerd.

Kaars

De enigen die zich niet lijken neer te leggen bij de beklemmende apathie, zijn de jongeren. Om de sfeer thuis te ontvluchten, verzamelen ze zich met honderden tegelijk iedere avond op het centrale plein in Osijek. Om een babbeltje met vrienden te maken, geliefden te ontmoeten of een sigaretje te roken. Als buitenlandse organisaties als Pax Christi of Amnesty International een bezoek aan Osijek brengen, is de belangstelling onder de jongeren enorm. Spontaan worden rondleidingen door de stad georganiseerd en discussies aangegaan. Bij buitenlandse gastcolleges puilen de collegezalen uit.

Deze week zag de eerste Amnesty International-groep in Osijek het licht. Tijdens een enorme onweersbui viel het licht uit in de vergaderzaal en kwam de meegebrachte Amnesty-kaars met het bekende prikkeldraadmotief goed van pas. Zoals bij Amnesty gebruikelijk is, gaat de nieuwe groep zich niet met de schendingen van mensenrechten in eigen land bezig houden. Wel zegde de internationale delegatie toe alles in het werk te stellen om het lot te achterhalen van de duizenden vermiste vaders, broers en zusters in de regio. Saillant detail is dat de presidenten Tudjman van Kroatie en Izetbegovic van Bosnie-Hercegovina in de jaren zeventig als gewetensgevangenen door Amnesty zijn geadopteerd.

Re:ageer