Wetenschap - 26 februari 1998

Boeren en overheid zitten elkaar dwars in de Contraviesa

Boeren en overheid zitten elkaar dwars in de Contraviesa

Boeren en overheid zitten elkaar dwars in de Contraviesa
Socioloog Gaston Remmers woonde een aantal jaren in de Sierra de la Contraviesa in Spanje. De boeren in dit grotendeels ontvolkte gebied zijn veel minder afhankelijk van subsidies dan veelal wordt aangekomen. Er zijn lokale initiatieven die zouden kunnen helpen het gebied te ontwikkelen, maar de overheid herkent ze niet als kansen. Remmers promoveerde onlangs op zijn studie naar het kat-en-muis-spelletje tussen boeren en overheid
Het is er droog en de landbouwprijzen zijn beroerd. Veel voormalige bewoners uit de Spaanse Sierra de la Contraviesa zijn weggetrokken naar de stad, zodat het gebied grotendeels is ontvolkt. Hoe houden jullie het hier in hemelsnaam uit?, vroeg de Wageningse socioloog dr Gaston Remmers eens vertwijfeld aan een overgebleven boer. Het antwoord was verrassend: Con cojones y maestria - met kloten en kundigheid. Remmers maakte er de titel van zijn proefschrift van. De socioloog promoveerde 20 februari bij prof. dr ir Jan Douwe van der Ploeg en prof. dr ir R. Oldeman op een onderzoek naar endogene ontwikkeling in de Contraviesa
In zijn proefschrift rekent de socioloog allereerst af met een vooroordeel over de Contraviesa. Het gebied is weliswaar gemarginaliseerd, maar de boeren zijn er niet zo afhankelijk van subsidies als veelal wordt aangenomen. In 1992 bestond slechts 5,5 procent van het boereninkomen uit subsidies; voor boeren uit de veel rijkere provincie Sevilla is dat 37,5 procent
Herbebossing
De boeren in Sevilla beschikken over betere contacten, verklaart Remmers. Zo lezen de boeren in de Contraviesa geen vaktijdschriften. Subsidies komen bovendien niet altijd terecht bij datgene waar ze voor bedoeld zijn. Er is bijvoorbeeld een subsidie voor herbebossing, ingesteld met het idee dat boeren wat extra inkomsten zouden verwerven door op kleine, verspreid liggende stukken grond bomen te planten. Die regeling slaat nauwelijks aan bij de doelgroep. Het is te veel gedoe om die subsidie te krijgen, zegt Remmers. Een grote boer plantte meteen honderd hectare vol met bomen en streek een flinke som geld op. Maar daar was de subsidie natuurlijk niet voor bedoeld.
Het grootste probleem voor boeren in gebieden als de Contraviesa is dat de overheid geen oog heeft voor lokale initiatieven. Die zijn er genoeg, maar ze passen vaak niet binnen het strakke overheidsdenken. Dat ondervond een onderwijzersechtpaar dat een geitenkaasmakerij begon en daarvoor subsidie wilde van het LIDER-programma, een programma van de Europese Unie dat regionale ontwikkeling moet stimuleren. Het echtpaar heeft grote moeite een keurmerk te krijgen voor zijn speciale geitenkazen. Remmers: Ze maken bijvoorbeeld een kaasje dat rijpt in olijfolie. Maar geitenkaas gerijpt in olijfolie, dat staat nergens beschreven. Het is makkelijker om in Spanje subsidie te krijgen voor het maken van Goudse kaas.
Regels
Remmers stelt dat de kleinschalige productie in de Contraviesa een heel eigen dynamiek heeft. Zo bleken verse geitenkaasjes die lang bleven liggen, te transformeren tot een oude kaassoort die al heel lang in de Contraviesa werd gemaakt. Die kaas werd bij toeval in de kaasmakerij herontdekt. Een verse kaas die tot een andere soort transformeert, ook dat past niet binnen de regels. Remmers: Natuurlijk moeten er regels zijn, want er wordt veel gesjoemeld met oude producten. Maar die regels moeten niet te pas en te onpas worden toegepast.
De overheid heeft geen oog voor de kansen die de kleinschalige productie biedt. Ik wil niet zeggen dat met alles wat anders is rekening moet worden gehouden, maar het wel moet vaker als een uitdaging worden gezien.
De promovendus stelt vast dat de overheid de afgelopen jaren wel meer belangstelling heeft gekregen voor lokale initiatieven. Zo is het tweede LIDER-programma al beter toegesneden op de mogelijkheden van gemarginaliseerde gebieden dan het eerste. Maar de overheid is er nog lang niet. Pluri-activiteit is nu het modewoord, weet Remmers. Het idee hierachter is dat boeren door een breed scala van activiteiten een goede boterham moeten kunnen verdienen
Koeltank
Het gevolg van het huidige overheidsbeleid is juist dat de pluriformeit verdwijnt. Door strengere regels op het gebied van hygiene bijvoorbeeld zijn sommige activiteiten niet meer lonend. Remmers vertelt over een familie die in een schuurtje hammen rookte en dat wilde professionaliseren. De overheid stelde echter zulke hoge eisen dat ze besloten er maar helemaal mee op te houden. Ze moesten het huis verbouwen, een koeltank aanschaffen. Het zou voor de familie een absurd hoge investering worden. Natuurlijk is het niet slecht wat meer sanitaire voorzieningen te hebben. Tegels in plaats van grof cement bijvoorbeeld, niemand zal erover twisten dat dat beter is. Maar nu waren de eisen te hoog.
Om een gebied als de Contraviesa een kans te geven, moet de overheid kunnen herkennen wat relevant is voor een regio, stelt Remmers. Maar ook de boeren moeten zich anders opstellen, want het wantrouwen jegens de overheid is groot. Boeren en ambtenaren hebben allerlei manieren bedacht om elkaar het leven zuur te maken, zegt Remmers. Zo is het voor de boeren belangrijk om over reserves te beschikken. Ze hebben vaak een verrassende hoeveelheid spaargeld. De overheid wil het gebied ontwikkelen, maar wil dat de boeren daar ook zelf aan bijdragen. De overheid wil dus geld zien. De boeren willen subsidies van de overheid; ze peinzen er niet over hun reserves aan te spreken voor door de overheid bedachte plannen. Zo lopen boeren en ambtenaren in een kringetje achter elkaar aan. Het is een kat-en-muis-spelletje.

Re:ageer