Wetenschap - 8 oktober 1998

Als er een hek om de wildparken komt, zullen vele dieren sterven

Als er een hek om de wildparken komt, zullen vele dieren sterven

Als er een hek om de wildparken komt, zullen vele dieren sterven
Natuurfilmer Hugo van Lawick in het Molenstraattheater
Hij maakte zijn eerste film op de Hoge Veluwe, leefde ruim 35 jaar aan de rand van de Serengeti in Tanzania en maakte meer dan vijftig natuurfilms. Hugo van Lawick. Op 5 oktober was hij te gast bij het Molenstraattheater om de voorpremiere van zijn nieuwe film Serengeti Symphony bij te wonen. Van Lawick over wilde honden en neushoorns, de betrekkelijkheid van wetenschap en de gevaren van een hek om een wildpark
Toen ik meer dan 35 jaar geleden in de Serengeti kwam wonen, zag ik bijna elke dag een neushoorn, vertelt natuurfilmer Hugo van Lawick in een volle zaal van het Molenstraattheater. Nu is het bijna onmogelijk om er een te zien: in een speciaal afgezet gebied leven er nog maar vijf, en die worden dag en nacht bewaakt. Waarop een nette dame uit het publiek met een mengeling van trots en verbazing tegen haar buurvrouw fluistert: Maar ik heb er net een geadopteerd.
In veertig jaar tijd maakte Van Lawick meer dan vijftig natuurfilms, waarvan er vele een onderscheiding kregen. De meeste maakte hij voor tv, maar sinds 1992 legde hij zich toe op bioscoopfilms. Hij maakte er drie: People of The Forest, The Leopard Son en zijn nieuwe, Serengeti Symphony. Vier jaar werkte hij aan deze ritmische mengeling van beeld, natuurgeluid en lichtklassieke muziek. De trek van de wildebeesten hebben we bijvoorbeeld drie weken lang gevolgd, maar drie weken lang konden we niet filmen, omdat het weer niet goed was. Tot de laatste dag, maar toen waren ze al door de mooiste gebieden heen getrokken. En dan kun je weer een jaar wachten.
In het boek De laatsten uit het Hof van Eden, dat Van Lawick met zijn foto's illustreerde, schrijft Elspeth Huxley over het bijzondere leven van de 61-jarige cineast. Hij werd in 1937 op Java geboren. Vier jaar later kwam zijn vader om bij een vliegtuigongeluk en kort daarna vluchtte de familie Van Lawick voor de Japanners naar Australie
Het grootste deel van zijn jeugd bracht Van Lawick door in Amersfoort. Toen hij vijftien was, maakte hij zijn eerste film van een wilde moeflon op de Hoge Veluwe. Hij realiseerde zich toen dat fotografie een manier was om met wilde dieren te werken, en dat was wat hij wilde
Tentenkamp
Op zijn 22ste vertrok hij met een tweedehands filmcamera en een paar rollen film naar Kenia. Een paar jaar later filmde hij het onderzoek naar chimpansees van Jane Goodall. Zij werd beroemd omdat ze begon met het meest grondige en uitgebreide onderzoek naar een groep wilde dieren. Ze ontdekte ondermeer dat chimpansees werktuigen gebruiken, terwijl tot dan toe werd aangenomen dat alleen mensen dat deden. In 1964 trouwde Van Lawick met haar, maar hun huwelijk hield geen stand
Verreweg zijn meeste films nam hij op in Serengeti National Park, een gebied in het noorden van Tanzania, bijna zo groot als de Benelux, met enorme aantallen dieren en een grote varieteit aan diersoorten. Hij woonde vele jaren in een tentenkamp met medewerkers en bedienden aan de rand van het park. In die tijd is zijn mening over natuurbeheer veranderd. Tot voor kort was ik heel erg tegen menselijk ingrijpen. Ik dacht dat mensen alles moesten laten zoals het was. Maar als er boerderijen rond het park bij blijven komen, kan het toch nodig zijn om controle uit te oefenen.
Maar veel vertrouwen in menselijk ingrijpen heeft hij niet. Je weet hoe het gaat in de wetenschap: de een komt tot een conclusie, maar een ander verwerpt die conclusie weer en komt met een andere. Laten we maar hopen dat ze uiteindelijk weten wat ze doen. Om zijn bedenkingen te ondersteunen, wijst hij erop dat nog steeds niemand weet wat het effect is van branden. Het parkbeheer brandt om de vegetatie in het park gelijk te houden. Maar op de ene plaats in de Serengeti breiden gebieden met struiken zich uit en op de andere plaats open vlaktes, dus is branden echt nodig? Vroeger kregen olifanten de schuld als de vegetatie zich niet herstelde, maar nu weten we dat het door het branden komt. Daarom brandt het parkbeheer tegenwoordig wat vroeger, als er jonger en dus vochtiger gras staat, zodat het vuur wat minder heet wordt. Dan hebben jonge bomen meer kans om te overleven. Maar jonge en kleine dieren komen nog steeds in de problemen en wat heeft dat voor gevolgen?
De kennis over natuurbeheer is gering, illustreert hij met een ander voorbeeld. Tot voor kort werd aangenomen dat wilde dieren ziektes overbrengen op huisdieren en vee. Maar in Botswana zijn ze er laatst achter gekomen dat juist vee een bepaalde ziekte overbrengt naar wildebeesten. En een groep wilde honden, waarvan ik een film had gemaakt, werd besmet door honden die de Masai houden. Twee maanden na de laatste opnames was de groep uitgestorven en tien jaar lang heb ik geen wilde hond meer in het park gezien. Gelukkig heeft een cameraman onlangs twee vrouwtjes ontdekt en een paar weken geleden meldde een andere cameraman zeven mannetjes. Ze zijn van buitenaf weer terug in het park gekomen.
Hek
Juist die gebieden rond veel parken zijn volgens Van Lawick heel belangrijk. Veel parken beginnen een soort dierentuinen te worden, waar in de toekomst hekken omheen zullen komen om de dieren tegen stropers te beschermen. Maar een groot deel van de weidegebieden van wildebeesten ligt buiten de huidige parken. Als er een hek om de parken komt, zullen vele dieren sterven doordat ze niet genoeg voedsel of water kunnen vinden. Daarom zeg ik al twintig jaar dat een aantal wildparken in Tanzania veel groter zou moeten zijn.
Tanzania moet volgens Van Lawick het ZuidAfrikaanse voorbeeld volgen. Het Kruger park is nu al twee tot drie keer zo groot als het was. In Tanzania moet zoiets ook heel snel gebeuren, want rond de parken komen steeds meer boerderijen en als er eenmaal boerderijen zitten, wordt het politiek veel moeilijker om parken uit te breiden.
Bovendien vindt Van Lawick dat veel parken met elkaar verbonden moeten worden. Dan kunnen dieren van het ene naar het andere park trekken. Daar hebben toeristen ook voordeel van; zij kunnen dan ook van het ene naar het andere park trekken zonder in bevolkt gebied te komen.

Re:ageer