Wetenschap - 11 april 1996

Bedrijfseconomie blijft matig onderdeel economie-onderwijs

Bedrijfseconomie blijft matig onderdeel economie-onderwijs

De Wageningse economen hebben met succes een eigen niche in de markt gecreeerd met hun studieprogramma. Landbouw, milieu en economie worden goed geintegreerd en er bestaat een goed evenwicht tussen algemene en bedrijfseconomische vakken. Maar het onderwijsaanbod is versnipperd en de bedrijfseconomie van hbo-niveau. Dit stelde de visitatiecommissie Economie op 27 maart.


Volgens de commissie zijn de contacten tussen staf en studenten goed en is er een goede studiebegeleiding, hetgeen leidt tot hoge rendementen. Ook de grote keuzevrijheid van studenten beoordeelt de commissie als positief, omdat het goede mogelijkheden biedt voor flexibele invulling van de studie.

Vijf jaar geleden bezocht een vergelijkbare commissie ook al eens de economierichting en de huidige commissie vroeg zich bij de opsomming van de negatieve conclusies af of het vorige rapport wel op het bestuurscentrum is aangekomen. Daarin stond immers de aanbeveling om procedures af te spreken voor het geval studenten in hun vrije onderwijskeuze willen afwijken van de aanbevolen studieprofielen. Met die aanbeveling is nooit wat gedaan en dat verbaasde de commissie.

Andere kritiekpunten van de commissie behelsen de versnippering: veel kleine vakjes, veel kleine tentamens en de overlap tussen vakken die dat teweeg brengt. De schriftelijke vaardigheden van de studenten vindt de commissie onvoldoende. Ze mist een verplichting tot het schrijven van verslagen en het houden van presentaties. Het niveau van de scripties wisselt van heel goed tot matig en het beoordelingsniveau zou eenvormiger moeten worden.

Vraagtekens zet de commissie bij het niveau van de bedrijfseconomie in het huidige programma. Het is geent op hbo-stof en de commissie zet vraagtekens bij het academisch niveau ervan. Tot slot bekritiseerde ook deze commissie weer de aansturing van de onderwijs via te lange lijnen. Informeel werkt het allemaal goed, omdat er redelijke en welwillende mensen zijn, maar dat is geen solide basis, meent de commissie.

Opvallend is dat de aandachtspunten van deze commissie niet anders zijn dan die van de commissie vijf jaar geleden. Ook toen was er de nodige kritiek op de structuur van de LUW, ging veel aandacht uit naar plaats en niveau van de bedrijfseconomie en stond de vrije keuze ter discussie.

De richtingsonderwijscommissie M10 is desondanks blij met de conclusies van de commissie. Roc-secretaris dr ir L.H.G. Slangen: De aanbevelingen hadden we verwacht. Deels hebben we die ook al verwerkt in het nieuwe programma. Het grote verschil met het vorige rapport is toch dat ze nu veel meer gekeken hebben naar de inhoud van het programma. En dan zijn we blij dat de commissie vindt dat we een eigen niche hebben gecreeerd voor de opleiding en dat we volwaardige economen opleiden."

Re:ageer