Wetenschap - 29 oktober 1998

Als je het een beetje kalm aan doet en je neemt de tijd, kom je een heel eind

Als je het een beetje kalm aan doet en je neemt de tijd, kom je een heel eind

Als je het een beetje kalm aan doet en je neemt de tijd, kom je een heel eind
Bedrijfseconoom Jan Renkema neemt afscheid
Met een wiskundig model ontdekken hoe een boerenbedrijf in elkaar steekt. Voor bedrijfseconoom Jan Renkema opende de komst van de computer in de jaren zestig een boeiend nieuw onderzoeksterrein. Wiskundige modellen zijn niet meer weg te denken in het bedrijfseconomisch onderzoek, maar hoe verhouden ze zich tot de manier waarop boeren besluiten nemen? Op 29 oktober neemt Renkema afscheid van de universiteit
Prof. dr ir Jan Renkema vergelijkt het beroep van hoogleraar weleens met dat van een opperman in de bouw. Hij haalt de stenen en mengt zand en specie. Door zijn inspanningen kunnen de metselaars aan het werk blijven. Een hoogleraar zet de onderzoekslijnen uit en legt contacten met andere groepen. Bij dat werk hoort een hoogleraar zijn onderzoekers, de metselaars, zo min mogelijk voor de voeten te lopen
In de weg gelopen heeft Renkema, die 29 oktober afscheid neemt, zijn medewerkers de afgelopen jaren niet. Aan eigen onderzoek en het geven van onderwijs kwam hij nauwelijks meer toe. Hij was te druk met zijn werk als wetenschappelijk directeur van het Mansholt Instituut, een taak die onlangs is overgenomen door de hoogleraar Landbouwpolitiek, prof. dr ir Arie Oskam
De bestuurlijke beslommeringen van het instituut noopten Renkema ook te stoppen met het hardloopgroepje. Renkema liep jaren mee met een groepje Leeuwenborch-medewerkers die maandag, woensdag en vrijdag tussen de middag hardlopen. Al is hij gestopt met hardlopen tussen de middag, in de Leeuwenborch wordt nog altijd hoog opgegeven over de sportieve prestaties van de 61-jarige hoogleraar. Ach, dat wordt overdreven, zegt Renkema bescheiden. Ik doe weleens mee met de Berg tot Bergrace of de Veluweloop. Ook schaatst de hoogleraar graag. Zo reed hij twee jaar geleden de Elfstedentocht uit. Schaatsen is niet zo vermoeiend, vindt de hoogleraar. Als je het een beetje kalm aan doet en je neemt de tijd, kom je een heel eind.
Erkenning
Een echte bruggenbouwer, zo omschrijft Oskam zijn collega Renkema. Hij weet groepen bij elkaar te brengen, of het nu sociologen en economen zijn of bedrijfseconomen en de technische groepen aan de universiteit. Als directeur van het Mansholt Instituut had Renkema de taak lijn te brengen in het versnipperde onderzoek in de Leeuwenborch. Geen geringe klus. Een eerste poging van het instituut om erkenning te krijgen bij onderzoeksfinancier NWO mislukte. De kritiek kwam erop neer dat het instituut te weinig samenhang vertoonde: er waren te veel thema's en subthema's
We waren teleurgesteld, maar de kritiek was wel terecht, vindt Renkema. De afwijzing werkte volgens hem als stok achter de deur om de leerstoelgroepen samen te brengen. Inmiddels heeft het instituut de nodige aanpassingen gedaan en een nieuwe aanvraag voor erkenning ingediend. Renkema heeft goede hoop dat deze poging wel slaagt. Niet in de laatste plaats omdat het instituut nog eens streng heeft geselecteerd op wetenschappelijke kwaliteit. Medewerkers die de laatste jaren niet veel hebben gepubliceerd, zijn voorlopig buiten het instituut gehouden. Een voorzorgsmaatregel, vertelt Renkema. De vorige keer werd de kwaliteit van het onderzoek wel goed bevonden, maar toen hadden ze kritiek op de kwaliteit ook niet nodig om ons voorstel af te schieten.
De wetenschappelijke carriere van Renkema begon begin jaren zestig met een hoogtepunt. Een afstudeervak bij Dierfysiologie resulteerde in twee publicaties, waarvan een in het prestigieuze tijdschrift Nature. Misschien heb ik een beetje vroeg gepiekt, lacht Renkema. Na zijn afstuderen begon hij als wetenschappelijk medewerker bij Agrarische bedrijfseconomie. Daarnaast gaf hij economieles aan de Utrechtse faculteit voor diergeneeskunde, waar hij in de jaren zeventig ook hoogleraar was
Stretcher
In Wageningen hield de pas afgestudeerde Renkema zich bezig met bedrijfsplanning. De komst van de computer maakte een heel nieuwe manier van plannen mogelijk: lineair programmeren. Deze techniek komt er kort samengevat op neer dat alle mogelijkheden en beperkingen van een bedrijf in een wiskundig model worden gestopt, dat de computer kan doorrekenen. Na een aantal iteraties geeft de computer dan een optimaal bedrijfsplan. Renkema was zeer onder de indruk van de nieuwe methode. Voor het eerst werd het mogelijk een bedrijf volledig te overzien.
Het beperkte geheugen van de eerste computer kon de omvangrijke berekeningen niet goed aan. Noodgedwongen voerde Renkema de berekeningen in gedeelten uit. En dan kostte het de machine nog uren om tot een resultaat te komen. Razend benieuwd over wat de computer zou uitrekenen, zette Renkema 's nachts de wekker om naar de resultaten te kijken. Het waren romantische tijden, blikt Renkema terug. De computer stond in een gebouw aan de Costerweg. Die schreef ik dan van vrijdagavond tot en met maandagmorgen af. C.T. de Wit, de voorganger van Rabbinge, maakte het nog gekker. Die zette zelfs een stretcher in het gebouw, zodat hij er kon overnachten.
Nieuwsgierigheid noemt Renkema de belangrijkste reden voor dit planningsonderzoek. Hij kreeg bijvoorbeeld inzicht in de factoren die bepalen wat de optimale hoeveelheid land is voor een boerderij. Ik begon met een melkveehouderijbedrijf voor twee medewerkers zonder land. Een bedrijf waar al het voer wordt gekocht. Dan liet ik langzaam de hoeveelheid land toenemen. De eerste stap is dat koeien in de zomer de wei in kunnen. Vervolgens zie je dat de boer ook gaat maaien. Een deel van het winterrantsoen wordt niet langer aangekocht. De duurste producten worden het eerst vervangen door eigen teelt. Naarmate een boerderij meer land krijgt, worden de producten die voor vervanging in aanmerking komen steeds goedkoper. Daarmee neemt de waarde van extra grond langzaam af.
In de praktijk maken boeren echter nauwelijks gebruik van dergelijke modellen. Zijn de verwachtingen van de onderzoekers te hoog gespannen geweest? Renkema meent van niet. Hij erkent dat in het verleden wel is gedacht dat de modellen zouden kunnen worden gebruikt om individuele bedrijfsplannen door te rekenen. Daarvoor zijn ze echter nauwelijks gebruikt. Ik denk dat dat ook heel veel tijd zou kosten, zegt Renkema
De modellen zijn meer geschikt om algemene inzichten te verwerven. Tijdens mijn promotieonderzoek waren er nog veel kleine gemengde bedrijven in Nederland. Dus wilden we weten wat de optimale samenstelling zou zijn.
Later verschoof het onderzoek van de bedrijfseconomen meer naar deelbeslissingen die boeren nemen, bijvoorbeeld het tijdstip waarop een koe vervangen moet worden. Ook leek duidelijk dat alleen specialistische bedrijven een toekomst hadden. Milieu-eisen hebben hier verandering in gebracht. De discussie over de optimale bedrijfssamenstelling is opnieuw actueel
Vuistregels
Bij het doorrekenen van deelbeslissingen stuitten economen op het probleem dat boeren niet lineair en stapsgewijs beslissen. Een boeiend probleem, vindt Renkema. Want het is wel het menselijk brein dat die modellen heeft uitgedacht. Dus lijkt het me interessant om te zien hoe die twee zaken sporen. Renkema noemt dit een belangrijk onderzoeksterrein voor de toekomst, waarbij ook psychologen betrokken zouden moeten worden. Ik denk dat dit soort onderzoek een voorwaarde is om tot een doorbraak op het gebied van beslissingsondersteuning te komen.
Renkema filosofeert nog even verder over de manier waarop boeren besluiten nemen. Misschien dat een boer behoefte heeft aan een aantal vuistregels. Hij wil niet per se het onderste uit de kan halen, maar een redelijk besluit nemen, afhankelijk van zijn interesses. Dat betekent dat economen niet met een optimale oplossing moeten komen, maar met een baken, waar de boer ook best zeven graden links van kan aanhouden.
Door het vertrek van Renkema verliest de leerstoelgroep Agrarische bedrijfseconomie in korte tijd beide hoogleraren. Eerder dit jaar vertrok prof. dr Aalt Dijkhuizen onverwacht naar het bedrijfsleven. Over zijn opvolging maakt Renkema zich echter weinig zorgen. De benoemingsadviescommissie heeft een versnelde procedure in werking gezet, waarbij ze een kandidaat op zijn geschiktheid als hoogleraar beoordeelt

Re:ageer