Wetenschap - 20 november 1997

Bosbranden, hongersnood, ratten, tyfus en rellen

Bosbranden, hongersnood, ratten, tyfus en rellen

Bosbranden, hongersnood, ratten, tyfus en rellen
Wageningse studentes opgelucht terug uit Indonesie
De vijfdejaars studenten Marjolein Dutmer (Gewasbescherming) en Petra Geenen (Biologie) kwamen kortgeleden terug uit Sulawesi, Indonesie. Ze deden daar onderzoek naar de verspreiding van de parasitaire aandoening elefantiasis. Maar de grote bosbranden op Kalimantan en Sumatra, gevolg van de abnormale droogte, dwongen hen voortijdig terug te keren, verzwakt door gebrek aan goed voedsel
We deden het onderzoek naar elefantiasis samen met de Leidse vakgroep Parasitologie. Zij deden bloedonderzoek bij mensen, maar keken nooit naar de manier waarop de ziekte zich verspreidt. Willem Takken, onze stagebegeleider, merkte op dat het entomologische gedeelte van het onderzoek ontbrak. Daarom wilden Marjolein Dutmer en ik naar Sulawesi om met de bewoners te praten. Of ze klamboes gebruiken, hoe hun huizen zijn gebouwd, waar de broedplaats is van de muskieten die de ziekte veroorzaken, vertelt de biologiestudente Petra Geenen
Maar hun stage verliep minder voorspoedig dan ze hadden gehoopt. Eerst kreeg Geenen de ziekte van Pfeiffer. Marjolein Dutmer moest de lange reis alleen ondernemen. Gelukkig werd ik goed opgevangen in Salatika, vlak bij de Borobudur, vertelt Dutmer. Ik moest daar een korte training volgen. Meneer Sumardi, die mij ontving, ging daarna met mij mee naar Sulawesi, naar het dorpje Karondang, waar we ons onderzoek zouden doen. Hij legde de dorpsbewoners uit wat de bedoeling was, want ze spreken geen Nederlands en maar een paar zinnetjes Engels. De scholing is heel slecht.
Geenen kwam ruim een maand later. Ze heeft slechte herinneringen aan de reis. Zestien uur in een autobus waarin ook dieren werden vervoerd en die kapot ging onderweg. En de overnachting in een hotel in Mamuju, waar midden in de nacht zomaar het personeel op haar kamerdeur bonsde, binnenkwam en allerlei vragen op haar afvuurde
Indonesie ging al maandenlang gebukt onder een abnormale droogte door het uitblijven van de regentijd. Ik heb niets gezien van dat veelgeroemde groene land: de rijstvelden waren totaal verdord en helemaal geel, aldus Geenen. En we kwamen bleker terug dan we gingen. Want al waren op Sulawesi niet zulke grote branden als op Kalimantan en Sumatra, het was alsof er de hele dag mist hing waar de zon niet doorheen kon komen. De bergen waren niet te zien in de omgeving.
Zuiderkruis
In de eerste maand was er nog een heldere sterrenhemel, vertelt Dutmer. Maar ik heb het Zuiderkruis helaas nooit kunnen zien door die eeuwige mist, die later rook bleek te zijn. Want de Indonesische regering hield de informatie over de branden angstvallig geheim. De bevolking wist van niets en dat Sulawesi ook brandde, moesten we uit Nederland horen! Alleen via de Wereldomroep kregen we informatie. Ik weet niet of die vervuilde lucht effect op onze gezondheid zal hebben, verzucht Geenen
Ze werden ondergebracht bij een familie dicht bij het dorpje waar ze hun onderzoek zouden doen. Elke morgen werden ze, een voor een, door de huisbaas achter op zijn motor naar het dorp gebracht. Soms had hij geen zin of vroeg hij meer geld. Aanvankelijk moesten ze praten als Brugman om de medewerking van de bevolking te krijgen. Maar dankzij de uitleg van Sumardi en het vriendelijke dorpshoofd stemden de mensen toe
Wel werd er gelachen om die twee gekke Hollandse vrouwen die met hun microscoop op de waranda van het dorpshoofd zaten. We zaten daar heel gezellig met het dorpshoofd muggen te doden die de plattelandsbevolking ons kwam brengen.
De microscoop gaf ons status, waardoor we het vertrouwen wonnen. We werden de werkgevers van een groep vangers, waarvan het dorpshoofd weer de baas was. Voor de mensen daar waren we een soort dokters, verklaart Geenen. Het dorpshoofd heeft ons beschermd gedurende de drie maanden van ons verblijf, dat oorspronkelijk vier maanden zou duren. Vrouwen zijn niet in tel in die gemeenschap en loslopende blanke vrouwen zijn voor de grijp.
Dutmer: Ze raken je gewoon aan en dat is helemaal tegen de regels van hun moslimgeloof, dat stelt dat je een vrouw niet zomaar mag aanraken. Geenen: De huisbaas was een griezel. Als wij onze onderbroekjes uitwasten, kwam hij altijd kijken en vroeg dan: wat zijn dat?
De grote droogte, door het veel te lang uitblijven van de regentijd, begon effect te krijgen op het dagelijks leven. Water om te mandien was er nauwelijks. De maaltijd bestond uit vis, die later ook nauwelijks te bemachtigen was, en rijst. Op de markt was soms nog wat te koop, zoals kleine banaantjes. Wij zaten in een verschrikkelijk droog gebied, verzucht Geenen. We kregen het Spaans benauwd. Die branden, het feit dat er geen voorlichting kwam, dat je een paar uur moest rijden voor je een telefoon kon vinden de hele situatie was afschuwelijk.
De rubberbomen en palmbomen stonden op omvallen, vertelt Dutmer. Je durfde er bijna niet onderdoor te lopen. We kregen bij de familie waar we woonden een soort soep, waar vijf pinda's in dreven. Die visten we er uit, dat vulde tenminste een beetje. Er was wel sambal, vult Geenen aan. Dat was scherp, maar we moesten wel, want sambal bevat vitaminen. We waren er zo slap en beroerd aan toe dat zelfs onze menstruatie begon uit te blijven.
De droogte deed tenslotte ook de muggen de das om. Het hele dorp verdroogde, de branden kwamen dichterbij, de situatie werd steeds nijpender. De mensen liepen te hoesten. Dutmer: De ratten vraten zich 's nachts door mijn toilettas! Ze vernielden de kapokmatrassen waar we op sliepen, zodat de slaapkamer vol kapokpluizen lag.
Tyfus
Geenen: Tot overmaat van ramp kreeg de gastfamilie bericht dat hun zoon op Kalimantan doodziek lag met tyfus. Ze besloten er heen te gaan en namen tot onze verbazing ook hun jonge kinderen mee! Toen dachten we: dit is het einde, over veertien dagen komen ze terug en gaan weer voor ons koken. Tyfus is vreselijk gevaarlijk en we durfden toch niet helemaal op de vaccinatie te vertrouwen. We moesten weg. Later hoorden we onderweg van een arts dat er een epidemie was. Maar daar werd over gezwegen. Ook dat er op Irian Jaya hongersnood en cholera was. De problemen in Indonesie zijn echt het gebrek aan communicatie en voorlichting. De censuur, vooral op televisie-uitzendingen, en vervolgens het veel te laat ingrijpen in een situatie.
Gelukkig waren ze met hun onderzoek een eind gevorderd. Ze namen parasieten mee in doosjes en buisjes. Maar de terugtocht werd een nachtmerrie. In Ujung Pandang, de hoofdstad van Sulawesi, braken rellen uit, hetgeen hun terugtocht vertraagde. Dichtbij op het eiland vond een aardbeving plaats. Toen bleek dat onze paspoorten er niet waren. We hebben het aan de Nederlandse assistent-consul in Ujung Pandang te danken dat we thuis zijn gekomen, zegt Geenen
Ze moesten in Ujung Pandang afscheid van elkaar nemen, want ze vlogen met verschillende maatschappijen, maar wel op dezelfde dag. In Singapore ontmoetten ze elkaar nog een uurtje en daarna kwamen ze aan op Schiphol. Terugkijkend zijn ze nog steeds enigszins overdonderd, maar ze beoordelen de hele periode als een leerzame en boeiende ervaring

Re:ageer