Wetenschap - 13 juni 1996

Aaltjes

Aaltjes

In het onderzoek naar plant-parasitaire aaltjes is een nieuwe mijlpaal bereikt. Nematoloog ir J.M. de Boer, die 11 juni promoveert bij viroloog dr R.W. Goldbach, maakte voor het eerst antilichamen tegen bepaalde speekseleiwitten van dit aardappelcyste-aaltje.

Het aardappelcyste-aaltje, Globodera rostochiensis, veroorzaakt de schadelijke ziekte aardappelmoeheid. De aaltjes vormen in de bodem cysten, roodbruine kraaltjes van een halve centimeter. Zodra de boer aardappels teelt, komen hier aaltjes uit. Deze dringen door in jonge wortelcellen van de aardappel en vormen ze om tot voedingscellen. Waarschijnlijk gebruikt het het aaltje bij die omvorming speekseleiwitten, evenals bij het opnemen van voedsel. Omdat speekseleiwitten voor het groeiproces zo belangrijk zijn, kan identificatie bijdragen aan de bestrijding van aardappelmoeheid.

De Boer startte met een vergelijking van de aaltjeseiwitten in verschillende groeistadia. Hij scheidde deze op grootte en op elektrische lading. Zo vond hij een eiwit dat steeds in de voorkant van het aaltje voorkomt, maar hij kon niet met zekerheid zeggen of dit een speekseleiwit was. Vervolgens spoot hij de aaltjeseiwitten in muizen. Deze maakten antilichamen aan die binden aan de vreemde eiwitten, om ze zo onschadelijk te maken. De Boer keek aan welk orgaan in het aaltje de muizen-antilichamen bonden. Hij identificeerde vier eiwitten die binden aan de secretieblaasjes van de speekselklieren.

Volgens de promovendus zijn met de antilichamen zogeheten plantilichamen te maken. Het Wagenings veredelingsinstituut CPRO-DLO werkt al aan aardappelen die plantilichamen maken.

Re:ageer