Wetenschap - 16 maart 1995

Bestrijdingsmiddelen veroorzaken mogelijk geboorte van dochters

Bestrijdingsmiddelen veroorzaken mogelijk geboorte van dochters

Epidemiologen willen grootscheeps onderzoek in Nederlandse landbouw

Delven mannen het onderspit door hun niet aflatende strijd tegen ziekten en plagen in land- en tuinbouw? Deze week krijgen de fruittelers een opmerkelijke brief thuis. Epidemiologische onderzoekers van de Landbouwuniversiteit delen hen daarin zo ongeveer mede dat ze een deel van hun dochters wel eens te danken kunnen hebben aan de bestrijdingsmiddelen die ze gebruiken. Onderzoek laat dit verband althans zien. Harde werkelijkheid of statistisch artefact.


Een aantal jaren geleden kreeg de vakgroep Humane epidemiologie en Gezondheidsleer een telefoontje van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht. De afdeling fertiliteit had opvallend veel vrouwen over de vloer van fruittelers. Ze wilden zwanger worden maar het lukte niet. Of het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het bedrijf hier iets mee te maken kon hebben.

Niemand op de vakgroep kon daar direct antwoord op geven. In de literatuur zijn wel een aantal voorbeelden van bestrijdingsmiddelen die de vruchtbaarheid beinvloeden. Zo hadden de mannen die blootgesteld zijn aan het nematocide DBCP (1,2-dibromo-3-chloropropane) nauwelijks meer levend zaad in hun ejaculaat. Maar dat middel is allang verboden. Over recente bestrijdingsmiddelen was nauwelijks iets bekend.

Toen hebben we besloten een epidemiologisch onderzoek te starten", zegt dr ir D.J.J. Heederik. Tenslotte onderzochten we deze groep van agrariers al. We keken alleen niet naar de vruchtbaarheid, maar naar de opname van de gebruikte bestrijdingsmiddelen via huid en inademing."

Samen met ir J.S. de Cock werd een onderzoek opgezet naar de fecundiciteit, ofwel de tijd die het duurt voordat een vrouw zwanger wordt. Normaal is dat gemiddeld drie maanden. Uit dit onderzoek dat afgelopen zomer is gepubliceerd bleek dat het bij vrouwen van fruittelers gemiddeld twee keer zo lang duurt. Dit artikel is reeds veel geciteerd. Nog nooit eerder is zo gericht naar de effecten van bestrijdingsmiddelen op de fertiliteit van de gebruikers gekeken. Het ging altijd om blootstelling van de werknemers in de bestrijdingsmiddelen producerende bedrijven."

Duur van de bespuitingen

Na enkele weken kregen de onderzoekers een keurig getypte brief van ene dr H. James, Honorary Research Fellow van de University College in London. Of de onderzoekers ook naar de sekseratio gekeken hadden onder het nageslacht van de fruittelers. Werden er gemiddeld even veel meisjes als jongetjes geboren?

De hypothese van deze geneticus, die zich al vijfentwintig jaar bezighoudt met de sekseratio, was dat bestrijdingsmiddelen deze wel eens kunnen veranderen. Hetzij door de invloed op geslachtshormonen, hetzij door de invloed op het sperma. Zo was het aantal dochters onder het nageslacht van de DBCP-producerende werknemers extreem hoog.

We zijn in december naar de sekseratio gaan kijken. Alle onderzochte personen zijn gebeld. En inderdaad: een verschuiving. Tot onze verbazing worden er onder bepaalde gebruikers meer meisjes geboren dan jongens."

Het gaat om honderdzevenentwintig zwangerschappen die de afgelopen twaalf jaar hebben plaatsgevonden binnen 43 gezinnen. Over de hele groep is de sekseratio met 0,51 niet afwijkend: dat wil zeggen ongeveer evenveel jongens als meisjes. Maar als de kinderen per klasse van 3 jaar worden ingedeeld, vinden de onderzoekers van 1987 tot 1990 een beduidend lagere sekseratio van 0,33: het aantal meisjes overheerst.

Maar het meest overtuigend vinden de onderzoekers het verband tussen sekseratio en gebruik van een aantal specifieke bestrijdingsmiddelen, bespuitingstechnieken of duur van de bespuitingen. Bij vrijwel alle indelingen zien we een verschuiving van de sekseratio. De neuzen wijzen allemaal dezelfde kant op, en dat maakt het voor ons overtuigend." Families die meer dochters hadden dan zoons spuiten vaker per jaar, gebruiken speciale spuittechnieken en maken frequenter gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen Azinphos-metyl (insekticide), metiram (fungicide) en paraquat (herbicide). Deze resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het internationale wetenschappelijk tijdschrift Occupational and Environmental Medicine.

Spermakwaliteit

Het meest waarschijnlijk is dat het effect op de sekseratio via de man loopt", zegt Heederik. Die zijn het hoogst blootgesteld. We denken dat de spermakwaliteit op een of andere manier is verminderd, net als bij het DBCP-nageslacht. Maar we sluiten niet uit dat het via de vrouw kan lopen. Zij heeft vaak ook taken op het bedrijf. Net nadat er gespoten is, worden er takken gebogen, of fruit geplukt. Ook is er een aanzienlijk insleep van bestrijdingsmiddelen het huis in. Kleren worden over de stoel gehangen. En binnen worden de stoffen minder snel afgebroken dan buiten door dat er minder UV-straling is."

Opvallend is dat alleen de laatste drie jaar een verandering in sekseratio te vinden is bij de kinderen. Alsof het om een soort cumulatief effect gaat. Maar Heederik denkt dat dat niet het geval is. Wij denken eerder aan reversibele effecten. We zien namelijk ook dat vrouwen in de zomer tijdens de bespuitingen meer moeite hebben zwanger te worden, dan in de winter. Wij denken dat het samenhangt met het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen de laatste jaren. Het is een komen en gaan van nieuwe middelen en misschien zitten er een aantal bij die van invloed zijn op de fertiliteit en de sekseratio."

Hormonen

Maar er mag dan een zeker verband zijn gevonden tussen blootstelling en sekseratio. Volstrekt onduidelijk is welk mechanisme hier achter schuil kan gaan. Is het uberhaupt wel mogelijk dat stoffen de genetische samenstelling van het nageslacht zo sterk beinvloeden? Tenslotte bevatten de zaadcellen even vaak een geslachtschromosoon van het type X- als van het type Y. De bevruchting is een toevalsproces, waardoor er evenveel jongens (XY) als meisjes (XX) geboren worden. Toch is ook bij DBCP een verschuiving in sexratio plaatsgevonden.

Volgens de theorie van de Engelse geneticus James hangt de uitkomst van het bevruchtingsproces ook af van de hormoonspiegels bij de ouders. Hoge spiegels van de geslachthormonen LH, FSH, en progesteron resulteren volgens deze theorie in de geboorte van een meisje, terwijl hoge oestrogeenspiegels bij de vader en moeder, tot de geboorte van een jongen leiden. Stoffen zouden die hormoonspiegels dan moeten beinvloeden.

Dioxine specialist dr A. Brouwer van de vakgroep Toxicologie denkt ook in eerste instantie aan een hormonaal effect van de stoffen op het lichaam. Dioxinen beinvloeden de werking van bepaalde hormonen. Mannetjesratten die aan hoge doses dioxinen zijn blootgesteld vertonen een vrouwelijker gedrag en reageren op vrouwelijke hormonen. Het blijven echter dieren die genetisch gewoon een mannetje of een vrouwtje zijn. Ik heb nog geen idee hoe de hele genetische basis veranderd zou kunnen worden door schadelijke stoffen. Ik weet niet of het uberhaupt wel mogelijk is. Ik ken ook nog geen experimenten die de ideeen van James staven." Maar Heederik vermoedt dat de bestrijdingsmiddelen niet de genetische basis veranderen, maar dat het om een effect op X- of Y- zaadcellen gaat.

Belangwekkend

Ondanks het gebrek aan wetenschappelijke verklaring voor de verschuiving in sekseratio vindt Brouwer de resultaten belangwekkend. Soms geven epidemiologen richtingen aan waar biologen niet op zouden komen, of niet over nagedacht hebben. Het kan een heel nieuw licht werpen op de werking van toxische stoffen. In de Verenigde Staten zijn ze trouwens gestart met een groot onderzoek naar endocrine disrupters, stoffen die van invloed zijn op hormonen in het lichaam. Er wordt 100 miljoen dollar aan besteed. Men is dus wel in die richting aan het zoeken."

Prof. dr E. te Velde, werkzaam bij de afdeling fertiliteit van het Utrechts Academisch Ziekenhuis en mede-auteur van het artikel is minder onder de indruk van de bevindingen: Ik heb geen enkel idee wat hier aan de hand zou kunnen zijn. Wat mij betreft gaan we ook gewoon weer verder met het fertiliteitsonderzoek waar wij mee bezig zijn. Sekseratio vind ik niet zo interessant. Trouwens misschien is het ook wel gewoon toeval. Het is natuurlijk een vrij kleine groep."

En daarmee wijst hij gelijk op de zwakke plek van het onderzoek. Alle onderzoekresultaten ten spijt, het blijven verbanden waarbij de kans redelijk groot is dat ze een toevalstreffer zijn.

Geen keiharde conclusies

Dr G. Gort van de vakgroep Wiskunde: Als ik de gegevens zo zie dan zou ik geen keiharde conclusies durven trekken. Ik zou er ook niet te zwaarwichtig over doen. Het zijn eerder wat zwakke aanwijzingen. In sommige gevallen nemen zij een betrouwbaarheidsinterval van acht procent in plaats van vijf procent. De kans dat je een foutieve conclusie trekt is dan groot. Ook het aantal eenheden, 43 families, dat ze vergelijken is natuurlijk aan de kleine kant."

De auteurs zijn zich hiervan bewust en noemen sommige van de resultaten ook borderline -significant. Maar dat het voldoende argumenten aanlevert om verder te kijken, daarvan is Heederik in ieder geval overtuigd. Juist omdat het totaal beeld steeds dezelfde kant op wijst." Om te kijken of er werkelijk iets loos is wil hij een groter onderzoek starten naar reproduktie-effecten van bestrijdingsmiddelen. Daarbij wil hij niet alleen naar fruittelers kijken, maar ook naar glastuinders, bollentelers of andere akkerbouwers. De epidemioloog zou dat ook begeleid willen zien met een toxicologisch onderzoek zodat de achterliggende mechanismen worden opgehelderd. Op het moment wordt niet of nauwelijks naar effecten op reproduktie gekeken. Het College voor Toelating Bestrijdingsmiddelen screent daar vrijwel niet op. We weten daar nog heel weinig van. Er is pas de laatste vijf jaar aandacht voor."

En het is maar hoe je tegen het mannelijk geslacht aankijkt in hoeverre je een verschuiving in sekseratio een probleem vindt", merkt Heederik daarna lachend op. Op zich worden er volkomen gezonde baby's geboren." Om daarna serieus te vervolgen: Maar mij verontrust het. Het is denkbaar dat deze sekseratioverschuiving ook samenhangt met een grotere kans op abortus, en aangeboren afwijkingen. Sekseratio is waarschijnlijk slechts een van de indicatoren die wijzen op een verstoorde reproduktie, zoals ook in geval van DBCP is gevonden."

Re:ageer