Wetenschap - 11 januari 1996

Aardverschuiving in onderwijslandschap LUW

Aardverschuiving in onderwijslandschap LUW

College berekent budgetten voor studierichtingen

De studierichtingen Biologie, Plantenwetenschappen en Bodem, water en atmosfeer moeten hun vakkenaanbod drastisch inkrimpen en meer vakken samen met andere richtingen gaan aanbieden. Dat blijkt uit het nieuwe budgetmodel voor het onderwijs, waarin de LUW-studies voor het eerst een eigen budget krijgen.


De Landbouwuniversiteit biedt meer vakken aan dan ze kan betalen. Tot deze conclusie kwam het college van bestuur vorig jaar in het Masterplan. Op dat moment moest het bestuur al een algemene kortingsfactor toepassen, omdat het budget tekort schoot om de berekende onderwijsbelasting van de vakgroepen te kunnen vergoeden. Bovendien moest de LUW, door een Haagse bezuinigingsaanslag, bijna zes miljoen gulden op het onderwijsaanbod bezuinigen.

Het realiseren van die onderwijskrimp was niet eenvoudig, omdat de LUW-programma's nooit aan een financiele toets waren onderworpen. De richtingsonderwijscommissies (roc's) stelden de programma's op en de universiteitsraad keurde ze goed. Niemand kon vaststellen hoe duur zo'n programma eigenlijk was. In het LUW-jargon heette het dat vakgroepen onderwijs aanboden en roc's afnamen op een markt, maar dat was een economie zonder geld.

Bovendien hadden de Wageningse studenten, naast de verplichte kost, een ruime keuze uit allerlei vakken, zodat je pas naderhand de verdeling van onderwijsgeld over de docenten kon vaststellen. Dat gebeurde dan ook via ingewikkelde rekenmodellen; daaruit bleek weer dat er onvoldoende geld was om alle onderwijsinspanningen te honoreren. De zakjapanner rekende een kortingsfactor uit en weg was het geldtekort - op papier tenminste.

Er was dus aanleiding om het aantal vakken of de kosten per vak te verminderen. Daarvoor moest de markt van vraag en aanbod tussen roc's en vakgroepen in geld uitgedrukt worden. In eerste instantie wilde het college van bestuur de roc's geld geven, maar die waren daar niet van gediend; dat zou de onderwijsinhoudelijke afwegingen frustreren. Daarom kwam het college vorig jaar tot de oprichting van vier onderwijsinstituten. Die hebben elk een handvol studierichtingen en M.Sc.-opleidingen onder zich, krijgen een budget toebedeeld en moeten dat verdelen. In de praktijk betekent dit dat het bestuur van het instituut in de slag moet met de roc's en vakgroepen om het aantal vakken te verminderen.

Toen resteerde de vraag: hoe verdeel je als college het geld over de vier instituten? De universiteitsraad wees vorig jaar een eerste proeve van het college af. Het model was volgens de raad te simpel; het deed geen recht aan de verschillende onderwijsvormen met elk hun eigen prijs. Boekenstudies zijn nu eenmaal goedkoper dan practica-studies. Het nieuwe verdeelmodel, dat het college op 2 januari presenteerde, houdt daar rekening mee. Bij de opstelling van het model kreeg het college hulp van enkele studenten, die vorig jaar de handen op elkaar kregen voor een puntensysteem om de verdeling per richting te bepalen. Uiteindelijk is dit systeem omgezet in harde guldens.

Drempel

De LUW heeft 42 miljoen gulden beschikbaar voor het onderwijs. Het kan nog iets hoger of lager uitvallen, meldt beleidsambtenaar drs P.M.H. Deneer van de afdeling Onderzoeks- en onderwijsbeleid, maar in het vervolg rekent het nieuwe verdeelmodel met dit bedrag.

De onderwijsinstituten krijgen dertig procent van het bedrag. Dat aandeel komt overeen met wat een vak kost, nog voordat de studenten over de drempel van de collegezaal stappen. De overige zeventig procent keert het college direct uit aan de vakgroepen, op basis van de studentenbelangstelling. Daarbij onderscheidt het college vijf onderwijsvormen die verschillend worden gehonoreerd. Het college blijft dus achteraf afrekenen, daarbij de studentenbelangstelling volgend. Dat kan ook niet anders, want roc's kunnen net zo min als het college voorspellen hoeveel studenten een vak zullen volgen.

Het nieuwe budgetbeleid van het college draait dus om de 12,6 miljoen gulden die de onderwijsinstituten krijgen. Daarmee kunnen ze vakken inkopen. De grap is dat de onderwijsinstituten niet betalen per student; ze keren een nullast of basisbedrag uit aan de vakgroepen voor elk vak dat in het programma wordt opgenomen. De nullast voor een hoorcollege bedraagt vierduizend gulden, voor een werkgroep achtduizend en voor een intensief practicum twaalfduizend gulden. Een studierichting met een budget van 360 duizend gulden kan dus tien intensieve practica inkopen, vijftien werkgroepcolleges en dertig hoorcolleges. Dan is het geld op. Vakken zonder nullast mogen niet meer worden gegeven; ze worden niet langer in de LUW-gids opgenomen.

Overlap

Dat klinkt nogal radicaal en ongeloofwaardig, want welke roc kan met dertig hoorcolleges, vijftien werkgroepen en tien practica een fatsoenlijk studieprogramma in elkaar timmeren? Ondenkbaar, ware het niet dat studierichtingen niet alleen unieke vakken hebben die nergens anders worden gegeven. Op het moment dat twee studierichtingen hetzelfde vak vragen, betalen ze ieder de helft van de nullast. Als alle negentien roc's het vak Inleiding informatica programmeren, betalen ze ieder slechts een negentiende deel van de nullast. De moraal: roc's moeten driftig onderling gaan overleggen over hun onderwijsvraag.

Daarmee hoopt het college de overlap tussen studierichtingen op een effectieve wijze uit te bannen. Richtingsspecifieke unieke vakken blijken namelijk erg duur in het nieuwe verdeelmodel. Vakgroepen die nu veel vakken aanbieden aan een enkele studierichting met relatief weinig studenten, krijgen dus een zware tijd met hun onderwijsaanbod. Het betreft hier met name de vakken binnen de beperkte-keuzeruimte (bk) van specialisaties. Richtingen met geldgebrek kunnen domweg minder programmeren.

De vrije keuze van studenten valt hier buiten. Nu behoeft de term vrije keuze enige toelichting. Voor de student zijn alle vakken buiten het eigen programma vrije keuze. Een deel van deze vrije keuze is echter onderdeel van een ander programma: studierichting X biedt aan, andere studenten kunnen intekenen. Daar hebben de andere studierichtingen dan geen omkijken meer naar, zou je zeggen. Maar wat als richting X een vak te duur vindt en veel studenten van richting Y dit vak belangrijk vinden voor hun specialisatie? Voor die omstandigheid zit in het instituutsbudget het potje strategische ruimte: het instituutsbestuur kan vakgroepen buiten het eigen programma via een gedeelde nullast ondersteunen.

Tot slot zijn er nog de vakken die momenteel in geen enkel programma staan beschreven: ze zijn vrije keuze voor alle LUW-studenten. Zulke vakken dreigen natuurlijk tussen wal en schip te raken. Geen enkele roc zal deze vrije vrije-keuzevakken (een ongelukkige term van het college) snel ondersteunen. Daarom gaat het college een budget instellen om een deel van deze vrije-keuzevakken een nullast te geven. Onduidelijk is nog hoeveel geld het college hiervoor beschikbaar heeft.

Indikking

Zo moet de onderwijsprogrammering, met financieel kader, straks in zijn werk gaan. De onderwijsinstituten zijn daarbij het aanspreekpunt, maar omdat de instituten nog niet in functie zijn - het college zoekt nog naar directeuren en bestuursleden - zijn de budgetten gespecificeerd per studierichting. De studierichtingen zijn namelijk op dit moment aan het herprogrammeren en moeten snel weten wat ze te besteden hebben bij de opzet van nieuwe studierichtingen.

De nieuwe studierichting Plantenwetenschappen, de fusie van Landbouwplantenteelt en Tuinbouw, besteedt volgens het college te veel. Niet verrassend", meent beleidsambtenaar Deneer. De studentenaantallen zijn laag en de fusie heeft nog niet geleid tot een indikking van het aantal specialisaties." Zo'n indikking heeft al wel plaatsgevonden bij de richting Plantenveredeling en gewasbescherming. Biologie daarentegen heeft een hele grote lijst van bk-vakken; de opleiding is te breed", stelt Deneer. De roc moet het aantal vakken drastisch beperken en gaan samenwerken met andere richtingen."

Het onderwijsinstituut Voedsel- en biotechnologie mag fors groeien. Deze richtingen roepen al jaren dat ze te weinig geld voor onderwijs krijgen; dat blijkt te kloppen", aldus de beleidsmaker. Levensmiddelentechnologie, Voeding en Bioprocestechnologie kunnen het aantal vakken en specialisaties fors uitbreiden. Maar een kwantitatieve toename alleen zou jammer zijn; het is verstandig om ook te kijken naar de kwaliteit. Deze richtingen zouden intensievere onderwijsvormen kunnen invoeren, waardoor de kwaliteit en studeerbaarheid verbetert."

Voorzichtig

Het instituut Omgevingswetenschappen, dat bestaat uit zeven richtingen en vijf M.Sc.-opleidingen, heeft voldoende geld om te kunnen inkopen. Maar hier springt met name Bodem, water en atmosfeer er negatief uit. Dit is een gefuseerde richting waarbij geen indikking van onderwijselementen heeft plaatsgevonden", stelt Deneer. Bodem, water en atmosfeer moet meer samenwerken met andere richtingen."

Verder moet in Omgevingswetenschappen de richting Bosbouw krimpen, terwijl de richtingen Milieuhygiene en Tropisch landgebruik kunnen groeien. Goed verklaarbaar, meent Deneer: Bosbouw werkt weinig samen met anderen, Tropisch landgebruik juist veel.

Rooskleurig is de positie van de sociaal-economische richtingen op de Leeuwenborch; die kunnen allemaal groeien. Dat komt door de groei in de studentenaantallen, maar de laatste jaren zijn de aantallen bij Huishoudstudies en Economie gedaald", tempert Deneer de vreugde. Deze richtingen moeten voorzichtig zijn. In plaats van het aantal vakken uit te breiden, kunnen ze beter investeren in kwaliteit, zodat ze in de toekomst goede programma's kunnen presenteren voor minder geld."

De ene studierichting mag groeien, de andere moet krimpen. Waar zitten de bezuinigingen dan? De bezuiniging zit in het beschikbare bedrag, de 42 miljoen", legt Deneer uit. We bieden nu 1651 vakken aan, maar hebben maar geld voor 1414 vakken, uitgaande van de huidige verdeling aan werkvormen. Met dit financiele kader moeten de nieuwe programma's getoetst worden. Deze programma's gaan draaien vanaf september 1997. In 1999, als het Masterplan afloopt, moeten de bezuinigingen gerealiseerd zijn."

  • KOP = Richting geld oud (*) (vakken) geld nieuw (*) (vakken)

    Levenswetenschappen
  • = Plantenwetenschappen 832 (114) 586 (80)
  • = Plantenveredeling 330 (45) 521 (71)
  • = Zootechniek 641 (91) 729 (103)
  • = Biologie 997 (118) 670 (80)

    Voedsel- en biotechnologie
  • = Levensmiddelen 259 (34) 711 (94)
  • = Voeding 225 (31) 525 (72)
  • = Moleculaire wetenschappen 507 (59) 540 (63)
  • = Bioprocestechnologie 467 (57) 612 (74)

    Omgevingswetenschappen
  • = Milieuhygiene 425 (59) 674 (94)
  • = Bosbouw 495 (70) 399 (56)
  • = Agrosysteemkunde 312 (38) 316 (38)
  • = Landinrichtingswetenschappen 596 (76) 513 (66)
  • = Bodem/water/atmosfeer 832 (104) 428 (53)
  • = Landbouwtechniek 303 (39) 387 (50)
  • = Tropisch landgebruik 321 (42) 418 (55)
  • = Maatschappijwetenschappen
  • = Economie 571 (91) 798 (128)
  • = Huishoudstudies 347 (55) 555 (87)
  • = Rurale ontwikkeling 458 (69) 618 (94)

    * maal duizend gulden

    (Telling vakken: unieke vakken tellen voor 1, vakken samen met een andere richting voor 0,5, etcetera)

  • Re:ageer