Wetenschap - 16 februari 1997

Alleen maar oude bokken is ook niet leuk

Alleen maar oude bokken is ook niet leuk

Alleen maar oude bokken is ook niet leuk
LUW worstelt met vergrijzing en gebrek aan mobiliteit
Ambitieuze 30'ers op de LUW hobbelen van contract naar project, in de hoop op een langduriger aanstelling. De 40'ers en 50'ers blijven zitten tot hun pensioen. Door het gebrek aan mobiliteit dreigt kennis van de jonge en de oude generatie verloren te gaan
Bij ons is het zes jaar geleden dat we een jongere konden aanstellen, vertelt ir P.M.M. Warmerdam, beheerder van de vakgroep Waterhuishouding. De vakgroep telt enkele 30'ers; het leeuwendeel van het personeel is 45-plus. Beheerder M. Gerbrands van Ruimtelijke planvorming zegt in een oude vakgroep te werken; er zijn docenten die al 25 jaar hetzelfde onderwijs geven. De jongste vaste medewerker is 35; een grote groep is boven de 50. Bodemkunde en plantevoeding moet al tien jaar krimpen; de vakgroep heeft enkele 30'ers. En veel 50'ers die al meer dan twintig jaar op de LUW werken. Entomologie heeft helemaal geen 30'ers meer; alle vaste medewerkers zijn tussen de 40 en 55
Recente cijfers over het personeelsverloop op de LUW bevestigen de trend: er dreigt een gat te vallen tussen jonge, tijdelijk aangestelde 20'ers - de aio's - en de gevestigde 45-plussers. Tussen januari en juni 1996 zijn tachtig mensen ontslagen en vijfendertig mensen aangesteld. Van de netto uitstroom nemen de 30'ers vijfendertig procent voor hun rekening, de 40'ers een kwart, de 50'ers vijftien procent en de 60'ers dertien procent. Daarmee is de groep tussen 45 en 60 jaar, toch al de grootste, relatief nog eens toegenomen
Vooral de klassiek landbouwkundige vakgroepen die twintig jaar geleden flink mochten groeien, zien nu hun personeel vergrijzen. Een nieuwe vakgroep als Bedrijfskunde heeft er geen last van. Daar hebben onlangs maar liefst drie mensen van rond de 30 een vaste aanstelling gekregen. Maar dat zijn de uitzonderingen
Temmen
Het ideaal van elke onderzoeksinstelling is een evenwichtige leeftijdsopbouw. De jongeren komen met nieuwe, frisse ideeen en houden de ouderen scherp. De ouderen hebben de ervaring en temmen de jongeren met al te wilde voorstellen. Wanneer er relatief te veel ouderen zijn, dreigt verstoffing: niet meer meegaan met de tijd, de aansluiting verliezen, nieuwe technieken zoals Internet links laten liggen, et cetera. Veel ervaring is goed, maar alleen maar oude bokken is ook niet leuk, aldus wiskundige prof. dr P. van Beek
De kennisoverdracht komt in gevaar doordat veel mensen straks tegelijk met pensioen of vut gaan. Tussen nu en 2002 dreigt een flinke braindrain, waarschuwt raadslid J.M.C. van der Pal, 60er en ondersteunend personeelslid bij de sector Plantaardige produktie. Het inzaaien en bijhouden van planten voor practica en proefvelden vraagt bijvoorbeeld veel ervaring. Elke plant en elke weerstoestand stelt speciale eisen aan de verzorging. Je moet de gewassen goed kennen, weet Van der Pal. Als er iets verregend of slecht opkomt, moet je weten hoe je moet ingrijpen. Een proefopstelling vraagt de juiste voedingsoplossing of de juiste bespuiting. Mensen die dat dertig jaar hebben gedaan kunnen het dromen. Hun ervaring kun je niet zomaar in een jaar even doorgeven.
Er is weinig tijd voor overdracht. De 45-plussers zijn druk met het binnenhalen van extern gefinancierd onderzoek, om toch nog zoveel mogelijk afgestudeerden en gepromoveerden te helpen. Waar moeten ze de tijd vandaan halen om ook nog de taken van zoveel 55-plussers over te nemen? Een deel van die taken zal verouderd zijn, een deel ook niet. Modellenbouw is een krachtig hulpmiddel, aldus Van der Pal. Maar je moet de theorieen toch blijven toetsen met veldproeven.
Binding
Ook van jongeren gaat kennis verloren. Procestechnoloog dr F.C. Dorresteijn poneerde 14 januari tijdens zijn promotie de stelling dat veel kennis verloren gaat omdat instituten en bedrijven steeds meer mensen voor korte tijd aanstellen. Afdelingen weten tevoren niet hoeveel geld ze het volgend jaar hebben, dus ze stellen onderzoekers niet langer dan voor een jaar of een paar maanden aan, merkt de promovendus in zijn omgeving. Dorresteijn (31), die inmiddels een vaste baan heeft, deed zijn promotieonderzoek op het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Daar zag ik dat projecten stil komen te liggen wanneer projectmedewerkers vertrekken.
Contractmedewerkers delen soms expres hun kennis niet om zichzelf onmisbaar te maken. Daarnaast is de binding met het bedrijf minder. En dan is er de stress. Dorresteijn: Als je voor een half jaar wordt aangesteld, moet je al na vier maanden een uitkering aanvragen. Tegelijkertijd blijf je solliciteren omdat je een langduriger aanstelling wilt. En je maakt je zorgen over de toekomst omdat je een gezin moet onderhouden. Dat gaat allemaal ten koste van je werk. Kijk, een contract voor vier jaar is prima. Want dan heb je minstens drie jaar de rust om te werken.
Makelaar
Op de LUW streven de vakgroepen naar contracten van minstens een jaar. Maar de mogelijkheden zijn beperkt. Wij hebben een hele serie veelbelovende medewerkers die fantastisch onderzoek doen, nieuwe ideeen hebben en goed zijn in onderwijs, vertelt socioloog prof. J.D. van der Ploeg. Het is heel vervelend, ze lopen van klus naar klus en je hebt bij god niet de mogelijkheid ze voor langer aan te stellen. Uiteindelijk vinden ze dan elders werk.
Onlangs promoveerde een tuinbouwplantenteler cum laude. Bij gebrek aan perspectief op een vaste aanstelling is hij makelaar in onroerend goed geworden. Begrijpelijk, becommentarieert prof. dr ir H. Challa. Maar de tuinbouwplantenteelt is hem kwijt.
Bij de sectie Procestechnologie is kennisverlies wel een punt van zorg maar geen probleem, vertelt beheerder prof. dr ir J. Tramper. De taken van vertrekkende ouderen zijn goed op te vangen. En omdat alle projectmedewerkers in een team werken, blijft hun kennis in de groep. Maar, merkt de hoogleraar, deze onderzoeksgroep zit nog in de goede hoek; ze heeft afgelopen jaren niet zoveel hoeven te bezuinigen
Daarentegen is de situatie in bijvoorbeeld de tropische gewasbescherming uiterst zorgelijk. De kar wordt bijna geheel getrokken door 50'ers, vertelt entomoloog dr ir A. van Huis. Voor uitstekende promovendi met tropenervaring is noch op de LUW, noch op DLO plaats. Zo verliest Wageningen de expertise om projecten binnen te halen. Ik denk dat bijvoorbeeld het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking naar buitenlandse instellingen uitwijkt, wanneer mensen zonder tropenervaring de projecten moeten begeleiden. Van Huis kan niet beoordelen hoe lang gepromoveerden een baantje hier, een projectje daar accepteren voor ze afhaken en een ander beroep kiezen. Daar speelt de problematiek nog te kort voor
Gastdocenten
Elke vakgroep probeert zo goed en zo kwaad als het gaat de kennis op peil te houden. Zo besteedt Ruimtelijke planvorming, om verstoffing achter het bureau te voorkomen, zoveel mogelijk onderwijsgeld aan gastdocenten; afgelopen jaar verzorgden zo'n 25 buitenstaanders lezingen of colleges. Daarnaast wordt flink wat geld gereserveerd voor reizen. Bodemkunde en plantevoeding laat zich niet verleiden de krimp op te vangen met geld dat eigenlijk bestemd is voor aio's, want die aio's moeten de vernieuwing garanderen
Je moet ook aan ouderen de eis blijven stellen dat ze nieuwe ontwikkelingen bijhouden, vindt voorlichtingskundige prof. dr C.M.J. Van Woerkum. Voorlichtingskunde discussieert eens in de vijf jaar vanuit een nulpunt: stel dat de bestaande onderwijselementen er niet waren, wat zou ze dan willen aanbieden? Daarnaast worden medewerkers om de beurt een jaar vrijgesteld om onderzoek te doen, eventueel buiten de vakgroep. Ze moeten vernieuwd terugkomen. Het is goed als onderzoekers zo om de zeven jaar van aandachtsgebied veranderen, zegt Van Woerkum
Zo zijn er meer ideeen. Kenniscentrum Wageningen kan fondsen instellen voor veelbelovende promovendi. Vakgroepen kunnen studenten 60'ers laten interviewen om hun kennis vast te leggen. En er kan een vacatureblad komen voor het Kenniscentrum Wageningen en bedrijven en overheidsinstellingen op het gebied van landbouw en milieu
Als langetermijnoplossing noemen veel beheerders mobiliteit. Verschillende hoogleraren zouden het uitstekend vinden als alle onderzoekers en docenten, inclusief zijzelf, steeds voor vijf jaar werden aangesteld. Er moet veel meer doorloop zijn tussen universiteit, bedrijven, derde wereld en overheidsinstellingen, schetst socioloog Van der Ploeg. Het is helemaal niet goed als mensen van hun 20ste tot hun 65ste op de universiteit rondlopen. Juist als ze uit het bedrijfsleven of van overheidsinstellingen komen, zijn ze zeer gewenst.
Sommige beheerders somberen echter dat de kans alleen maar kleiner wordt dat vakgroepmedewerkers elders gaan werken, vanwege gebrek aan werkgelegenheid. Inderdaad is op dit moment alles dichtgespijkerd, erkent Van der Ploeg. Maar dat kan geen argument zijn om het probleem niet aan te pakken.
Ook binnen het Kenniscentrum Wageningen moet meer uitwisseling plaatsvinden, meent tuinbouwkundige Challa. Niet alleen om knelpunten op te lossen, maar als regulier beleid. En omdat hoogleraren niet graag hun beste mensen uitbesteden, moet dat van bovenaf worden gestimuleerd. Momenteel wordt vooral zitvlees gestimuleerd.
Het college van bestuur brengt voor april het vergrijzingsprobleem kwantitatief in kaart. Uiteindelijk kampt de universiteit met een dilemma, zo merkte de directeur van Personeelszaken in 1994 al op Kiezen voor werkgelegenheid betekent inbreuk op de arbeidsvoorwaarden.

Re:ageer