Wetenschap - 12 september 1996

Brouwer: ministers zien belangrijke

Brouwer: ministers zien belangrijke

Gezondheidsraad adviseert dioxinenorm drastisch te verlagen

Bram Brouwer doet al vijftien jaar onderzoek naar dioxineachtige stoffen. De stoicijnse reacties van ministeries op het dioxineadvies dat de Gezondheidsraad vorige maand uitbracht, vindt hij teleurstellend. Toch plaatst ook hij, lid van de commissie die het advies opstelde, kanttekeningen bij het document. Is de manier waarop wij tot afschattingen komen niet te kritiekloos?"


Toen dr Bram Brouwer als radiobiologisch analist bij TNO werkte, kwam hij toevallig in aanraking met dioxineachtige verbindingen. Sindsdien heeft hij deze stoffen niet meer losgelaten. Na een studie scheikunde in de avonduren begon hij een promotieonderzoek naar de werkingsmechanismen van deze verbindingen. En in 1987, na zijn promotie, vroeg opponent prof. dr J.H. Koeman hem naar de vakgroep Toxicologie te komen. Daar geeft Brouwer leiding aan het dioxineonderzoek.

Dat leidde ondermeer tot het Nederlands Moedermelkonderzoek, waarvan de resultaten twee jaar geleden zijn gepubliceerd. Blootstelling aan dioxine kan niet alleen kanker veroorzaken, zo luidde de conclusie, maar ook een licht vertraagde hersenontwikkeling bij kinderen door prenatale blootstelling. De dioxineachtige verbindingen kunnen de hoeveelheid schildklierhormoon in het moederbloed verminderen, waardoor de foetus te weinig krijgt van dit essentiele hormoon. De dioxines in de moedermelk hebben een veel minder grote invloed op het kind.

Brouwer nam twee jaar geleden zitting in een commissie van de Gezondheidsraad die een advies voorbereidde over dioxine, naar aanleiding van het Moedermelkonderzoek en vele andere onderzoeken. Vorige maand bracht de Gezondheidsraad dat advies uit. De norm van tien picogram TEQ (toxische equivalenten dioxines) per kilo lichaamsgewicht moet worden verlaagd naar een picogram, vooral vanwege de risico's van prenatale blootstelling, aldus de Gezondheidsraad. Maar dit advies lijkt aan dovemansoren besteed. De verantwoordelijke ministers willen de norm niet verlagen. Het advies en de reacties van de minister zijn gisteren besproken in de vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer

U bent al vijftien jaar met dioxineonderzoek bezig. Verveelt het niet?

Nee. Dat is eigenlijk verbazingwekkend. Het interessante is dat die stof een geweldige waaier aan verstoringen in het lichaam veroorzaakt. Ik onderzoek wel een stof, maar als je kijkt naar de effecten, dan doe ik onderzoek aan zowel hormonen, kanker en voortplanting als hersenen. Ik denk dat maar weinig stoffen zo'n breedte aan eindpunten hebben."

Is het werkingsmechanisme van dioxine grotendeels opgehelderd?

Dat zal je een wetenschapper nooit horen zeggen. Maar laat ik het zo zeggen: de eerste stappen zijn in kaart gebracht. Vanaf het moment dat de stof het lichaam binnenkomt tot op het moment dat deze op hormoonniveau verstoringen teweegbrengt. En vervolgens kunnen we begrijpen wat voor eindpunten beinvloed worden. Dus op grof niveau weten we wat die stof doet. Maar als je dan op detailniveau kijkt, blijkt dat we eigenlijk weer heel weinig weten over hormonen. Het onderzoek koerst nu dan ook af op fundamentele biologie: hoe werkt een hormoon? Welke eiwitten zijn erbij betrokken?"

En de risico's van dioxine voor de gezondheid van de mens, is dat hoofdstuk wetenschappelijk gezien al af?

Ik denk dat we er zo ongeveer zijn, ja. Daar moet ik ook eerlijk in zijn. Een aantal jaren terug richtte het onderzoek zich voornamelijk op kanker. Maar toen werd rond 1993 opeens bekend dat dioxine via het schildklierhormoon ook verstoringen kan teweegbrengen bij foetussen. Daarom adviseert de Gezondheidsraad nu een lagere norm.

Ik denk dat deze norm nu wel alle gezondheidsrisico's dekt. Alhoewel er nog steeds informatie loskomt. Zo weten we niet wat voor effecten die prenatale blootstelling heeft op latere leeftijd."

Was het moeilijk om binnen de Gezondheidsraad overeenstemming te krijgen over de norm van een picogram?

Nee, er was geen enkele discussie over."

Waarom hadden jullie dan twee jaar nodig voor het advies?

Brouwer begint te rekenen. Hmm, was dat twee jaar? De commissie was binnen een jaar klaar. Maar toen moest het concept langs een hele rij van andere commissies die de ministeries vertegenwoordigen. En daar is zo'n tien maanden overheen gegaan. Er is verdraaid goed naar gekeken. Maar geen van die commissies was in staat een gat te schieten in de norm."

Toch hebben de ministers De Boer (VROM) en Borst (WVC) het advies niet ter harte genomen.

Ja, ze vinden het een irreele norm, omdat de hele bevolking al boven die een picogram zit, terwijl ze de bron al hebben aangepakt. Maar dan hebben ze het over de dioxines die uit vuilverbrandinginstallaties komen. En niet over de dioxineachtige pcb's uit de voeding, die voor vijftig procent verantwoordelijk zijn voor het effect.

Die dioxineachtige pcb's komen vooral via de verwerking van visafval naar ons toe. We eten meer vis via olie dan via vlees en juist de olie bevat de pcb's. De levensmiddelenindustrie verwerkt visolie in allerlei produkten zoals margarine, koek, chips et cetera. En dan heb ik het nog niet over het vismeel dat in veevoer wordt verwerkt.

Overigens ben ik er nog niet zo zeker van dat we door de emissiereductie in de toekomst ook van alle dioxines af zijn. Men gaat ervan uit dat alle dioxine in koemelk afkomstig is van vuilverbrandingsinstallaties. Maar dat weten we eigenlijk helemaal niet. Ik vermoed dat een deel via krachtvoer in de melk komt.

Al die voedselstromen zouden eigenlijk op dioxine- en pcb-gehalte moeten worden onderzocht. Pas dan weet je zeker of je achterover kan leunen of niet. Je moet je afvragen of je niet van een oliedruppel een olievlek maakt door dierlijk afval weer in veevoeder te gebruiken."

Wat is volgens u de reden dat de ministers niet op dit voedingsaspect ingaan?

De Gezondheidsraad heeft geen advies gegeven over de voedingsaspecten; daar is de raad niet toe bevoegd. Dus de ministeries reageren daar ook niet op. Zo gaat dat in het Haagse. Maar misschien vinden ze ook wel moeilijk om dit onderwerp aan te snijden. Er zijn natuurlijke bij de maatschappij bepaalde verwachtingen geschapen. Tien jaar geleden is gezegd: als we de vuilverbrandingsinstallaties aanpakken, dan kunnen we de dioxineconcentraties met negentig procent reduceren. Dat is de moeite van het investeren waard. Maar dat was nog voor het moment dat duidelijk werd dat pcb's ook een dioxineachtige werking hebben. Dat was zo'n vier jaar geleden. De verwachting dat de totale belasting met negentig procent zal afnemen is daarom niet haalbaar. Ik kan de gedachten van de ministers niet lezen, maar ik kan me voorstellen dat dat niet zo'n makkelijk verhaal is.

De houding van de ministers is echter volgens mij niet vol te houden. Vuilverbranders zullen zich onherroepelijk gaan afvragen waarom zij al die maatregelen moeten treffen terwijl er nog een bron is die bijna net zoveel schade aanricht en waarvoor geen maatregel wordt getroffen."

Wat vindt u van de reactie van politieke partijen?

Ik heb niet zoveel reacties gezien. Misschien waren er veel mensen met vakantie. Het rapport is in komkommertijd uitgekomen. Maar misschien heeft het iets te maken met een zekere milieumatheid. Want voorgaande jaren was het echt een politiek item. Het is vreemd. Maar wat kan ik er verder van zeggen? Moet ik dan bij politieke partijen gaan aankloppen? Nee, dat gaat me te ver."

Wat vindt u persoonlijk van het advies van de Gezondheidsraad?

Ik ben pragmatisch en heb me aangesloten bij het rapport. Maar ik heb er wel wat kanttekeningen bij. De vraag aan ons was bij welke concentratie je ervan kan uitgaan dat er geen effecten optreden. Maar wanneer noem je iets een effect? De meetmethoden in de toxicologie worden steeds gevoeliger. Vroeger keek je of een dier dood ging of niet. Nou, daar hoef je niet moeilijk over te doen; dat effect wil je niet. Later keek je op weefselniveau, dan zag je tumoren of andere ongewenste veranderingen. Nu kijken we of we iets op biochemisch niveau zien veranderen en we gaan zelfs nog verder. Ook op genniveau doen we al metingen, naar verandering van transcriptie bijvoorbeeld. En dat noemen wij nog steeds effecten en, gemakshalve, schade.

Maar het is de vraag of je elk effect dat je meet in potentie schadelijk vindt. Moet je geen link kunnen leggen met meetbare functiestoornissen? Want als je elk effect schadelijk vindt, betekent dat wel dat je je normstelling fors aanscherpt terwijl de risico's onduidelijk zijn. Dan krijg ik zelf het gevoel dat je roomser wordt dan de paus."

Eigenlijk relativeert u hiermee de waarde van het advies.

Ja, in feite wel. Ik heb tijdens de commissievergadering gezegd dat, als je die norm van een picogram adviseert, je er eigenlijk bij moet durven zeggen dat het niet meer duidelijk is of we het nog over een effect hebben. Maar dat wilden de andere leden niet. Ze vonden dat je de werkwijze van de Gezondheidsraad dan doorbreekt. Dan moet eerst een commissie worden ingesteld die zich daarover buigt."

Aan de ene kant vindt u dat de politiek te weinig doet met de norm die jullie adviseren. Aan de andere kant vraagt u zich af of de adviesnorm niet te ver gaat.

Ik geef toe dat er heel wat dualisme in mijn verhaal zit. Kijk, de politiek kan niet even snel die afweging maken over de relatie tussen toxische effecten en risico's. Daarom vind ik het verbazend dat de politiek niet reageert op een advies waarin staat dat de huidige norm in feite tien keer te hoog is. Dat moet op zijn minst serieus in beschouwing worden genomen.

Maar tegelijkertijd vind ik wel dat wij als wetenschappers ook onszelf in beschouwing moeten nemen. Is de manier waarop wij tot afschattingen komen niet te kritiekloos?"

Gaat de vakgroep nog verder met dioxineonderzoek of hebben jullie ook last van milieumoeheid?

Nee, we gaan gewoon door met milieuonderzoek, maar we richten niet meer alle pijlen op dioxine. De laatste jaren is het vermoeden gerezen dat een hele waaier aan stoffen net als dioxine een pseudohormonale werking heeft en kan leiden tot onvruchtbaarheid, geslachtsverandering et cetera. Hier gaan we mee verder. Dioxine gebruiken we als modelstof. Het maakt het onderzoek nu heel breed; je moet zo'n beetje alles in beschouwing nemen, ook de gewone natuurlijke stoffen die in voeding zitten."

Re:ageer