Wetenschap - 7 maart 1996

Aio

Aio

Orienteer je op de rest van de wereld die groot is en breed en boeiend

Er is aan de Nederlandse universiteiten geen sprake van loopbaanbeleid." Rector-magnificus prof. dr. P.W.M. de Meijer van de Universiteit van Amsterdam is er openhartig over: de universiteiten komen niet veel verder dan het opstellen en toepassen van regeltjes. Aio's en postdocs die verder willen in de wetenschap, moeten het zelf maar uitzoeken.


Wie een loopbaan in de wetenschap nastreeft, loopt een grote kans in een fuik terecht te komen. De eerste drempel, een aio-plaats verwerven, is nog de minst hoge. Maar na zijn promotie zal de onderzoeker vaak merken dat de universiteit geen plaats voor hem heeft, terwijl hij ook elders op de arbeidsmarkt niet met open armen wordt ontvangen met zijn specialistische wetenschappelijke kennis.

Alleen een beperkt aantal uitverkorenen mag als postdoc verder in de wetenschap. Die postdocs komen na een paar jaar echter in dezelfde situatie terecht: hun nog grotere specialisatie heeft hen voor werk buiten de wetenschap niet aantrekkelijker gemaakt, en de universiteit heeft ook hen meestal geen vervolg te bieden. Als er al een plaats vrijkomt", zei dr. P. Bakker vorige week, dan moet die bij voorkeur bezet worden door een wachtgelder."

Bakker klaagde zijn nood tijdens een symposium over loopbaanbeleid aan de universiteiten. Tot en met vorige maand was hij postdoc aan de letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Die faculteit zit diep in de rode cijfers en Bakker kan een nieuwe aanstelling dus wel vergeten. Zelfs tijdelijke aanstellingen wil de universiteit niet meer geven: als de tijdelijk aangestelde onderzoeker na afloop van zijn contract geen werk vindt, draait de faculteit op voor zijn wachtgelduitkering."

Het symposium was georganiseerd door de zogeheten akademie-onderzoekers, postdocs die betaald worden door de Akademie van wetenschappen (KNAW), maar die werken aan een universiteit. Zij hebben een tijdelijke aanstelling, maar de universiteit belooft hen na afloop in vaste dienst te nemen. Die belofte wordt met name in de alfa- en gamma-faculteiten echter lang niet altijd vervuld, en voor de KNAW-postdocs was dat aanleiding zich af te vragen of de universiteiten onderzoekers wel een loopbaan te bieden hebben.

Obstakel

De Amsterdamse rector De Meijer, verantwoordelijk voor personeelsbeleid, stak de hand in eigen boezem. Loopbaanbeleid - Dat je als werkgever van elk van je werknemers weet wat ie over vijf jaar kan en wil" - is aan de universiteiten een vrijwel onbekend verschijnsel. De Meijer wilde best beloven dat mensen die niet functioneren in de nabije toekomst inderdaad ontslagen worden. Maar, waarschuwde hij, er is een juridisch obstakel. Omdat we pas sinds kort beoordelingsgesprekken voeren, is vaak geen dossier voorhanden als je iemand wilt ontslaan. En een rechter zal zeker naar zo'n dossier vragen."

Veel van de ellende wordt veroorzaakt door de bezuinigingen die de universiteiten de afgelopen jaren hebben moeten uitvoeren. Die hebben er onder meer toe geleid dat veel plaatsen voor tijdelijk personeel verdwenen zijn. Het beleid van de universiteiten is: minder vast en meer tijdelijk personeel aanstellen", zei De Meijer. Maar de praktijk is: meer vast en minder tijdelijk."

Het kan zelfs nog scherper worden gesteld. Onder de vaste staf neemt het percentage hoogleraren en hoofddocenten toe, zoals het dagblad Trouw voorrekende, terwijl het percentage gewone docenten afneemt. Het gat in de personeelsopbouw tussen tijdelijk personeel (postdocs, aio's) en hoogleraar wordt dus groter.

Alom wordt erkend dat het van groot belang is dat de universiteiten niet dichtgroeien. Prof. dr C. van der Waals, emeritus-hoogleraar en voorzitter van de KNAW-commissie die onderzoekscholen keurt, waarschuwde er vorige week nog eens voor. De verschillen zijn vrij groot", zei hij, en wat opvalt is dat de wetenschap met name bloeit op plaatsen waar sprake is van mobiliteit, waar niet al jaren dezelfde mensen werken."

Generatiekloof

Maar alleen nadruk op tijdelijke aanstellingen is niet genoeg om de gewenste mobiliteit tot stand te brengen, waarschuwde een half jaar geleden de Tilburgse onderzoeker dr B. Fruytier, die onderzoek deed naar strategisch personeelsbeleid van universiteiten. Tijdelijke contracten kunnen er toe leiden dat de beste tijdelijken hun heil elders zoeken, zodra zij vast werk vinden, schreef Fruytier. Ook dreigt een generatiekloof te ontstaan: de vaste staf wordt steeds ouder, de tijdelijke wordt steeds vervangen door jongeren. Dat is niet alleen slecht voor aio's en postdocs, die na afloop van hun contract op straat staan, maar ook voor de wetenschap.

Over het gat in de personeelsopbouw wordt al jaren gesproken, maar in de tussentijd is het slechts gegroeid. Minister Ritzen heeft het gat nu eindelijk als probleem erkend. Hij wil geld vrijmaken om goede onderzoekers nu al hoogleraar te maken; zo kan in ieder geval voorkomen worden dat er een gat valt als rond het jaar 2000 een hele generatie hoogleraren met pensioen gaat. Ook voelt Ritzen er wel wat voor, net als de belangenvereniging van aio's, om het aantal aio's te verminderen.

Die terugloop is overigens al ingezet: in 1986, kort na de invoering van het stelsel, lag het aantal aio's op 1147. Het aantal steeg in 1992 naar 1507, maar daalde daarna naar 1247 in 1994. Of deze trend doorzet, is nog niet te voorspellen, maar zolang de universiteiten per promotie een forse premie van de overheid krijgen, zullen zij het aantal promovendi niet snel terugbrengen. Of zij de promovendi een aio-salaris of een promotiebeurs geven, maakt in dit verband niet uit.

Er is de komende jaren waarschijnlijk te weinig ruimte om alle jonge onderzoekers een perspectief op een wetenschappelijke loopbaan te geven. Volgens Jeroen Bartelse, die bij NWO een promotie-onderzoek doet naar de opleidingsfunctie van onderzoekscholen, moet er dan ook iets anders gebeuren. Misschien moeten we wat minder gericht zijn op het produkt, het proefschrift, en wat meer aandacht besteden aan het proces van vier jaar dat tot dat proefschrift leidt, aan de vaardigheden die daarin opgedaan worden. Met die vaardigheden moet je ook buiten de wetenschap aan het werk kunnen."

En aio's of postdocs die per se in de wetenschap aan de slag willen blijven, kunnen het beste de woorden van de Utrechtse astronoom prof. dr. H. van der Laan, vorige week tijdens het symposium, ter harte nemen: zorg voor jezelf. Ga na hoe de leeftijdsopbouw van wetenschappers in je vakgebied is", aldus Van der Laan. Ziet dat er niet gunstig uit, orienteer je dan op de rest van de wereld. Die is groot en breed en boeiend."

Re:ageer