Wetenschap - 2 juli 1998

Bloeiende akkerranden verdelen boeren en milieubeweging

Bloeiende akkerranden verdelen boeren en milieubeweging

Bloeiende akkerranden verdelen boeren en milieubeweging
Meer aandacht nodig voor effecten van teeltvrije zone
De overheid wil boeren in 2000 verbieden op akkerranden langs een sloot nog gewassen te telen. Zo moeten er minder bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terechtkomen. Noch de milieubeweging, noch de boeren zijn blij met de beoogde maatregel. Voor de milieubeweging gaat die niet ver genoeg; boeren vrezen dat onkruiden en plagen vanuit de rand gaan oprukken. Uit Wagenings onderzoek blijkt dat natuurlijke vijanden van parasieten juist in de onbeteelde akkerrand gedijen
Geen saaie graan- of bietenvelden, meer maar een fleurige strook bloemen langs de slootrand. Voor enkele bedrijven is dit al werkelijkheid. En mogelijk gaat het vanaf 2000 voor alle akkerbouwgewassen tellen. De contouren van de maatregel van bestuur die zulke randen langs de sloot verplicht stelt zijn inmiddels zichtbaar
Al vaak hebben waterbeheerders en milieubeweging laten weten dat er te veel bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater voorkomen. Een van de oorzaken is drift. Bij bespuitingen is haast niet te vermijden dat er bestrijdingsmiddel in de sloot terecht komt. Elke centimeter van het perceel is beteeld en de apparatuur is niet zo nauwkeurig dat het spuitmiddel alleen de plant bereikt. Wat is dan simpeler dan verder van de kant af te blijven met telen en met bespuiten?
Zo redeneerde ook het ministerie van Verkeer en Waterstaat, verantwoordelijk voor het oppervlaktewater. Het bereidt voor de open teelten een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor. Bij die voorbereiding is een klankbordgroep betrokken waarin LNV, waterschappen, LTO en de milieubeweging zeggenschap hebben
De maatregel is een voortvloeisel van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater. De verwachting is dat na de zomer de officiele conceptversie bekend wordt, waarna er inspraakrondes zijn. Halverwege volgend jaar zal de AMvB van kracht worden
De contouren van de maatregel zijn al bekend. Langs natte sloten - droogstaande vallen niet onder de maatregel - mogen telers de rand van het perceel niet meer betelen. Bij aardappelen mag de boer 150 centimeter vanaf de slootrand geen knollen poten, wat neerkomt op een rij aardappelen. Voor graan en graszaad geldt een breedte van 25 centimeter, voor bieten, mais en overige gewassen geldt 50 centimeter. Bij gras mag de teler 25 centimeter niet bespuiten met bestrijdingsmiddelen
Deze voorschriften gaan gelden vanaf het jaar 2000. Drie jaar later is het de bedoeling de stroken 75 centimeter breder te maken
Naast deze teelt- of spuitvrije zones gelden nog maatregelen die ook voor de rand langs droge sloten opgaan. Deze hebben te maken met de maximale windsnelheid waarbij een boer nog mag spuiten (vijf meter per seconde), de hoogte boven het gewas waarop de spuitboom moet hangen (vijftig centimeter) en het gebruik van speciale spuitdoppen die minder drift naar de sloot veroorzaken
Toen onlangs bekend werd wat er in de AMvB komt te staan, betrokken de partijen onmiddellijk stelling. Zoals gebruikelijk in dit soort kwesties vindt de akkerbouw de voorstellen te ver gaan. De maatregelen voor 2000 zijn goed, maar een verbreding van de teeltvrije zone met 75 centimeter in 2003 gaat te ver. Ir Jo Ottenheim, secretaris van de werkgroep gewasbescherming van LTO: Wij willen wel voldoen aan de doelstelling om negentig procent minder drift te veroorzaken. Maar dan willen we zelf bepalen hoe we dat doen.
Rechter
Ook de milieubeweging is niet blij met de resultaten. Ze stapte uit het overleg. Dat betekent dat ze geen invloed meer heeft op de AMvB. Maar mogelijk uiteindelijk wel op het resultaat. Hans Muilermand van de stichting Natuur en Milieu legt uit dat de milieubeweging de gang naar de rechter maakt. Met anderhalve meter onbeteeld komen er nog steeds vervuilende stoffen in het water; dat staat de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren, waar de AMvB onder valt, niet toe. Daarom verwacht Muilerman veel kans te maken bij de Raad van State
Hoeveel bestrijdingsmiddel er inderdaad nog in het water terechtkomt, is niet helemaal duidelijk. Ir Jan Huijsmans van het Instituut voor Milieu en Agritechniek (IMAG-DLO) heeft berekeningen uitgevoerd over de effecten van mogelijke maatregelen om de drift van bestrijdingsmiddelen naar de sloot te beperken. De hoeveelheid drift hangt uiteraard af van de exacte maatregelen. Onder omstandigheden die lijken op de voorgestelde maatregel vermindert de drift bij aardappelen met 88 procent. Huijsmans plaatst daar wel enige kanttekeningen bij. Cynisch: Als de uitgangspositie maar slecht genoeg is, haal je je reductiepercentages wel. Belangrijker nog is dat bij een doelstelling in reductiepercentages niet bekend is hoeveel bestrijdingsmiddelen er werkelijk in de sloot zitten. Daar komt bij dat een deel van de voorgestelde maatregelen in de praktijk niet goed te realiseren is. Zo is een spuitboomhoogte van vijftig centimeter boven het gewas echt het minimum wat een boer voor elkaar krijgt; vaker is dat hoger en ontstaat er dus meer drift. Huijsmans ervaring is dat zijn kanttekeningen en exacte berekeningen niet de doorslag geven bij de AMvB. Het draagvlak in de akkerbouw is vaak erg belangrijk. De beslissing is politiek.
De behoudende reactie van de akkerbouw komt voor een deel voort uit angst voor het onbekende. Zo'n enge onbeteelde rand, daar kan je alleen maar extra onkruiden van krijgen en het kost nog geld ook. Of die angst terecht is, is niet duidelijk. Een rondgang door Wageningen leert dat er wel degelijk onderzoek gedaan is naar het effect van de teeltvrije akkerrand op inkomen en ziekten en plagen, maar onderzoekers geven aan dat nog meer gegevens nodig zijn. Bij het departement Economie en Management wordt gerekend aan het effect op het inkomen van zo'n strook, maar het accent ligt meer op de mogelijke natuurwaarde
Akkerbouwvoorman Aike Maarsingh ging zelf aan de slag. Hij berekende dat door de voorgestelde maatregel twee procent van het areaal verloren gaat voor de teelt, ofwel zestienduizend hectare. Dat betekent een opbrengstderving van een miljard gulden voor de akkerbouwsector. Dit is een grove schatting; gedetailleerdere gegevens zijn er niet
Behalve voor verlies aan inkomen zijn boeren erg bang voor extra onkruiddruk vanuit de rand. Het antwoord daarop van Wagenings onderzoek lijkt bemoedigend, al is veel onderzoek nog experimenteel. Ir Henk Kloen van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) is nog het meest zeker. Hij onderzoekt voor een groep biologische bedrijven in de Flevopolder de mogelijkheid om met zo'n strook natuur te ontwikkelen. Met een goed beheer lijkt de strook geen extra onkruiden op te leveren voor de commerciele gewassen, voor een biologisch bedrijf dat helemaal niet spuit uitermate belangrijk. In het onderzoek zaaien de boeren gras in en zelfs bloemen langs de slootrand. De bedoeling is dan dat er de hele zomer door mooie bloemen bloeien waar recreanten ook nog van genieten
Akkerdistel
Na het eerste jaar heeft de boer al geen last meer van eenjarige onkruiden, die verdwijnen door het eerste jaar een aantal malen te maaien en het maaisel af te voeren. Daarna kan de boer nog wel last hebben van overblijvende onkruiden als akkerdistel en kweek. Die mogen in ieder geval niet tot bloei komen en hopelijk verdwijnen ze na een aantal jaren. Na een jaar of vier a vijf kost de strook minder werk, een keer maaien en afvoeren of drie keer klepelen - kapotslaan - is dan toereikend
Dit experimentele beeld wordt bevestigd door het meer theoretische onderzoek van de leerstoelgroep Gewas- en onkruidecologie. Door het afvoeren van maaisel verarmt de grond, waardoor akkeronkruiden geen probleem zijn op nutrientenarme gronden, aldus prof. dr ir Martin Kropff. Anders is dat op nutrientenrijke gronden, waar verarming eigenlijk niet te realiseren is. Hier ontbreekt een gedetailleerde analyse van de vegetatie-ontwikkeling nog
Naast mogelijke problemen kan de strook ook voordelen opleveren. Zowel LTO als onderzoekers zijn het erover eens dat de stroken goed zijn voor het imago van de akkerbouw. Een strook waar diverse bloemen bloeien staat mooi in het landschap en is dus aantrekkelijk voor recreanten
Een ander voordeel is het idee dat de strook een goede overwinterings- en vluchtplaats plek biedt voor natuurlijke vijanden van ziekten en plagen in het commerciele gewas. Maar hier is nog heel weinig over bekend; het onderzoek komt eigenlijk net op gang
Prof. dr Louise Vet van het departement Plantenveredeling en Gewasbescherming refereert aan Amerikaans onderzoek, waaruit bleek dat de natuurlijke vijanden zich inderdaad in de rand vermenigvuldigden en vandaaruit schadelijke parasieten bestookten. Naar in het midden van het veld nam de bestrijding door de nuttige beesten af. Ze verwacht dat de strook voornamelijk positief uitwerkt. De potentie voor de bestrijding en het voorkomen van insectenplagen is enorm. Planten trekken natuurlijke vijanden aan en die eigenschap is te exploiteren. Plagen geeft ze weinig kans op te rukken uit de strook, hoewel ze toegeeft dat er veel te weinig van bekend is. Je krijgt pas een plaag als de vijand er niet is. In de rand wordt de plaag in de kiem gesmoord.
Volgens dr ir Cees Booij, werkzaam bij het Instituut voor Planteziektenkundig Onderzoek (IPO-DLO), komt het wel voor dat plagen vanuit de akkerrand het veld in trekken. Voorbeelden daarvan zijn graanhaantjes en bladmineerders. Maar bij proefprojecten in verschillende provincies waren nergens negatieve effecten te zien. Integendeel, er was juist minder aantasting langs de rand van het veld. Booij dicht de randen dan ook een grote ecologische functie toe, mits de percelen niet breder zijn dan honderd meter. Veel natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes, spinnen en loopkevers, bewegen zich niet verder dan veertig meter het veld in
Er is weinig bekend over de rol die akkerranden vervullen in de populatiedynamica. De kennis die er is, is moeilijk toegankelijk en erg versnipperd. Booij is nu een database aan het opzetten van alle bekende gegevens, ook uit het buitenland waar veel meer ervaring is met akkerrandenbeheer. Hij geeft toe: We zijn er veel te laat mee begonnen.

Re:ageer