Student - 8 februari 2018

Blauwkeelara’s zoeken in Bolivia

tekst:
Lotje Hogerzeil

Wie? Jelger Elings, masterstudent Forest & Nature Conservation en Aquaculture & Marine Resource Management
Waar? Barba Azul Nature Reserve, Bolivia
Wat? Thesisonderzoek naar de bescherming van de blauwkeelara

‘De savanne van Barba Azul Nature Reserve ligt zodanig in the middle of nowhere dat er geen andere optie was dan een directe vlucht naar het park. In het regenseizoen zijn de wegen te modderig voor auto’s of motoren, dus behalve door de lucht is Barba Azul onbereikbaar. Toen ik aankwam was dat wel even slikken. Wat als er iets gebeurt, wat als je wordt gebeten door een slang of heftig ziek wordt? Op de paklijst stond dat ik mijn eigen antibiotica mee moest nemen, en eenmaal daar snapte ik waarom. Behalve een paar huisjes voor de rangers en cabins voor toeristen was er niets.

IMG_20171105_162138.jpg

Boseilanden
Het reservaat is vernoemd naar de blauwkeelara, een endemische papegaaisoort die alleen nog leeft in dit gebied. Hier en daar groeien motacúpalmen op een soort terp – een stuk land dat lang geleden is opgehoogd door de inheemse bevolking – en op deze “boseilanden” leven nog zo’n 150 ara’s. Door grootschalige veeteelt in Noord-Bolivia verdwijnt hun leefgebied. Wanneer met heftige regenval de savanne onderloopt, zoeken de koeien droge voeten op de boseilanden en eten ze alle jonge boompjes op. Ook branden boeren de savanne plat om grasgroei te bevorderen. Door de steeds krimpende plukjes bos sterft de blauwkeelara uit. Barba Azul is speciaal opgezet om het leefgebied van deze vogels te beschermen.

Blauwkeelara foto Jeff Kubina-Wikipedia.jpg

Handen en voeten
Ik onderzocht of deze methode van bescherming werkt. Ik verbleef in een huisje dat voorheen van een koeienboer was. Twee maanden zat ik daar, ver van de bewoonde wereld, met alleen drie Bolivianen om me heen. Ik sprak nog bijna geen Spaans toen ik aankwam. Ik had wel een beetje met Duolingo geoefend, maar communicatie ging in eerste instantie vooral met handen en voeten. Binnen mijn werk had ik vooral mijn eigen ding, dus hoefde ik niet zoveel te kletsen. Tot op een dag de kokkin ziek werd, toen bracht één van de rangers haar naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis en bleven de andere ranger en ik met z’n tweetjes achter. Toen móésten we wel een praatje maken.

Ik heb geen moment heimwee gehad. Ik wilde juist echt nog niet naar huis. Ook heb ik me geen seconde alleen gevoeld. Alles was zo mooi dat ik er niet eens bij stilstond!’


Re:ageer