Wetenschap - 1 februari 1996

Aio zonder salaris

Aio zonder salaris

LUW kent eerste onbezoldigde promotie

Onbezoldigd promoveren, dat kan sinds halverwege vorig jaar aan de LUW. Op die manier probeert de universiteit het aantal vrouwelijke promovendi op te schroeven. Marijke Kreukniet promoveerde deze maand als eerste op basis van de regeling. Eigenlijk weet ze nog steeds niet of ze voor of tegen onbezoldigd promoveren is. Voor haar kwam het goed uit, maar eigenlijk klopt het niet: de inzet van een aio zonder salaris.


Er studeren aan de Landbouwuniversiteit genoeg vrouwelijke studenten af, maar het aantal vrouwelijke promovendi blijft achter. Daarom stemde de universiteitsraad in augustus 1993 in met een regeling om extra promotieplaatsen te creeren voor vrouwen. Extra geld voor salarissen was er niet, wel voor faciliteiten als cursusgeld en reiskostenvergoeding. De LUW stelde acht plaatsen beschikbaar voor de regeling onbezoldigd promoveren.

Paul Barends, medewerker van Personeelszaken, is met de uitvoering belast. Marijke Kreukniet gebruikte de regeling om het staartje van haar onderzoek af te ronden. Vijf anderen zijn een volledig onderzoek begonnen en hebben inmiddels een overeenkomst getekend. Drie vrouwen kunnen over niet al te lange tijd aan de slag. Een vrouw staat op de wachtlijst, omdat de universiteit besloten heeft in totaal acht plaatsen beschikbaar te stellen."

De huidige onbezoldigd promovendi werken allen in deeltijd, al kan het ook fulltime. Ze hebben verplichtingen elders, vertelt Barends. Het zijn vrouwen die een aantal jaren thuis hebben gezeten met kinderen, of vrouwen die uit het buitenland terug komen en opnieuw het onderzoek willen oppakken. Of ze hebben een baan elders, om voor inkomsten te zorgen." Wie een beroep doet op de regeling moet er een baan bij hebben of kunnen leunen op een partner met inkomen; onbezoldigd promoveren met behoud van een uitkering mag niet.

De vrouwen zijn geworven via een normale sollicitatieprocedure. Ze moesten zelf een onderzoeksvoorstel indienen en een promotor kiezen. In een overeenkomst legt de LUW vast hoeveel dagen de vrouwen werken en hoeveel vrije dagen ze hebben. Net als gewone aio's kunnen ze de faciliteiten van de universiteit gebruiken. Ze krijgen onderwijs, cursusgeld en onderzoekbenodigdheden en kunnen ook buitenlandse reizen maken. Alleen een salaris zit er niet in.

Het is geen benijdenswaardige rechtspositie. De ambtenarenvakbond AbvaKabo was destijds aanwezig bij de onderhandelingen over de regeling. AbvaKabo-vertegenwoordiger Threes Geelen: Het is niet in het belang van de betrokkenen om ertegen te zijn. Je kunt wel allerlei eisen gaan stellen, maar misschien is zo'n regeling dan financieel helemaal niet meer haalbaar en gaat het niet door."

Proefschrift

Marijke Kreukniet promoveerde onlangs als eerste onder de regeling. Ik heb de regeling gebruikt omdat die voor mij voordelig uitpakte", vertelt ze via de telefoon. Sinds een paar maanden woont ze in Engeland, waar haar man een baan heeft gevonden.

Kreukniet was van juli 1994 tot januari 1995 aangesteld als onbezoldigd promovendus. Die tijd had ze nodig voor het afronden van haar proefschrift. Van april 1986 tot januari 1992, vier jaar en zes maanden, was Kreukniet in dienst bij de vakgroep Veehouderij. Na mijn studie solliciteerde ik daar op een parttime baan. Ik rolde er vrij gemakkelijk in. Ik had een afstudeervak gedaan over het immuunsysteem van varkens. Deze baan betrof een soortgelijk onderzoek bij kippen." Kreukniet veronderstelt dat het merendeel van de afgestudeerden destijds geen interesse had omdat het een baan betrof van twintig uur. Zelf vond ze dat wel fijn. Zo kieskeurig was ik niet."

Ze tekende een contract voor drie jaar en negen maanden. De helft van haar tijd zou Kreukniet besteden aan fundamenteel onderzoek naar immunologische responsen bij kippen; de rest van de tijd gaf ze college immunologie.

Promotor P.M.J. Noordhuizen, hoogleraar veehouderij, vertelt dat de vakgroep in die tijd heeft gezocht naar derde-geldstroomfinanciering voor het onderzoek. De pluimveeindustrie bleek echter niet bereid tot financiering. Het gaat in de pluimveesector niet zo goed, en onderzoek naar ziekteresistentie vergt lange tijd voordat de resultaten beschikbaar komen." Toch wilde de vakgroep graag verschillen in immunologische processen tussen twee lijnen kippen karakteriseren. De betreffende kippen waren al zestien jaar doorgefokt, de ene lijn op een zo hoog mogelijke antilichamenrespons tegen rode bloedcellen van schapen, de andere lijn op een zo laag mogelijke respons.

Salarisschaal

De vakgroep betaalde Kreukniet uit overheadgeld van andere derde-geldstroomprojecten. Het geld was echter op voordat de contracttijd erop zat. Kreukniet: In de berekening was vergeten dat werknemers iedere jaar een salarisschaal omhoog gaan. Vanwege mijn zwangerschapsverlof konden ze me nog vier maanden uit een ander potje betalen, maar die maanden was ik wel voor het onderzoek kwijt."

Inmiddels had Kreukniet redelijk wat onderzoek gedaan en artikelen geschreven. Ze kreeg te horen dat ze er nog een jaar fulltime bij zou krijgen, zodat ze kon promoveren. Maar wederom kon de vakgroep geen geld vinden. Kreukniet licht toe: Meespeelt dat niemand in de praktijk de kip nog gebruikt die op Zodiac geselecteerd is. De Zodiac-kip, Isar Blauw, is destijds gekozen omdat ze zich goed laat hanteren en dus makkelijk is voor immunologisch onderzoek. Maar in de praktijk worden eigenlijk alleen maar Leghorns gebruikt. Het blijft de vraag of de immunologische mechanismen die je vindt bij de Zodiac-kip, toepasbaar zijn op een ander ras."

Uiteindelijk wil je een zo gezond mogelijke kip fokken, die zich goed kan verweren tegen allerlei pathogenen. Daarom moeten we erachter komen welke immuunsystemen belangrijk zijn en hoe die werken, zodat we daar in de toekomst op kunnen fokken. Er gaan jaren overheen voor het immuunsysteem volledig gekarakteriseerd is en de genen bepaald zijn waarop de eigenschappen liggen. Dat is echt lange-termijnwerk."

Er kwam geen geld en Kreukniet kon naar huis. Toen vertrok de medewerker onder wiens begeleiding ze al die tijd had gewerkt. Diens vervanger werd binnen korte tijd ziek en de vakgroep had iemand nodig om college te geven. Kreukniet had ervaring en werd gevraagd. Ik heb de voorwaarde gesteld dat ik dan ook verder wilde met mijn onderzoek." Dat lukte; met geld uit verschilde potjes bleef ze tot januari 1992 in dienst.

Tussen januari 1992 en juli 1994 zit er een gat in Kreukniets curriculum vitae. Ik zat in de riante positie dat mijn man veel geld verdiende. Dus hoefde ik niet per se een vast contract. Het was zelfs wel handig. Voor zijn werk zijn we in 1992 een half jaar naar Australie geweest; omdat ik geen vast contract had kon ik gemakkelijk mee."

Eenmaal terug in Nederland begon Kreukniet thuis aan haar proefschrift te schrijven. Dat schrijven dat ging wel, maar contacten onderhouden was moeilijk. Er zijn in Nederland maar weinig deskundigen op het gebied van immunologie bij pluimvee. Je bent echt aangewezen op het buitenland. Dat was voor mij de reden om onbezoldigd promovendus te worden. Ik werd dan niet betaald voor mijn werk, maar kreeg wel een reiskostenvergoeding. Ik ben naar een groot congres in Canada geweest en heb de cursus proefdierkunde gevolgd, nodig om zelf proeven te kunnen opzetten."

Kinderoppas

Kreukniet hoefde niet te voldoen aan de eis die geldt voor de andere onbezoldigde promovendi: op de vakgroep aanwezig zijn. Ik heb afgedwongen dat ik thuis kon werken. Inmiddels had ik twee kinderen. Als al mijn ordners en literatuur dan op Zodiac lagen, zou ik niet 's avonds kunnen werken."

Ze is blij dat ze de regeling kon gebruiken, maar weet niet of ze nog zou solliciteren als ze helemaal vooraan moest beginnen. Je moet je vastleggen voor minimaal vier jaar. Je werkt hard, maar inkomsten moet je elders zien te verwerven. Kinderoppas is niet geregeld. Ik kan me voorstellen dat je op een gegeven moment je werk betaald wilt zien. De vakgroep is namelijk gebaat bij elk promotie-onderzoek. Er wordt gepubliceerd, en er is geld voor beschikbaar. De vrouwen moeten hard werken en het kost hen alleen maar geld. Voor twee kinderen moest ik twee dagen per week opvang regelen. Dat kost vier gulden per kind per uur."

De titel is een opstapje naar een onderzoeksplaats. Wellicht bij de vakgroep, of anders doet iemand een goed woordje voor je bij een instituut. Maar ten tijde van bezuinigingen is het zelfs met een titel moeilijk een baan te vinden. Dus iedere vrouw moet zelf bepalen of ze op z'n manier wil promoveren."

Ik weet nog steeds niet of ik voor of tegen de regeling ben. Voor mij was het voordelig. De bedoeling is dat er meer vrouwelijke promovendi komen. Dan doen meer vrouwen onderzoek en bepalen ze mede de richting. Die daardoor wellicht zal veranderen. Maar in de wandelgangen heeft niemand het over dat hogere doel. Je wordt gewoon gezien als aio zonder salaris."

Re:ageer