Wetenschap - 1 oktober 1998

Bruinrot

Bruinrot

Bruinrot
Pitten en praten
Frans is onze goeroe, zegt vijfdejaars bioloog Erwan Piriou. Als je kunt wat Frans kan, ben je echt snel. Hij wijst met zijn aardappelschilmesje naar de afgestudeerde socioloog Frans Boogerd tegenover hem in de speciaal ingerichte pitruimte van de Plantenziektenkundige Dienst. Piriou doelt op de snelheid waarmee zijn collega de kratten aardappelen er door heen jast, of liever gezegd: er door heen pit. Samen met 46 andere uitzendkrachten doen ze de hele dag niets anders dan pootaardappelen ontdoen van een draadachtig aanhangsel - het stolon - om daaronder een stukje aardappel weg te pitten waar de gevreesde bruinrotbacterie zich bij eventuele besmetting bevindt. Een akkerbouwer wiens monster besmet is, mag enkele jaren geen pootgoed meer telen op het betreffende perceel. Per keer bewerken de pitters een krat van tweehonderd knollen, die een partij van 25 ton aardappelen representeert. Boogerd, de snelste pitter, doet 22 kratten per dag. De meesten komen niet verder dan vijftien. Boogerd doet dit werk dan ook al voor de derde keer
De uitzendkrachten verzamelen de uitgepitte stukjes in plastic bakjes, die naar het lab gaan voor verdere analyse. Hoewel het een gemakkelijk karweitje lijkt, moeten de pitters erg nauwkeurig te werk gaan. Piriou: Als wij het fout doen, kan een hele oogst ten onrechte worden afgekeurd. Om de pitters op hun belangrijke taak te wijzen, is er vandaag een video getoond met achtergronden over de bruinrotcampagne. Dat was wel lekker; drie kwartier betaald video kijken.
De 46 pitters zijn verdeeld over twee kleine vertrekken, waar aan elkaar geschoven tafels het werkoppervlak vormen. Ze dragen witte laboratoriumjassen en apart schoeisel om de hygiene te waarborgen. Ook moeten ze op condooms lijkende vingerlingen gebruiken. Dat is vragen om creatieve uitspattingen. Floor Peeters, student Milieuhygiene, vertelt over een collega: Onze buurman, die nou ontslagen is omdat hij telkens te lang pauze nam, had een piemel uit een aardappel gesneden. Daar had hij dus zo'n vingercondoom om heen gedaan en in mijn bak gelegd toen ik even weg was. Ze kan er wel om lachen. Het stolon was het schaamhaar, voegt collega Eeva Schreuder eraan toe. En even later lag er ook een in mijn bak.
De voornaamste bezigheden zijn, naast het pitten zelf, kletsen en roddelen maar bovenal discussieren over allerlei zaken. Drie druk pratende meiden aan de tafel van Piriou en Boogerd zijn het levende voorbeeld. Over de vraag welke onderwerpen er zoal aan bod komen, hoeven ze niet lang na te denken. Seks natuurlijk, klinkt het unaniem. Piriou probeert het iets te nuanceren. We hebben vooral veel man/vrouw-discussies. Ze praten niet alleen over seks. We kletsen bijvoorbeeld ook over Clinton en afstudeerfeestjes. Hij bedenkt zich even en besluit: Eigenlijk praten we vooral over niets.
Plotseling klinkt er harde muziek door het vertrek. Dat levert een paar geirriteerde gezichten op. De radio vormt nogal eens het punt van meningsverschillen. Piriou: De meesten gaan uit principe zeiken; je moet toch ergens over praten. De radio is een goede methode; daar kun je dan weer verder op bouwen. Het is moeilijk om het voor iedereen leuk te maken, zegt Boogerd. Het duurt dan ook niet lang eer de zender en het volume weer zijn aangepast aan de wensen van een andere muziekliefhebber
Aan tafel bij Peeters en Schreuder is de verhouding tussen mannen en vrouwen ook een favoriet gespreksonderwerp. Peeters: Gisteren hadden we bijvoorbeeld een felle discussie over hoe mannen vinden dat vrouwen moeten zijn. Onze ontslagen buurman begon over hoofddoekjes en dat zijn vrouw alleen maar mocht praten als hij dat zei, roept Schreuder uit. Daar konden ze geen begrip voor opbrengen. Peeters: We hebben het net ook nog gehad over wat je aan jezelf mooi en lelijk vindt. Ondanks de protesten van haar tafelgenoten wil ze daar echter niet meer op in gaan
Degene die al deze uitzendkrachten in het gareel moet houden is PD'er Jacques Budding. Met zijn stevige postuur en knalrode polo valt hij op tussen de witte labjassen. Het is geen gemakkelijke taak. De pitters hebben nogal verschillende achtergronden, en moeten op een klein oppervlak met elkaar samenwerken. Uitzendkracht Diek Duijvetter vergelijkt de werkplek met een bijenkorf; iedereen beweegt en praat door elkaar heen. Dat leidt soms tot irritaties. Het is een sociale drukketel die af en toe ontploft, zegt hij. Fantastisch voer voor een psycholoog.
Ondanks de onvermijdelijke schermutselingen vindt chef Budding de sfeer beter dan vorig jaar. Er zitten wel enkele rotte appeltjes tussen maar daar moet je dan maar iets moois van maken.
Het personeelsbeleid is vanwege de ernst van het werk redelijk strak. We controleren nieuwe werknemers op netheid en striktheid. Drie keer waarschuwen is wegwezen. Het klinkt nogal bars, maar in de praktijk valt het wel mee. Het komt sporadisch voor dat iemand ontslag krijgt. Toch blijven de meesten niet erg lang. Sinds de start in augustus hebben hier al 73 mensen gewerkt, terwijl er plaats is voor 46. Volgens hem zijn studie en ander werk de voornaamste redenen van vertrek
In een klein keukentje naast de pitruimte hangen de scores van het aantal kratten dat per persoon is gepit. De hoeveelheden verwerkte aardappels vormen een dagelijks uitdaging. Het minimale aantal kratten dat op een dag geklaard moet zijn is elf. Piriou weet wel waarom. Het wordt anders veel te gezellig. Elke uitzendkracht krijgt twee weken de tijd om deze norm te halen. Ze zijn het er allemaal over eens dat dat geen probleem hoeft te zijn. Goede prestaties leveren een extraatje op. Bij een weekgemiddelde van veertien kisten per dag wacht een eerste bonus ; bij zeventien stuks een tweede. Wat zo'n bonus inhoudt is overigens nog niet duidelijk
Met zijn weekgemiddelde van 22 kratten per dag maakt Boogerd zeker aanspraak op de extra beloningen. Een ding is belangrijk, zegt hij. Je moet tegen aardappels kunnen.

Re:ageer