Wetenschap - 22 juni 1995

Boeren moeten meepraten over irrigatie-ontwerp

Boeren moeten meepraten over irrigatie-ontwerp

Irrigatie-ingenieurs moeten hun technisch ontwerp zo opzetten dat er na ingebruikname ruimte is voor aanpassing aan de wensen van boeren. Die boeren zouden daarover al bij het ontwerp hun zegje moeten doen, maar dat is lastig wegens de grote verschillen in kennis en achtergrond tussen boeren en ontwerpers. Dit schrijft dr ir M. van Bentum in zijn Nederlandstalige proefschrift Water, werk en waterwerken, waarop hij op 20 juni promoveerde bij ir L. Horst, emeritus hoogleraar irrigatie, en prof. dr ir J.D. van der Ploeg van de vakgroep Rurale sociologie.

Van Bentum baseert zich op de stelsels van het stroomgebied van de Segura in Zuidoost-Spanje. Dat gebied kampt al eeuwenlang met chronische watertekorten en kent een rijke irrigatietraditie. In het stelsel Riegos de Levante werd water opgepompt uit de Segura. De toevoer was echter ontoereikend voor een intensieve produktie, doordat bovenstrooms al veel water werd afgetapt. Dit creeerde spanningen, die werden versterkt doordat de gebruikers zich afzetten tegen hoge waterprijzen, lekkende kanalen en een strikte waterverdeling. Het stelsel Campo de Cartagena daarentegen beschikte via een nieuw geconstrueerd kanaal over genoeg water uit de Taag. Hier waren de gebruikers na de aanleg verenigd in een onafhankelijke organisatie die technische en organisatorische aanpassingen afdwong voor een intensieve en lucratieve groenteteelt. Dit toont volgens Van Bentum het belang aan van een autonome handelingsruimte voor de gebruikers. Maar dan moet het irrigatiesysteem voldoende marges bevatten voor
aanpassingen en moeten de gebruikers kunnen terugvallen op een minimumprijs of een minimumafzet van landbouwprodukten.

Re:ageer