Wetenschap - 20 maart 1997

AB-directeur wil proefpolders voor samenwerking LUW en DLO

AB-directeur wil proefpolders voor samenwerking LUW en DLO

AB-directeur wil proefpolders voor samenwerking LUW en DLO
Ontslagen dreigen bij AB-DLO
Het onderzoekinstituut AB-DLO wil twee van zijn vier proefboerderijen sluiten. Een forse krimp van de vaste formatie lijkt onvermijdelijk. De maatregelen moet de organisatie financieel gezond maken en weer een leidende rol geven in het onderzoek naar de kwaliteit en duurzaamheid van de plantaardige productie. Geld voor de tweede locatie, in het Groningse Haren, lijkt er niet meer te zijn en dat zal een concentratie in Wageningen tot gevolg hebben
Uit het hoge noorden is een deel van de negentig in Haren werkende medewerkers van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) afgereisd naar schouwburg Junushoff in Wageningen. Daar worden zij, met hun Wageningse collega's, voorgelicht over de fusie tussen LUW en DLO, door dr Dick van Zaane, directeur onderzoek van DLO, en mr Henk van den Hoofdakker, lid van het college van bestuur van de LUW. De twee doen hun verhaal voor zo'n 150 medewerkers van het AB-DLO, het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) en het LUW-departement Plant- en gewaswetenschappen
Van Zaane stelt dat onderdelen voor samenvoeging eerst bedrijfseconomisch en wetenschappelijk gezond gemaakt worden. Voor het AB-DLO is daarom onlangs een reorganisatieplan verschenen. Kern van dat plan is dat het experimentele en fundamentele onderzoek wordt omgebogen naar keten- en systeemgericht kwantitatief onderzoek. Integratie van kennis en een interdisciplinaire aanpak zijn de nieuwe sleutelbegrippen. De onderzoekers van het AB-DLO zullen zich moeten richten op thema's als de ecologisering van de landbouw, productkwaliteit en duurzaamheid. De banden met opdrachtgevers, in het bijzonder het agrobedrijfsleven, moeten worden versterkt. Het reorganisatieplan is overigens slechts de formele afronding van een proces dat al twee jaar gaande is
De ombuiging en daarmee het sterk in omvang afnemende experimentele onderzoek hebben tot gevolg dat 40 van de 91 formatieplaatsen in de categorie ondersteuning verdwijnen. De 129 formatieplaatsen voor het onderzoek blijven grotendeels gehandhaafd
Systeemanalyse
Instituutsdirecteur dr ir Huub Spiertz legt uit dat het systeemdenken niet nieuw is voor zijn instituut. Een van de successen van AB-DLO was de toepassing van de systeemanalyse voor de verbetering van de rijstteelt in Zuidoost-Azie.
Maar ook het systeemonderzoek naar de relaties tussen plant, bodem en dier kreeg voorheen volop aandacht, al was dat aanvankelijk weinig modelmatig. Al vroeg waren wij bezig met het onderzoek naar nutrientenbalansen binnen de strenge randvoorwaarden die het milieu stelt. Op basis van verkennende modelstudies van het AB-DLO is toegepast onderzoek begonnen op de proefboerderij voor melkveehouderij en milieu, De Marke, aldus Spiertz
Hij vervolgt zijn betoog met de opmerking dat het landgebruik in Nederland niet meer louter gericht is op productieverhoging. Onderzoekers van het AB-DLO werken aan projecten om grasland meer geschikt te maken voor functies als recreatie en natuurontwikkeling. Ook de omschakeling van akkerbouwers en telers van groenten in de volle grond op een ecologische bedrijfsvoering past in dat kader. Uniek is het ontwikkelen en testen van prototypes van ecologische bedrijfssystemen in de praktijk, samen met ondernemende boeren.
Planteigenschappen
Naast duurzaamheid en milieu speelt kwaliteit een grote rol in het AB-onderzoek. Dat richt zich vooral op geur- en smaakstoffen van glasgroenten en siergewassen, maar ook op de kwaliteit van gras en akkerbouwproducten als de aardappel. Doel is een kwalitatief beter product tegen lagere kosten op de markt te brengen. Spiertz legt uit dat op het moleculair-fysiologisch onderzoek steeds meer de nadruk krijgt. Denk aan bedrijven die transgene planten op de markt willen brengen. Die moeten snel weten wat de planteigenschappen en de ecologische risico's zijn. Daarvoor hebben wij de kennis van plant en bodem in huis.
Met zijn opmerking over de bodem raakt Spiertz het meest heikele punt uit de reorganisatie, de beeindiging van de onderzoekinspanningen in Haren. Daar is de afgelopen tien jaar uitstekend fundamenteel bodemecologisch onderzoek gepleegd. Maar dat is duur onderzoek terwijl de overheid daar steeds minder financiering voor heeft.
Het probleem Haren ontstond in 1993 bij de fusie tussen het toenmalige Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek (Cabo) in Wageningen en het Instituut voor Bodemvruchtbaarheidsonderzoek in Haren. De provinciale en de Haagse politiek lieten toen het behoud van de werkgelegenheid zwaarder wegen dan de levensvatbaarheid van een onderzoekapparaat met voldoende inkomsten uit de markt
In het reorganisatieplan wordt geconstateerd dat het openhouden van Haren acht formatieplaatsen extra kost. Budget voor die extra overhead is er niet. Sluiting lijkt onvermijdelijk. De ondernemingsraad biedt nog verzet tegen de sluiting. In zijn advies verlangt de ondernemingsraad dat de AB-directie pas een besluit neemt over het openhouden van de locatie als enkele marktonderzoeken over het AB-DLO zijn afgerond en op inzichtelijke wijze zijn meegewogen. Spiertz: Het ministerie van LNV weegt de financiele kant steeds zwaarder mee. Als onderdelen niet gezond zijn, is concentratie onvermijdelijk.
Kennisbehoefte
Spiertz waarschuwt voor navelstaren in Wageningen, een mogelijk gevolg van die concentratie. De vorming van het kenniscentrum Wageningen brengt een bundeling van krachten met zich mee. Dat kenniscentrum moet wel moeite doen om de band met de praktijk in stand te houden. Hoe ga je om met de kennisbehoefte in bijvoorbeeld de regio Noordoost-Groningen? Daar zit ook een deel van de marktvraag naar onderzoek.
Spiertz ziet nieuwe kansen in bijvoorbeeld de participatie van het AB-DLO in een nieuw samenwerkingsverband voor de aardappelzetmeelketen Agrobiokon. Wageningse onderzoekers van het AB-DLO, aardappeltelers, Avebe, TNO en de Rijksuniversiteit Groningen doen daarin fundamenteel en toegepast onderzoek naar de optimalisering van de zetmeelketen. De onlangs gerenoveerde gebouwen van het AB-DLO in Haren kunnen dienen als werkplek voor dit soort samenwerkingsverbanden, meent Spiertz. Dergelijke nieuwe activiteiten in de regio betekenen echter niet de redding van de onderzoekers en medewerkers in Haren
Tegen de zomer moet duidelijk zijn wie er kunnen blijven bij het AB-DLO. Volgens het reorganisatieplan wordt daarbij het principe last in - first out gehanteerd. Maar Spiertz benadrukt dat geschikte kwaliteiten als eerste criterium tellen. Dan gaat het niet alleen om het verrichten van briljant onderzoek, maar ook om bijvoorbeeld het verwerven van opdrachten. Vroeger kwam het excellente onderzoek op de eerste plaats. Onderzoekers bouwden op bepaalde gebieden een naam op. Nu moeten zij hun vertrouwde onderzoekgebieden verlaten en meer dan voorheen beleidgestuurd onderzoek verrichten
Voorsprong
De gezondmaking van het AB-DLO komt hard aan bij de medewerkers. De onzekerheid is nog groot. Maar op een punt hebben zij een voorsprong op de rest van DLO. Het instituut heeft al ruim 25 jaar ervaring met een nauwe band met de Landbouwuniversiteit, via de bij het AB inwonende vakgroep Theoretische productie-ecologie
Spiertz tempert echter de gedachte dat hier al sprake zou zijn van een mini-kenniscentrum Wageningen. We werken ieder in een eigen structuur en dat geeft beperkingen. Er valt meer uit de samenwerking te halen als je elkaars werknemers kan inschakelen. Je kunt bijvoorbeeld medewerkers van het AB-DLO college laten geven als zij dat beter kunnen dan de onderzoekers van een verwante vakgroep. Nu kunnen ze alleen incidenteel, op uitnodiging, een college geven.
Je moet niets forceren, waarschuwt de directeur. Kijk maar hoe krampachtig de vorming van de departementen aan de LUW gaat. Spiertz is voorstander van het instellen van kleine proefpolders om te achterhalen welke problemen er bij samenwerking tussen LUW en DLO ontstaan op terreinen zoals de acquisitie
Onlangs liet de directeur zich in Zurich door de voormalig LUW-hoogleraar microbiologie Alexander Zehnder voorlichten over het prestigieuze Zwitserse kenniscentrum. De organisatievorm daarvan sprak hem enorm aan. Van Zaane en Van den Hoofdakker reizen binnenkort ook af naar Zurich en later naar landbouwkenniscentra in Uppsala en Montpellier
De medewerkers in de foyer van de Junushoff laat het koud hoe de zaak georganiseerd wordt. Zij zijn geinteresseerd in hun rechtspositie en reageren fel op de overlap in onderzoek die volgens Van Zaane niet alleen in Den Haag maar ook door het bedrijfsleven wordt gesignaleerd en die een nieuwe organisatievorm nodig maakt. Een geirriteerde medewerker: Als er drie mensen aan een plant werken, denken ze al dat er overlap is. Dat getuigt vooral van onbegrip over wat er speelt in het onderzoek.

Re:ageer