Wetenschap - 2 november 1995

Bosbouw kruipt uit zijn schulp

Bosbouw kruipt uit zijn schulp

Nieuwe studierichting Bos- en natuurbeheer

De bosbouwers hebben de boodschap van het werkveld en de universiteit goed begrepen. Zij moeten uit hun Hinkeloord-schulp kruipen om aansluiting te houden. Binnenkort ligt er een geheel nieuw studieprogramma met nieuwe specialisaties. De studierichting zal een nieuwe naam krijgen, Bos- en natuurbeheer. In de richtingsonderwijscommissie komt plaats voor vertegenwoordigers van een andere vakgroep.


Binnen een paar weken begint waarschijnlijk de werving voor een nieuwe hoogleraar Bosbouw. Onlangs keurde de universiteitsraad de geheel vernieuwde profielen goed voor de twee leerstoelen van de vakgroep. Een van de uitgangspunten daarbij was dat Bosbouw maar eens uit zijn schulp moest kruipen. Volgens rector Karssen was het tijd voor de vakgroep om meer met andere vakgroepen samen te werken en meer contacten te leggen met andere vakgebieden. Het was ook niet langer wenselijk dat alles wat met bosbouw te maken heeft, op Hinkeloord moet plaatsvinden. Economen moeten ook maar eens een boom doen", aldus Karssen.

Deze ideeen kwamen niet uit de lucht vallen. Ze waren vooral ingegeven door de structuurcommissie die de positie van de Wageningse Bosbouw in ogenschouw nam. Daarnaast was er een klankbordgroep met belangrijke bosbouwers van Staatsbosbeheer, het landbouwministerie, onderzoeksinstituten en bosbeheerders, die vond dat het onderwijs anders moet. De klankbordleden konden naar hun zeggen de aan de LUW afgestudeerde bosbouwers nog maar zelden ergens kwijt. En lukte dat wel, dan was het vaak een na-doctoraal onderzoeksplaatsje.

Naast de leerstoelen wordt daarom ook het onderwijsprogramma voor de bosbouwers grondig aangepakt en komt er een nieuwe studierichting Bos- en natuurbeheer. Belangrijk verschil met het huidige programma is dat de indeling tropisch en niet-tropisch plaatsmaakt voor een indeling natuur-wetenschappelijk en maatschappij-wetenschappelijk.

Profileren

Voorzitter van de richtingsonderwijscommissie ir H.H. Bartelink: Mede door de structuurcommissie en de klankbordgroep zagen we in dat we niet op de goede weg zaten. Studenten kregen tijdens hun studie vakken die uiteen liepen van houtkunde en bospolitiek tot management. Het heeft allemaal met hout te maken maar het is zo verschillend en het ligt zo ver van de maatschappelijke werkelijkheid af dat we dat wilden veranderen. Een belangrijke verandering die ook bij de structuurcommissie is ingezet, is dat het woord bosbouw op de vakgroep niet meer heilig is. We moeten ons in de toekomst breder profileren, niet als een enge, op zichzelf staande sector."

De nieuwe naam van de richting symboliseert die verandering: Bos- en natuurbeheer. Om een eind te maken aan het feit dat jarenlang studierichting en vakgroep samenvielen, zijn twee van de vier roc-zetels voor docenten vergeven aan de vakgroep Terrestrische oecologie en natuurbeheer. Bosbeheer en natuurbeheer zijn eigenlijk in de praktijk niet meer te scheiden", vindt Bartelink. Als er al verschil is, waar begint dan bos en waar natuur? Inhoudelijk is er in het nieuwe programma geen verschil tussen bosbeheer en natuurbeheer. Ze gaan beide over het beheer van grote terreinen, waar lange tijdschalen gelden en waar je vaak met niet-marktbare produkten te maken hebt. Deze naam is er uiteindelijk uitgekomen omdat hier op de vakgroep veel mensen hechten aan bos in de naam en dat geldt eigenlijk ook voor de andere vakgroep, die graag natuur in de naam ziet."

Daarnaast is er gekozen voor bosbeheer in plaats van bosbouw. Bosbeheer is breder dan bosbouw en bovendien heeft bosbouw nog steeds de klank van houtboeren die rechte stammetjes kweken. Dat beeld klopt al lang niet meer en dus probeert de roc het woord bouw te mijden. Bartelink: Deze nieuwe naam bekt ook goed. Het gaat nog steeds goed met onze studentenaantallen en ik verwacht dat deze naam zeker een wervend effect zal hebben. De universiteit zegt wel dat ze universiteit voor natuur is, maar tot op heden is er geen richting natuurbeheer."

Specialisaties

Met de vernieuwende plannen is de roc tegen tradities aangelopen die niet zo maar zijn te veranderen. Zo blijft de specialisatie Houtkunde bestaan, hoewel die niet meer past binnen de logische opzet van de andere specialisaties. De roc voelde echter een historische verantwoordelijkheid" om houtkunde als afstudeervak te behouden. Bovendien is bij de vakgroep nog geen twee weken geleden een nieuwe, niet door de universiteit betaalde houtkundehoogleraar aangesteld. Maar we hebben wel gezegd: We tolereren het slechts voor een paar jaar; ga ook eens kijken of er andere studies zijn die iets met houtkunde kunnen. Misschien heeft Proceskunde interesse in zo'n vak." Iets dergelijks geldt ook voor de teeltvakken, die in het nieuwe programma minder prominent aanwezig zijn.

De eerste specialisatie, bos- en natuurbeleid, is een beleidsmatige en is volgens Bartelink het neusje van de zalm. De nieuw te werven bosbouwhoogleraar zal het afstudeervak voor deze richting samen met de vakgroep Terrestrische oecologie en natuurbeheer gaan verzorgen.

De tweede specialisatie heeft een meer natuurwetenschappelijke orientatie en heeft drie afstudeervakken: bosbeheer, natuurbeheer en beheer van natuurlijke bestaansbronnen in de tropen. Het bleek te ingewikkeld om deze drie vakken van drie hoogleraren te combineren tot een vak."

Verder kunnen studenten zich ook specialiseren in het ontwerp van natuurbeheersystemen en bosteeltsystemen. In deze specialisatie komt de oude bosbouw nog het meest tot uitdrukking.

Een vierde specialisatie, recreatie en toerisme, had wat de roc betreft best geintegreerd mogen worden in een van de eerste drie. Nu het hout en het bos niet meer voorop staan, is recreatie in bos- en natuurgebieden een vanzelfsprekend onderdeel geworden. Recreatie en toerisme is echter nog een interorientatie met drie andere richtingen samen, dus voorlopig blijft de specialisatie gehandhaafd. Daarbij speelt ook mee dat twee van de vier richtingen in de toekomst vijfjarig worden en de andere twee vierjarig. Dat probleem wacht nog op een oplossing.

Doorbraak

Het experiment met de nieuwe richting heeft op de vakgroep de nodige voeten in aarde gehad. De roc heeft docenten vriendelijk doch dringend verzocht hun vakken aan te passen aan de nieuwe onderwijswensen. Het gaat volgens Bartelink te ver om te zeggen dat de roc de vakgroep naar het nieuwe programma heeft gedirigeerd. Wel heeft de roc regelmatig de vakgroepspet afgezet en het belang van het onderwijs voorop gesteld. Zeker in een vakgroep waar studierichting, cluster en vakgroep altijd samenvielen, is dat een doorbraak.

Mede daarom vond de roc het te vroeg om mee te doen met het experiment voor een mega-studierichting Landgebruik. In het kader van Onderwijs 2000 stelden prof. ir K. Kerkstra van Landinrichtingswetenschappen en prof. dr ir L. Stroosnijder van Tropisch landgebruik voor om samen met Bosbouw te fuseren.

Met het nieuwe programma is Bos- en natuurbeheer weliswaar van een teeltwetenschap verschoven in de richting van een landinrichtingswetenschap, maar een grotere fusie gaat nog te ver, vindt Bartelink. Wij zijn blij dat we met de andere twee richtingen in een onderwijsinstituut komen, vanwege de verwantschap. We zitten elkaar niet in de weg omdat wij van het hele landinrichtingsproces een van de deelgebieden, bos en natuur, nader bekijken. We vullen elkaar goed aan. Dus laten we eerst maar eens de veranderingen in onze studierichting afwachten, voordat we verder gaan fuseren."

Re:ageer