Wetenschap - 26 september 1996

Bouma en Feddes behoren tot wereldtop aardwetenschap

Bouma en Feddes behoren tot wereldtop aardwetenschap

De Landbouwuniversiteit beschikt over aardwetenschappers die zich kunnen meten met de besten ter wereld. Er zijn goede onderzoekfaciliteiten en over het algemeen wordt goed samengewerkt binnen en buiten de LUW. Dat concludeert de visitatiecommissie die het aardwetenschappelijk onderzoek in Nederland heeft beoordeeld. Aardwetenschappen zijn daarbij breed opgevat; naast bodemkunde en geologie valt ook weer- en klimaatonderzoek eronder.


De commissie maakt zich wat Wageningen betreft vooral zorgen over het verdwijnen van de leerstoel Geologie en mineralogie van prof. dr S.B. Kroonenberg. Een dergelijke leerstoel is onmisbaar voor goed aardkundig onderzoek en onderwijs, meent de commissie onder leiding van de Utrechtse astronoom prof. dr H. van der Laan. Andere LUW-medewerkers zullen dit vakgebied moeten overnemen of de LUW moet deze expertise uit andere onderzoekinstellingen halen.

De hoogleraren dr ir J. Bouma en dr ir R.A. Feddes stijgen volgens de commissie zelfs uit boven het goede gemiddelde en krijgen dan ook op nagenoeg alle onderdelen het predikaat excellent. De onderzoekprogramma's Soil inventarisation and Land evaluation van Bouma en Water Resources van Feddes behoren tot de beste ter wereld in hun soort, meent de commissie. De twee programma's horen tot de selecte groep van zes Nederlandse aardkundige onderzoekprogramma's die voornamelijk excellente beoordelingen kregen.

De commissie heeft het onderzoek beoordeeld op kwaliteit, productiviteit, relevantie en toekomstperspectieven. De meeste andere Wageningse programma's scoren daarin goed en excellent. Alleen de onderzoeken van dr ir M.L. van Beusichem en prof. dr ing. J.J. Bogardi krijgen van de commissie niet meer dan een voldoende. Het eerste omdat het een erg breed programma is en veel lijkt op het programma van een andere LUW-hoogleraar, dr ir N. van Breemen, zonder dat er veel interactie is. De geringe samenwerking tussen de betrokken vakgroepen, Bodemkunde en geologie en Bodemkunde en plantevoeding, is overigens al langer een punt van zorg voor het college van bestuur.

De commissie vindt het onderzoek van Bogardi, hoewel relevant, te smal van opzet. Bij het aanstaande vertrek van Bogardi is het dan ook zinnig het programma kritisch te herzien.

De commissie maakt zich zorgen over de kritische massa onderzoekers die overblijft als de LUW na het schrappen van de geologie nog verder bezuinigt op aardwetenschappen. Het absolute minimum is bij een aantal groepen, zoals Meteorologie, inmiddels bereikt. Het afschaffen van de vakgroepen, zo hoopt de commissie, kan onderzoekers helpen ontlasten van hun administratieve taken. Wel waarschuwt ze tegen het uitvoeren van nog meer reorganisaties, omdat die de motivatie bij het wetenschappelijk personeel ernstig aantasten.

Re:ageer