Wetenschap - 11 mei 1995

Boerinnen schatten inkomen lager in dan boeren

Boerinnen schatten inkomen lager in dan boeren

De boerin is met een lager inkomen tevreden dan de boer. Dit kan verklaard worden uit de vergeetachtigheid/onwetendheid van de boerin. Een boerin denkt dat het inkomen lager is dan het in werkelijkheid is omdat ze bij de beantwoording van de inkomensevaluatie een belangrijk bestanddeel van het gezinsinkomen vergeet. Dat concludeert ir D. Kingma die dinsdag 23 mei zal promoveren op zijn onderzoek naar welvaartsfuncties in de landbouw.

Onder begeleiding van de promotoren dr ir A.J. Oskam, hoogleraar in de landbouwpolitiek aan de landbouwuniversiteit en dr ir A. Kapteyn, hoogleraar Econometrie aan de Katholieke Universiteit Brabant onderzocht Kingma met een alternatieve methode de preferenties van agrarische gezinsleden met betrekking tot inkomen en arbeid. De promovendus verzamelde zijn data door middel van een enquete onder 79 bedrijven. Niet alleen het inkomen, maar ook de waardering van de arbeidstijd werd in kaart gebracht. Normaal wordt in de economie niet gevraagd, maar alleen gekeken naar wat men doet. In de neo-klassieke economie wordt berekend wat een extra uur arbeid de boer oplevert. Ik heb gevraagd voor welke beloning de boer een extra uur zou willen werken." Op basis van de gegeven antwoorden heeft Kingma de welvaartsfunctie ingeschat. Het blijkt dat als gevolg van gewoontevorming de waardering van het huidige inkomen wordt beinvloed door inkomen in het verleden. Daarbij passen de landbouwers zi
ch aan aan het inkomensniveau dat over een langere periode gezien als normaal voor de bedrijfstak kan worden beschouwd. Een boer blijkt tevreden met een inkomen van ruim 38.000 gulden, terwijl een boerin een inkomen van ruim 24.000 al als voldoende waardeert. Hoewel landbouwers tevreden zijn met een permanent laag inkomen blijkt dat als inkomen wordt gekoppeld aan een welvaartsniveau de gemiddelde landbouwer aanzienlijk minder tevreden is met zijn inkomen dan de gemiddelde Nederlander.

Arbeid op het eigen bedrijf wordt door de landbouwers positief beoordeeld. Bij een gering aantal uren arbeid treedt een toenemend verloop van de waarderingsfunctie op. Als de arbeidstijd oploopt van 10 naar 45 naar 85 uur per week, geeft de boer achtereenvolgens een 4,0 een 7,8 en een 3,2 als waarderingscijfer.

Re:ageer