Wetenschap - 19 januari 1995

Bosbouw had perspectief

Bosbouw had perspectief

Met verbazing en ongeloof heb ik kennis genomen van het nieuwe leerstoelenplan dat het college van bestuur onlangs uit de hoge hoed toverde. Natuurlijk is de taak om ingrijpend te reorganiseren loodzwaar - vernieuwen zit weinigen echt in het bloed - maar wat de hooggleerde bewoners van Alcatraz aan de Costerweg er dit keer van gebrouwen hebben getuigt van weinig realiteitszin en bovendien van veel koppigheid, zoals uit het volgende mag blijken.

De vakgroep Bosbouw wordt door de plannen onevenredig hard getroffen. Van 2.4 leerstoelen nu (+ 0.4 bijzondere leerstoel Houtkunde) moet terug worden gegaan naar een voltijdse leerstoel met een overwegend teeltkundig karakter. Dit ondanks de dringende adviezen van de Structuurcommissie Bosbouw, die onlangs in haar eindrapport aandrong op twee voltijdse leerstoelen, namelijk Bosteelt en Bosbeheer, en Bos en Maatschappij. Waarom getuigen de opvattingen van de Structuurcommissie (en de vakgroep zelf) van innovativiteit en realisme, en de plannen van het college niet?

1. De relatie tussen bos en maatschappij op verschillende schaalniveau's verdient gestructureerde wetenschappelijke aandacht. Overal in de wereld wordt de relatie tussen bossen en mensen in brede zin steeds meer onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Vaak wordt daarbij de Wageningen approach - immers de sociale kant van bosbouw krijgt hier al enige tijd wetenschappelijke aandacht - geroemd. De plannen zijn juist voor de maatschappelijke kant van de bosbouwwetenschap funest.

2. De Nederlandse bosbouw zit duidelijk in de lift (in tegenstelling tot vele andere aandachtsvelden aan de LU). Bos wordt steeds belangrijker gevonden en het Nederlandse bosareaal zal in de komende decennia verder worden uitgebreid. Bovendien is de maatschappelijke functie van bos in Nederland groot: met 200 miljoen bezoeken per jaar kan het bos als recreatieve topattractie worden gezien.

3. Door de plannen van het college zal het integrerend karakter van de bosbouwwetenschap in Wageningen verdwijnen. Volgens Karssen c.s. kunnen de verschillende aandachtsvelden over de rest van de LU worden verdeeld: een stukje naar natuurbeheer, een flintertje naar Plantaardige produktiesystemen, wat brokjes naar de nieuwe leerstoel Economie van vernieuwbare hulpbronnen. De systeemleer zegt ons dat het geheel meer is dan de som der delen. Van een versnippering zoals voorgesteld door het college is echter met de beste wil geen kaas meer te maken.

4. Een universiteit die zich profileert als werelduniversiteit zal er baat bij hebben om de verschillende opleidingen/vakgroepen duidelijk te profileren in de arena van de wereldwetenschap. Momenteel geniet de kleine vakgroep Bosbouw in het buitenland een goede reputatie, vooral op het vlak van de tropische bosbouw en de community forestry. De structuurcommissie adviseerde bovendien dat Wageningen zich zou moeten specialiseren op het gebied van de bosbouw in verstedelijkte gebieden. De plannen van het college snijden een dergelijke ontwikkeling echter de pas af (de benodigde kennis zal immers niet langer aanwezig zijn), en voor star business community forestry moet 't ergste worden gevreesd.

5. Is het niet vreemd dat een universiteit die te pas en te onpas met de term duurzaamheid op de proppen komt juist het vakgebied dat dit concept eigenlijk heeft uitgevonden resoluut de kop indrukt? Nu zullen de LuBo's van het hoofdgebouw wellicht nooit te weten komen wat er achter dat machtige toverwoord van hen schuilt.

Daarnaast kan nog vermeld worden dat het niet erg netjes is om met veel tamtam een commissie in te stellen, deze steeds het gevoel te geven dat de plannen kans van slagen hebben, om vervolgens doodleuk het gehele rapport van tafel te vegen als de restanten van een eenvoudige lunch. De LU-leden van de commissie zijn een dergelijke manier van handelen wellicht gewoon, maar de vertegenwoordigers van de Nederlandse bosbouwwereld die zitting in de commissie hadden moeten zich toch even achter de oren hebben gekrabd. Goed voor het imago. Wageningen, werelduniversiteit. Ik zou zeggen: begin eerst eens bij Nederland.

In plaats van met beide handen de kans aan te grijpen te komen tot een herkenbare vakgroep Bosbouw, geconcentreerd op de sterke punten (bosbouw in verstedelijkte gebieden, tropische bosteelt, community forestry), kiest het college voor een enorme stap achterwaarts. Terug naar de veiligheid van bosbouw (lees: bosteelt) op bedrijfsniveau. Het zal de doodsteek voor de bosbouwwetenschap in Nederland betekenen. Er is dus alvast een voorschot genomen op de volgende reorganisatie: in de volgende bezuinigingsronde kan de resterende leerstoel bosbouw zonder pardon worden afgevoerd. Je zou het niet zeggen, maar soms werkt het college inderdaad vanuit een duidelijke visie.

Re:ageer