Wetenschap - 2 februari 1995

Beurspromovendi

Beurspromovendi

Het al twee jaar durende conflict over de invoering van een promotiebeurs, voorgesteld door de Vereniging van de Samenwerkende Universiteiten (VSNU), heeft een nieuw hoogtepunt bereikt. Deze beurs die de VSNU wil invoeren voor een deel van de promovendi, naast het huidige aio-stelsel, is een drastische stelselherziening voor aio's en oio's, waarin werkervaring, het geven van onderwijs en sociale zekerheden niet meer van toepassing zijn en zij zich zodoende 100% kunnen richten op het doen van onderzoek en het ontvangen van opleiding. De reden van deze herziening is bezuinigen op wachtgelduitkeringen, zodat de aio er geen gebruik meer van kan maken. Technisch gezien hoeven de universiteiten geen wachtgeld uit te keren als de belastinginspectie de relatie tussen universiteit en student niet als een dienstverband ziet. De VSNU heeft daarom het plan naar het Ministerie van Financien toegestuurd en naar de belastingdienst van de regio Eindhoven om eventuele fiscale bezwaren op te spor
en. Kort geleden heeft deze belastingdienst aangegeven geen fiscale bezwaren tegen het beursaal plan te hebben en heeft de afdeling Directe Belastingen van het Ministerie van Financien mondeling toegezegd het plan goed te keuren, zodat binnen enkele maanden een formeel antwoord van dit ministerie wordt verwacht.

Het Wagenings Aio Overleg (WAIOO) betreurt deze gang van zaken ten zeerste. De voorgestelde stelselherziening dient alleen voor het doorvoeren van bezuinigingen. Daarbij is het nog de vraag of de plannen van de VSNU uiteindelijk wel tot bezuinigingen zullen leiden! Zo zijn de aio's momenteel de goedkoopste onderwijsgevers waarover de universiteiten beschikken, wat de universiteiten jaarlijks ongeveer 650 fte per jaar aan onderwijskosten bespaart. Dat onderwijs zal overgenomen moeten worden door universitaire (hoofd) docenten, waardoor niet alleen hun werkdruk toeneemt, maar ook veel meer onderwijskosten ontstaan. Zelfs het goedkoopste alternatief, het inhuren van student assistenten, is veel duurder dan de aio. Omdat daarnaast de beurspromovendus veel goedkoper is dan de aio en de universiteiten voor elke promotie ongeveer 60.000 tot 120.000 gulden ontvangen zullen in de toekomst meer beursalen aangenomen kunnen worden. Echter door deze toename zal de werkloosheid onder de gepromov
eerden verder toenemen, zoals in het WUB van 19 januari te lezen was, waardoor het Ministerie van Sociale Zaken te maken krijgt met een aantal extra onvoorziene uitkeringen.

Met de invoering van het beursaalplan ontkent men tevens dat het verrichten en publiceren van onderzoek werk is!

Een inhoudelijke discussie over de gevolgen van het plan wordt door de VSNU niet gevoerd. Er worden geen oplossingen aangedragen voor de echte problemen van het huidige aio stelsel, zoals slechte begeleiding, opleidingsmogelijkheden en kans van slagen van onderzoeksprojecten binnen vier jaar, waardoor vaak langer dan de gestelde vierjarige termijn nodig is voor de promotie en aio's ongewild in de wachtgeldregeling terecht komen. Deze problemen zullen dus blijven bestaan na invoering van een promotiebeurs. Ook wordt niet gerept over terugdringing van het aantal aio's, waardoor de wachtgeldproblematiek verminderd zou kunnen worden; het is immers bekend dat het maximum aantal voorgestelde aio's (5000) met ruim 2000 wordt overschreden.

Voor de universiteiten levert de invoering van de promotiebeurs weliswaar financiele voordelen op, maar wat zal het hen op onderzoeksgebied opleveren? De motivatie van de beurspromovendus zal verlagen; deze moet rondkomen van 1230,- gulden minus de inkomstenbelasting die erop geheven worden zal, en dat gedurende vier jaar, terwijl collega's voor dezelfde verdiensten een aio-contract hebben. Er kan bovendien geen aanwezigheidsplicht worden opgelegd, waardoor het makkelijker wordt zich minimaal in te spannen voor het onderzoek. Vanwege de slechte arbeids'voorzieningen is de kans groter dat de promovendus tussentijds verdwijnt in verband met een beter werkaanbod.

Nu er geen fiscale bezwaren zijn kan het plan in principe worden doorgevoerd. Of dat uiteindelijk ook mogelijk wordt beslist het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de opdrachtgever van de VSNU voor het herzien van het aio stelsel, en bepalen de universiteiten zelf die de keuze krijgen er gebruik van te maken. Sommige universiteiten hebben echter al het voortouw genomen. Het Belle van Zuyleninstituut voor vrouwenstudies in Amsterdam heeft bijvoorbeeld onlangs de eerste beurspromovendus aangenomen en de faculteit Scheikunde van de Universiteit van Utrecht wil rond deze tijd beursalen gaan aannemen. Dit terwijl het college van bestuur van de universiteit van Enschede zich tegen de plannen heeft uitgesproken.

Hopelijk houdt het OCW in tegenstelling tot de VSNU wel rekening met de kwaliteit van het aio stelsel en overweegt het serieus de gevolgen van het beursaal plan!

Re:ageer