Wetenschap - 11 juni 1998

Academisch onderwijs is Bildung

Academisch onderwijs is Bildung

Academisch onderwijs is Bildung
Rien Munters over de zin van de theoretische sociologie
Docent in hart en nieren is theoretisch socioloog dr Rien Munters. Na 29 jaar gaat hij met vervroegd pensioen. Munters is het niet eens met de ideeen van prof. dr ir Jan Douwe van der Ploeg, leerstoelhouder Rurale sociologie. Volgens Munters krijgt de theoretische sociologie te weinig gewicht in het huidige studieprogramma. Vorige week woensdag luisterden oud-medewerkers, studenten en kerkgenoten in De Leeuwenborch naar zijn afscheidsrede
Munters is een zachtaardige man. Hij wil niet praten over de vervelende redenen van zijn vertrek. Liever heeft hij het over zijn onlangs verschenen boek over de Pools-Engelse socioloog Zygmunt Bauman. Hierin laat Munters zien welke Bildung hij de Wageningse ingenieur wenst mee te geven
  • Waarom is Zygmunt Bauman interessant voor Wageningen?
    Door zijn kijk op wat hij noemt de postmoderne conditie. Het feit dat we leven in een samenleving die niet alleen snel verandert maar ook vergruizelt. Er is geen bindende, algemene moraal meer. Dat is voor iedere Wageninger van belang. Verder voelen de milieusociologen zich aangesproken door Baumans visie op de dilemma's rond de technologische vooruitgang - de keuze tussen gezondheid en de inkomsten van tabaksboeren, tussen gezonde bossen en snelle auto's.
  • Wat is Baumans visie op die postmoderne conditie?
    Bauman is van belang door zijn visie op moraliteit. Als we ervan uitgaan dat wij leren dingen mooi, goed, slecht of rechtvaardig te vinden, zegt Bauman in De moderne tijd en de holocaust, dan kunnen we niet voorbij aan de vraag of we ook immoraliteit aanleren. Hij ziet dat als een paradox. Hoe kan een persoon tegen zijn aangeleerde patroon van normen en waarden in immorele daden plegen? Hoe kan iemand incest plegen terwijl dat zo duidelijk immoreel is?
    Bauman is er nog niet helemaal uit, maar belangrijk is dat hij wijst op de morele conflicten die bepaalde keuzes met zich meebrengen. Kwam de holocaust voort uit een conflict tussen het gebod gij zult niet doden en het gebod gij zult uw meerdere gehoorzamen? De burger moest tijdens de holocaust een keuze maken tussen die twee geboden, met zijn leven als onderpand. Deze morele dilemma's - zij het minder zwaarwegend - komen in het postmoderne tijdperk steeds vaker voor.
  • U bent gelovig. Hoe beinvloedt dat uw sociologische interesse?
    Ik ben protestant. Geloof heeft een Absolutheitsanspruch, en dat is een probleem. Ik ga uit van het absolute, van het ware, en tegelijkertijd weet ik dat die aanspraak betrekkelijk is. Ik denk dat dit dilemma een basis vormt voor mijn sociologische interesse.
  • Wat brengt u studenten bij over de rol van een socioloog in de postmoderne samenleving?
    Een socioloog is niet alleen degene die kennis verzamelt en adviezen geeft, hij is vooral interpretator. Hij is degene die de diagnose stelt van de samenleving. Dat is een belangrijke rol, waarbij een brede wetenschappelijke bagage onontbeerlijk is.
  • Moet de socioloog dan niet meer met die diagnose naar buiten treden?
    Jazeker. Als hij dat maar als vakman doet, als socioloog. Daarbij analyseer je welke partijen met elkaar strijden, welke maatschappelijke achtergrond je daarvoor kan aanwijzen. Als je meespeler wordt in het spel, dan wordt het griezeliger. Dat je tijdens een machtsstrijd voor een van de partijen kiest, is onvermijdelijk. Die keuze doe je op basis van een maatschappelijk belang, niet uit een wetenschappelijk belang. Als je je eigen voorkeur op een wetenschappelijke manier presenteert, dan ben je fout bezig.
  • Is dat een gevaar voor toekomst van de Wageningse sociologie?
    Een groter gevaar is dat de Wageningse sociologen bijziend worden. Dat ze goed op de hoogte zijn van landbouwpolitieke zaken, maar niet breder kijken. De Wageningse ingenieur is een doener, een veranderaar. Ik ben wel eens jaloers op het vermogen van Wageningers om praktische problemen op te lossen, maar ze moeten dat doen met een ruimere geestelijke bagage dan ze nu in de studieprogramma's krijgen bijgebracht.
  • Waarom?
    In het buitenland wordt wel gekscherend gesteld Rural or real sociology?. Ook een Wageningse socioloog moet een volwaardige socioloog moet zijn. Als je alleen maar specialisten opleidt die alles van niks weten, moet je geen universiteit willen zijn. Maar nu chargeer ik een beetje.
  • Welke bagage heeft een agrarisch socioloog dan nodig?
    Academisch onderwijs is Bildung. Het studiepakket moet ook vakken bevatten die praktisch van weinig nut zijn, zoals agrarische geschiedenis en filosofie. Als socioloog moet je die bagage hebben. Je moet de kennisfilosofische achtergronden van problemen doorzien. Wat is waarheid? Wat is kennis? Wat is werkelijkheid? Met welk beeld van de werkelijkheid loop ik rond?
  • De studie als zelfonderzoek?
    Natuurlijk. Dat betekent ook zelfironie, zelfdistantie, zelfspot, en verbazing over jezelf. Ik vind het ook belangrijk dat je je verbaast over jezelf. He, blijkbaar geloof ik dit. Waarom doe ik dat, waar haal ik het vandaan?

  • Re:ageer