Wetenschap - 25 januari 1996

Aangepast budgetmodel dempt aardschok in onderwijs

Aangepast budgetmodel dempt aardschok in onderwijs

Kleine onderwijsinstituten werden teveel bevoordeeld

Het zag er dreigend uit: de nieuwe formules waarmee personeel wordt toegewezen aan studierichtingen hadden tot gevolg dat een paar richtingen, waaronder Biologie, flink zouden moeten krimpen. Met rode oortjes aanschouwden velen de nieuwe wetten en waarden. De universiteitsraad ontdekte tijdens het vooroverleg echter een paar merkwaardige gevolgen van het nieuwe rekenmodel en voerde dan ook wijzigen door. De aardverschuiving in het onderwijslandschap van de Landbouwuniversiteit lijkt nu mee te vallen.


Vorige week rekende de studierichting Biologie voor dat studierichtingen in instituten met weinig opleidingen gunstiger uit zijn dan richtingen in grote instituten, ook als de richtingen in grote instituten intensiever onderwijs, zoals practica, geven. Dat was een beetje raar, vond ook de universiteitsraad. Daarom stelde de Progressieve studentenfractie (PSF) voor dat te corrigeren; aldus geschiede.

Verder rekende het college in zijn nota begin januari met het totaal aantal ingeschreven studenten aan de LUW gedurende de afgelopen drie jaar. Daarmee loopt het bestuur achter de feiten aan, luidde de kritiek. Groei en krimp van studentenaantallen per richting druppelen zo te langzaam door in het model. Daarom wordt nu gerekend met het aantal eerstejaars van de afgelopen drie jaar. De rechtvaardiging luidt dat studenten tijdens de eerste drie studiejaren cursorisch onderwijs ontvangen, zodat deze telling van eerstejaars beter de huidige onderwijsvraag benadert.

Het college voerde nog een derde wijziging door om dure richtingen met veel intensief onderwijs te bevoordelen ten opzichte van goedkope richtingen. Daarvoor werd het aantal studenten gekoppeld aan een aantal andere parameters.

Deze aanpassingen leveren winst op voor probleemrichtingen als Biologie en Bodem, water en atmosfeer, terwijl met name de sociaal-economische richtingen in de Leeuwenborch iets van hun eerdere uitbreiding moeten inleveren.

De opmerking uit de koker van de M.Sc.-opleidingen, dat het college te weinig geld uittrekt voor begeleiding van de M.Sc.-opleidingen en dat er een apart potje voor de overhead van Engelstalige opleidingen moet komen, vond geen gehoor.

Het gevoel van veel raadsfracties, dat de begeleidingscapaciteit voor buitenlandse studenten eerder te groot dan te klein is, werd door het college cijfermatig onderbouwd: de LUW geeft per M.Sc.-student 3500 gulden uit aan begeleiding, tegen 335 gulden per reguliere student. Het college wil 250 duizend gulden op de onderwijsoverhead bezuinigen en iedereen heeft er vrede mee dat dit bedrag bij de M.Sc.-begeleiding wordt gevonden.

Breedheid

Het college kwam niet tegemoet aan de wens van enkele raadsfracties om het verdeelmodel uit te breiden met een breedheidsfactor. De fracties willen meer geld voor de richting Biologie, die betoogde dat zij een unieke positie onder de Nederlandse biologie-opleidingen heeft vanwege haar breedheid. De rector, als voormalig roc-voorzitter Biologie bekend met de situatie, stelde daarop voor dat Biologie enkele vakken kosteloos mag programmeren. Karssen wilde niet vaststellen hoe breed elke opleiding is, want deze subjectieve aanduiding levert oeverloze discussies op.

Maar wellicht is de uitzondering voor Biologie om enkele specialisaties kosteloos te mogen programmeren, niet eens nodig. In het nieuwe verdeelmodel is de helft van de aanvankelijke korting op de biologen immers weggewerkt.

Tot slot moest nog duidelijkheid komen over de zogenaamde vrije vrije-keuze (vvk): vakken die door geen enkele richting worden geprogrammeerd. Dat zijn er momenteel zo'n 450. Het college wil dit aantal terugbrengen, maar de vvk niet geheel afschaffen. Daarom komt er een centraal fonds van 800 duizend gulden, waaruit zo'n honderd vrije vrije-keuzevakken kunnen worden betaald. Verder gaat het college ervan uit dat iedere leerstoel (negentig stuks) een eigen caput-vak zal verzorgen en dat iedere vakgroep (zo'n zestig stuks) een eigen vrije-keuzevak zal verzorgen, los van een studierichting. Daarmee kan het aantal vrije vakken op zo'n 250 komen.

Vrije keuze

De raad lijkt daarmee akkoord te gaan, maar de PSF wil een andere verdeling. De studentenfractie maakt onderscheid tussen brede vrije keuze, die het college moet betalen, en specialistische vrije keuze, die de onderwijsinstuten moeten betalen. Welke aanpak de raad kiest, blijkt op 30 januari.

Het centrale fonds voor vrije-keuzevakken komt uit de 42 miljoen die in totaal voor het LUW-onderwijs beschikbaar is. Dat betekent dat de onderwijsinstituten niet de aanvankelijke tien miljoen krijgen, maar slechts 9,2 miljoen. Als het centrale fonds met de budgetten is verrekend, krijgt elke richting gemiddeld vijf vakken minder.

Het hierboven geschetste model zal, ijs en weder dienende, door de raad worden aanvaard. Dat komt ook doordat informeel overleg de indruk wekt dat de richtingen er met de nieuwe cijfers wel uitkomen.

Bovendien, stelde het collegelid mr H.M. van den Hoofdakker, sluiten de plussen en minnen redelijk goed aan bij het beleid in het Masterplan. Globaal natuurlijk, want de instituutsbesturen moeten het beleid straks invullen.

  • KOP = Richting geld (vakken) geld (vakken) geld (vakken)
  • KOP = oud 2 januari 23 januari

    Levenswetenschappen
  • = Plantenwetenschappen 832 (114) 586 (80) 579 (79)
  • = Veredeling en gewas 330 (45) 521 (71) 502 (68)
  • = Zootechniek 641 (91) 729 (103) 789 (112)
  • = Biologie 997 (118) 670 (80) 773 (92)

    Voedsel- en biotechnologie
  • = Levensmiddelentechnologie 259 (34) 711 (94) 596 (79)
  • = Voeding 225 (31) 525 (72) 500 (69)
  • = Moleculaire wetenschappen 507 (59) 540 (63) 469 (55)
  • = Bioprocestechnologie 467 (57) 612 (74) 620 (75)

    Omgevingswetenschappen
  • = Milieuhygiene 425 (59) 674 (94) 666 (93)
  • = Bosbouw 495 (70) 399 (56) 500 (70)
  • = Agrosysteemkunde 312 (38) 316 (38) 362 (44)
  • = Landinrichtingswetenschappen 596 (76) 513 (66) 575 (74)
  • = Bodem, water en atmosfeer 832 (104) 428 (53) 553 (69)
  • = Landbouwtechniek 303 (39) 387 (50) 452 (59)
  • = Tropisch landgebruik 321 (42) 418 (55) 520 (68)
  • = Maatschappijwetenschappen
  • = Agrarische economie 571 (91) 798 (128) 587 (94)
  • = Huishoud- en consumentenwet. 347 (55) 555 (87) 434 (68)
  • = Rurale ontwikkelingsstudies 458 (69) 618 (94) 524 (79)

  • = Totaal: 8800 10.000 10.000

    - Alle bedragen maal duizend gulden
    - Tussen haakjes de telling van de vakken: unieke vakken tellen voor 1, vakken samen met een andere richting voor 0,5, etcetera.
    - Eerste rij bevat geen vrije keuzevakken, laatste twee rijen wel.!

  • Re:ageer