Wetenschap - 10 september 1998

Agromisa is professioneler gaan werken

Agromisa is professioneler gaan werken

Agromisa is professioneler gaan werken
Studenten en afgestudeerden adviseren kleine tropenboeren
De oorspronkelijke doelgroep van Agromisa, de katholieke missionaris, is bijna uitgestorven. Toch beantwoorden de vrijwilligers van deze stichting, die dit jaar 65 jaar bestaat, nog veel vragen over kleinschalige landbouw in de tropen. Sinds kort met steun van acht professionele krachten
Ze lusten bijna alles. Ze zijn relatief goedkoop in de aanschaf, groeien snel en planten zich makkelijk voort. Hun vlees is gewild, zodat de dieren eenvoudig zijn te verkopen. Geiten, kortom, lijken het ideale dier voor een ontwikkelingsproject
Bij de stichting Agromisa in Wageningen komen regelmatig vragen binnen over het opzetten van een geitenhouderij. In bijna ieder Afrikaans dorp lopen wel geiten rond. De stap naar een meer commerciele aanpak lijkt voor de hand te liggen. De geitenexpert van Agromisa kent echter de valkuilen. Een klein aantal loslopende geiten dat zelf de kost bij elkaar scharrelt, is iets heel anders dan een commerciele geitenhouderij. Niet zelden adviseert Agromisa dan ook negatief
De stichting Agromisa viert dit jaar haar 65-jarig bestaan. De stichting begon in 1933 als ondervereniging van studentenvereniging KSV met het geven van landbouwkundige adviezen aan missionarissen in de derde wereld. De stichting wilde de Wageningse kennis binnen het bereik van de paters brengen. Bij de Wageningse bevolking genoot Agromisa vooral bekendheid door de jaarlijkse cursusweek voor missionarissen. Tijdens zo'n week trokken de paters, wandelend in hun lange pijen door de binnenstad, de nodige aandacht
Geld
De katholieke missionaris is inmiddels bijna letterlijk uitgestorven. Maar het aantal vragen dat bij Agromisa binnenkomt, is onverminderd groot. Bijna zevenhonderd vragen beantwoordden de vrijwilligers in 1997. De vragen waren merendeels afkomstig van boeren of lokale non-gouvernementele organisaties (ngo's). Zo'n driekwart van de vragen kwam uit Afrika
Tweehonderd vragen in 1997 betroffen een verzoek om geld. Dat hebben we niet, zegt directeur ir Marijke Kuipers. We kunnen aanvragers wel doorverwijzen en soms proberen we wat actiever te bemiddelen. Veel andere vragen gingen over landbouwtechnieken, voedselverwerking en marketing
Agromisa krijgt vaak vragen van mensen die iets nieuws willen doen en daarover advies inwinnen. De prijzen van aardappels in Afrika zijn astronomisch hoog. Dat brengt veel boeren en ontwikkelingswerkers op het idee aardappels te gaan verbouwen. De lokale omstandigheden zijn er lang niet altijd geschikt voor. Vaak moeten we ze teleurstellen met het advies, stelt Kuipers. De afgelopen jaren zijn er ook veel vragen over hoe je biologische landbouw kunt bedrijven en biologische producten kunt exporteren naar Europa
Een Nederlandse stichting beantwoordt vragen over kleinschalige landbouw in de derde wereld. Kunnen de antwoorden niet ter plaatse worden gevonden? Het is eigenlijk van de gekke dat we dit na 65 jaar nog steeds moeten doen, erkent Kuipers. Kleine ngo's in het zuiden zouden volgens haar ook veel vragen kunnen beantwoorden. Alleen hebben deze organisaties meestal niet de mankracht om een adviesdienst op te zetten
We proberen niet te doen of we alle wijsheid in pacht hebben, zegt Kuipers. De vrijwilligers zoeken de antwoorden in de bibliotheek en vragen medewerkers van de universiteit naar hun kennis. Soms weten de vrijwilligers zelf veel van het onderwerp, omdat ze stage hebben gelopen in een ontwikkelingsland. We geven zoveel mogelijk alternatieven. Ook geven we zo mogelijk adressen van boeren of organisaties die met hetzelfde probleem geworsteld hebben. Agromisa heeft plannen om de vragen en de gegeven antwoorden op Internet te zetten
Bij Agromisa zijn rond de honderd vrijwilligers actief. Kuipers schat dat het beantwoorden van vragen zo'n veertig procent van hun tijd in beslag neemt. Een andere belangrijke activiteit is het schrijven van de agrodoks, praktische boekjes over onderwerpen waar boeren en ontwikkelingswerkers veel vragen over stellen. Er zijn inmiddels dertig van deze boekjes, uiteenlopend van kleinschalige urbane landbouw tot bijenteelt en het kweken van bomen
Studieduur
De verkoop van de agrodoks vormt inmiddels de belangrijkste inkomstenbron voor Agromisa. Ook verdient de stichting geld met de populaire cursus Participatie in lokale ontwikkeling. Tenslotte vraagt Agromisa kapitaalkrachtige organisaties steeds vaker geld voor haar adviezen. Het geld heeft Agromisa nodig om professioneler te gaan werken. De organisatie heeft haar vaste staf vorig jaar uitgebreid tot acht personen. Dat is noodzakelijk nu studenten door de verkorting van de studieduur minder tijd hebben voor vrijwilligerswerk
Kuipers: In het verleden bestond negentig procent van de vrijwilligers uit studenten. Die bleven vaak jarenlang actief. In de jaren negentig is dat veranderd. Zeventig procent van de vrijwilligers is nu afgestudeerd. Die zijn op zoek naar een baan in de tropen en willen werkervaring opdoen. Gemiddeld blijven ze zo'n drie tot zes maanden. Door dat korte verblijf dreigde de continuiteit in gevaar te komen. Het bestuur heeft daarom besloten dat er meer betaalde krachten moeten komen.
Vrijwilligers blijven echter de basis van Agromisa, benadrukt Kuipers. Zij vormen ons werkkapitaal. Ook zonder de professionele krachten moet de stichting kunnen blijven draaien. Zo wil Agromisa voorkomen dat ze net als haar Amsterdamse collega-organisatie Tool haar activiteiten moet beeindigen als de belangrijkste subsidiegever de geldkraan dichtdraait

Re:ageer