Wetenschap - 5 december 1996

Ammoniakemissie uit mest en urine bij beweiding relatief laag

Ammoniakemissie uit mest en urine bij beweiding relatief laag

De emissie van ammoniak uit koemest en urine is bij beweiding op kleigrasland relatief laag. Afhankelijk van weers- en bodemomstandigheden en totale stikstofgiften blijft de emissie beperkt tot drie tot acht procent van de op het perceel uitgescheiden stikstof in urine en mest. Dat concludeert ir D.W. Bussink, die woensdag 11 december hoopt te promoveren bij prof. dr ir L. 't Mannetje van de vakgroep Agronomie.

Bussink werkt bij het Nutrienten Management Instituut (NMI) en is gestationeerd bij het Praktijkonderzoek Rundvee, schapen en paarden (PR) te Lelystad. Daar hield hij zich bezig met het meten van ammoniakemissies bij beweiding en het beperken van nutrientenverliezen in de melkveehouderij.

Bussink constateert dat gras netto meer ammoniak opneemt dan dat het uitstoot. Een paar procent van de stikstof in gras is afkomstig uit ammoniak. Via de huidmondjes neemt het plantje ammoniak op. Als het perceel echter rijkelijk is voorzien van stikstof, geeft het gras ammoniak af. Dat gebeurt vooral tijdens de eerste twee dagen na het bemesten van het perceel. Maar over het hele groeiseizoen is gras een netto-opnemer van ammoniak." Volgens de promovendus zijn er veel mogelijkheden om ammoniakemissie in de melkveehouderij te verminderen. Hij berekent dat het met de huidige technieken mogelijk moet zijn de ammoniakemissie met 65 procent te reduceren. Dit kan door het vee in de zomer 's nachts op te stallen, door bij te voeren met snijmais om de stikstofopname te verminderen, door het toepassen van emissiearme mesttoedieningstechnieken, door het verhogen van de melkproductie per koe en door het toepassen van emissiearme huisvesting.

Re:ageer