Wetenschap - 19 september 1996

Boeren sluiten vrede met natuurbeschermers in de Peel

Boeren sluiten vrede met natuurbeschermers in de Peel

Voorlichtingskunde begeleidt onderhandelingen

Als de juiste poppetjes op de juiste plaats zitten, kunnen boerenorganisaties samen met natuur- en milieuorganisaties werken aan een perspectiefvolle landbouw in een gezond milieu en een waardevol landschap. Belangenbehartigers in de Brabantse Peel vormen een lichtend voorbeeld. Vorig jaar begeleidde de vakgroep Voorlichtingskunde daar de vredesbesprekingen. In Gelderland en Overijssel duurt de ruzie voort.


Natuurfanaten en landbouwhaters", zomaar wat vooroordelen die de Brabantse boeren begin 1995 bezigden over milieumensen in de Peel. Milieumensen op hun beurt zagen de boeren van milieucooperatie De Peel als een club die puur was opgericht om de huidige landbouw in de Peel overeind te houden. Ruim een jaar later bestaan deze vooroordelen niet langer. De milieucooperatie, een samenwerkingsverband van agrariers die natuur, milieu en landschap willen integreren in de bedrijfsvoering, en de werkgroep Behoud de Peel zijn vrienden geworden.

Drs. M.N.C. Aarts van de vakgroep Voorlichtingskunde heeft een belangrijke rol gespeeld bij het tot stand brengen van contact en het begeleiden van het communicatieproces. Ze deed samen met prof. dr C.M.J. van Woerkum een onderzoek naar het communicatienetwerk van de milieucooperatie. Dat leidde tot het rapport De Peel in gesprek, uitgegeven door de Wetenschapswinkel, die de onderzoeksvraag van de milieucooperatie bemiddelde en grotendeels financierde.

Aarts: Begin 1995 hebben we de belangen en standpunten in kaart gebracht van de partijen waarmee de milieucooperatie contacten had. Vooral de relatie met de regionale natuurorganisatie, werkgroep Behoud de Peel, stond bij de cooperatie in het brandpunt van de belangstelling. De relatie tussen beide clubs was uiterst vijandig, wat tijdens een carnavalsoptocht in Deurne op macabere wijze naar voren kwam: op een aantal praalwagens werden medewerkers van de werkgroep met naam en toenaam door boeren aan de galg gehangen."

Hinderwet

Het conflict begon begin jaren tachtig, toen leden van de werkgroep Behoud de Peel consequent bezwaar aantekenden tegen elke aanvraag voor een hinderwetvergunning van boeren. Hierdoor konden boeren hun veestapel en stallen niet uitbreiden. We hebben in die tijd duizenden bezwaren aangetekend en vele zaken voor de Raad van State gewonnen", vertelt Frans Swinkels van de werkgroep. Het merendeel van de gevallen ging over uitbreiding van de veestapel, die niet te rijmen was met de wettelijke milieudoelstellingen."

Aarts: Omdat de milieugroepen met de wet in de hand praktisch alle zaken voor de rechter wonnen, waren de boeren bang dat uiteindelijk helemaal geen landbouw meer mogelijk zou zijn." Jonge kritische boeren in Helmond snapten dat puur het traditionele landbouwbelang verdedigen niet langer werkte. Zij zagen in dat de landbouw slechts kan blijven bestaan binnen natuur- en milieuvoorwaarden. Eind 1993 richtten ze milieucooperatie De Peel op. Ruim een jaar later, begin 1995, ontstond bij beide partijen een gevoel van wederzijdse afhankelijkheid: ze wilden van de rechtszaken voor de Raad van State af. Voortaan zou de milieucooperatie vooraf met de natuurstichting praten als een bedrijf wilde uitbreiden. Die onderhandelingen waren ook een voorwaarde van de overheid om de milieucooperatie te ondersteunen. Het wachten was op wie de eerste stap zou zetten. Mede op advies van ons heeft de milieucooperatie het initiatief genomen om de impasse te doorbreken", vertelt Aarts.

Pilsjes

Die eerste bijeenkomst is goed verlopen. Na twee bijeenkomsten werden pilsjes gedronken, er werd gelachen, het werd gezellig. Vrij snel volgden constructieve gesprekken." Aarts en Van Woerkum begeleidden het communicatieproces en gaven aan hoe beide partijen elkaar beter konden verstaan. Uiteindelijk is het plan Peelland ontstaan, waarin de organisaties gezamenlijk aangeven hoe de problemen in de Peel moeten worden opgelost. In het plan staan doelstellingen met daaraan gelieerd zestien deelprojecten, die moeten aantonen dat landbouw, natuur en milieu kunnen samengaan.

Verloopt het overleg in Brabant goed, in Twente, de Achterhoek en op de Veluwe praten boeren en milieumensen nog vol afschuw over elkaar. Ir F.T.M. Schippers van de gewestelijke land- en tuinbouworganisatie praat geirriteerd over enkele milieufundamentalisten. Die mensen proberen via wurgcontracten en afpersing hun gelijk te halen. De hele veehouderij zit hier op slot. In het verleden gaven gemeenten inderdaad vergunningen af die in strijd waren met milieuwetten. Maar nu zoeken die mensen in hun bezwaren naar een koe of een half varken te veel. Alleen als boeren vooraf advies inwinnen bij het adviesbureau het Groene Schild, dan tekenen ze geen bezwaar aan. Dat bureau is van die mensen zelf. Als we ze betalen, dan veroorzaken ze geen problemen."

Schippers vertelt dat de landbouworganisatie met de Gelderse milieufederatie ammoniak-reductieplannen heeft gemaakt. Maar die club heeft zijn achterban kennelijk niet onder controle. A. Boscher in de Achterhoek en de Vereniging milieuoffensief op de Veluwe houden zich niet aan gemaakte afspraken en blijven bezwaar aantekenen tegen elke aanvraag voor een hinderwetvergunning. Ze slepen tal van oneigenlijke argumenten aan in hun bezwaren om de zaak te vertragen. Boeren moeten jaren wachten op een vergunning en dat kost handenvol geld."

Wurgcontracten

S. van der Wouw van Milieuoffensief pareert de opmerkingen van Schipper. Ze proberen ons zwart te maken en zeggen dingen die gewoon niet waar zijn. We winnen nog steeds 89 procent van de zaken voor de Raad van State. Van oneigenlijke argumenten is dus geen sprake. En het Groene Schild is inderdaad een adviesbureau van iemand die actief was bij Milieuoffensief, maar werk voor boeren wordt daar niet verricht."

Zowel de gewestelijke landbouworganisatie als Milieuoffensief geven aan graag tot overeenkomst te komen, maar ze staan veel te ver van elkaar af. Toch heeft Van der Wouw geen slecht gevoel over de toekomst. Die samenwerking komt hier ook nog wel van de grond. In Brabant is men al vijftien jaar bezig met de verzuringsproblematiek. Hier is dat veel langzamer op gang gekomen."

Die traagheid schrijft F. Swinkels van Behoud de Peel vooral toe aan de boeren in Gelderland en Overijssel. Agrarische bestuurders die daar hoge posities op gemeentehuizen bekleden, zijn jarenlang doorgegaan met het afgeven van vergunningen, waarbij ze zich van God noch gebod iets aantrokken. Ze gaven blindelings vergunningen af. Wij hebben midden jaren tachtig milieumensen in Gelderland opgeleid in het aantekenen van bezwaren. Ondanks dat zijn vele agrarische bestuurders hardnekkig vergunningen blijven afgeven. Vele zaken komen nu nog voor de Raad van State, waardoor de zaak escaleert. In Brabant luisterden de boeren beter, omdat de milieuproblemen hier midden jaren tachtig al uit de klauwen liepen. Ook de Brabantse boeren zagen in dat verdergaande uitbreiding van de varkensstapel finaal uit de hand zou lopen."

Sleutelfiguren

Ook I. Gijsbers van milieucooperatie De Peel heeft wel een vermoeden waarom in Gelderland niet van de grond komt wat in Brabant wel lukt. Wij zijn in Brabant begonnen met het zoeken van vooruitstrevende kritische boeren die een brede visie hebben op landbouw en natuur. Sleutelfiguren die oplossingsgericht willen werken en daarbij het bestaan van milieuproblemen erkennen, in plaats van ontkennen. Het probleem bij traditionele boerenbelangenorganisaties is dat die mensen wel zien dat er wat moet gebeuren, maar dat er tussen hun oren nog niets is veranderd. Die blijven defensief en kunnen nergens anders aan denken dan aan landbouw, landbouw en landbouw. Zolang dat niet verandert, zal er niets van de grond komen. Hetzelfde geldt overigens voor natuurmensen in Gelderland en Overijssel; ook zij zullen moeten inzien dat ze samen met de boeren in het gebied verder moeten."

In de Peel heeft de overheid er mede voor gezorgd dat boeren en milieugroepen rond de tafel zitten om plannen te maken voor hun gebied. Toch zien zowel Swinkels als Gijsbers die overheid nu als belangrijkste obstakel om verder te komen. Gijsbers: Vanuit Den Haag hebben ze ons gestimuleerd om samen aan de slag te gaan. Maar nu wij onze plannen hebben ingeleverd, moet het veranderingsproces, waarbij problemen van onderaf worden aangepakt, bij de overheid nog beginnen. Ze trekken nu het er op aankomt alle verantwoordelijkheid naar zich toe, en willen toch vasthouden aan regelgeving van bovenaf. Te veel mensen binnen het ministerie moeten nog aan de veranderingen wennen en frustreren de zaak."

Deze beschuldiging had Aarts al verwacht. Nu er tussen de boeren- en natuurorganisatie vriendschappelijke banden zijn ontstaan, met een gezamenlijk doel, is een nieuwe wij-groep ontstaan. En een wij-groep kan alleen bestaan bij aanwezigheid van een zij-groep. Wel moeten de voortrekkers zich realiseren dat ze zich een overheid als vijand niet kunnen permitteren. Zowel financieel als voor uitzonderingen op wet- en regelgeving hebben ze die overheid gewoon hard nodig. De milieucooperatie beseft dat ook."

Gijsbers: We hebben de cooperatie opgericht als doeclub die milieuproblemen op het eigen bedrijf wilde aanpakken, maar we rollen steeds meer in het beleid. De overheid vraagt ons als gesprekspartner, omdat ze de milieucooperatie een betere gesprekspartner vindt dan de gevestigde landbouworganisaties. In die gesprekken proberen we het belang aan te geven van werken van onderop. Daarbij nemen we taken van de overheid over. Natuurlijk zijn we nog een vage club die zichzelf moet bewijzen en die niet zomaar miljoenen krijgt toegeschoven. Maar de overheid moet wel beseffen dat de financiele ondersteuning uiteindelijk structureel moet worden. Anders bloedt het samenwerkingsverband in korte tijd weer dood."

Re:ageer