Wetenschap - 26 oktober 1995

Besturen is een hobby van me

Besturen is een hobby van me

Landbouwdebat

Vergaderingen en kroeggesprekken. Vertegenwoordigers en consumenten. Lobbyclubs en boze boeren.


De pretenties leken me aardig. We wilden laten horen dat de Wageningse studenten betrokken zijn bij de landbouwproblematiek." Marc Jansen, actief in de organisatie van het Wagenings landbouwdebat, deelt nu een kamertje van twee bij vier meter op de vakgroep Algemene agrarische economie. Hij werkt aan iets vaags over de bestuurlijke problematiek van het landelijk gebied, dat moet leiden tot een onderzoeksprogramma."

Begin 1994 meldde hij zich voor het door studenten georganiseerde Wagenings landbouwdebat. Besturen is een hobby van me. Hiervoor was ik voorzitter van de studentenvereniging voor management, het Nive-JMC. Besturen is een heel sociaal gebeuren. Je ziet wat van de wereld, gaat naar andere clubjes. Vergaderen is ook best leuk. Dingen afspreken en uitvoeren; gezamenlijk je doelen halen. Je merkt aan de opkomst bij je activiteiten of het aanslaat."

Jansen komt niet uit een landbouwnest; zijn vader werkte bij PTT Telecom. Hij klust vanaf zijn vijftiende op een boerderij in het dorp en wil in eerste instantie boer worden. Na een studie aan de agrarische hogeschool ziet hij daarvan af. Ik heb stage gelopen bij een mestverwerkingsfabriek. Die verwerking liep prima, maar is mislukt om politieke redenen." Na de produktiegerichte studie op de hogeschool besluit hij milieu-economie te gaan studeren in Wageningen.

Als je iets wilt veranderen, moet je dat van binnenuit doen. Van buitenaf lukt het niet. Je kunt gemakkelijk een toeter kopen en een spandoek maken, maar daar bereik je niets constructiefs mee. Als je iets wilt bijdragen, moet je dus in een organisatie gaan zitten. En dan moet je niet gefrustreerd raken als je standpunt niet meteen naar voren komt. Dat is een geleidelijk proces, je vormt je ideeen."

Veel mensen zeggen dat ze geen tijd hebben voor bijeenkomsten, maar is een kwestie van prioriteit. Die zitten dan 's avonds voor de tv op de afdeling en gaan daarna naar de kroeg. Ik ga naar de kroeg na de bijeenkomst. Tv? Ik heb geen kabel."

Toen ik vorig jaar december voorzitter werd van het Wagenings landbouwdebat, was ik er fulltime mee bezig, met behoud van uitkering. Daarvoor studeerde ik nog en stopte ik er zo'n tien uur per week in. Dat debat heeft nogal wat mensen studiepunten gekost, maar dat weet je van tevoren."

De LUW heeft ons alle ruimte gegeven, maar de docenten hadden nogal een passieve rol. Zo zijn wij voor de varkenshouderij tot de conclusie gekomen dat dertig procent van de varkens weg moesten. Daar was Tazelaar (hoofd produktschap Vee en vlees, red.) toen erg boos over. Er zat een rekenfout in ons verhaal en die fout hadden de docenten laten staan."

Tazelaar heeft een contra-expertise van ons onderzoek laten uitvoeren en daarna zijn we door hem uitgenodigd in een zeer grote zaal te Rijswijk, met het produktschap en de docenten aan de ene kant van de tafel en wij aan de andere kant. Dat hadden we toen goed voorbereid en we hebben geen slecht figuur geslagen. Als je je laat afschrikken door een grote bek, heb je natuurlijk bij voorbaat verloren."

We hebben als stuurgroep geprobeerd om alle studierichtingen bij het debat te betrekken. Dat is niet gelukt; de teeltrichtingen en de economen hebben de meeste ideeen over de landbouw. Wij als stuurgroep stelden dat we geen mening hadden, maar in feite was dat natuurlijk niet zo. Dat was ook het probleem van het nationaal landbouwdebat van Ter Zake: de organisatoren pretendeerden puur faciliterend te zijn, maar je moet niet ontkennen dat organisatoren als de Rabobank een stempel op het proces drukken."

Je moet zo'n discussie aansturen van boven. Als je een groep mensen bij elkaar zet en vraagt: Zeg het maar, dan komt er niets uit. Bottom up werkt niet. De mensen verwachten een voorzitter die de discussie goed kan inleiden, samenvatten en de juiste conclusies weet te trekken. Vervolgens blijf je altijd met een beperkte groep mensen om tafel zitten. Dat is niet erg. Degenen die er niet zijn, de free riders, zijn niet van invloed. Ik kan weinig waardering opbrengen voor iemand met een spandoek en toeter."

Op de vraag of hij iets van het debat heeft geleerd, moet Jansen even diep nadenken. Ik heb geleerd dat de landbouw ontzettend vasthoudt aan verworven rechten, met name de vertegenwoordigers van de boeren. De veestapel mag absoluut niet worden ingekrompen, hoewel veel boeren daar anders over denken. Aan de andere kant zie je dat de consumenten wel veel hebben aan te merken op de landbouw, maar als de kwaliteitsverbetering uit hun portemonnee moet komen, zijn ze niet thuis. Daartussen zitten dan de lobbyclubs en de verwerking die in een fusieproces zit. En er bestaan duizend meningen. Dat maakt het ondoorzichtig; er zit geen echt logische lijn in de keten, maar uit die chaos ontstaat wel iets."

Ik vind dat het Ter Zake-debat niet is mislukt. Het belangrijkste doel was dat er een debat plaatsvond, dat er mensen mee bezig waren. Da's gelukt. Wel heeft de meningenstrijd binnen de organisatie van Ter Zake - Tazelaar wilde de discussie anders - een nadelige invloed gehad op het verloop van het debat. Nu het debat is afgelopen, komen er geen conclusies uit, terwijl de organisatie altijd de indruk heeft gewekt: Als jullie nu meedoen, zorgen wij dat er wat uitkomt."

Gevraagd naar de meest komische noot gedurende het Wageningse landbouwdebat, blijft het stil. Die vraag had ik niet verwacht. Tsja, de inval van boze boeren op ons slotdebat kun je moeilijk komisch noemen, hoewel het alleen maar ten koste ging van de toespraak van de minister en onze borrel. Misschien waren de kroeggesprekken na onze bijeenkomsten wel het meest komische...."

Re:ageer