Organisatie - 21 november 2019

Zonder veerkracht geen dierenwelzijn

tekst:
Tessa Louwerens

Hoogleraar Dier en Samenleving Elsbeth Stassen gaat op 21 november met pensioen. Ze zag de waarde van individuele dieren in de veehouderij de afgelopen vijftig jaar gestaag dalen. Met alle gevolgen voor het dierenwelzijn van dien. ‘Intensivering creëert een neerwaartse spiraal.’

Elsbeth Stassen met Zara, een van haar vier geiten.

Er zit geen rek meer in de veehouderij
Elsbeth Stassen

tekst Tessa Louwerens  foto Dick Middendorp

Hoe is onze relatie met dieren de afgelopen decennia veranderd?

‘Toen ik in 1971 met de studie Diergeneeskunde begon, waren boerenbedrijven kleinschalige familiebedrijven en had het individuele dier een hoge emotionele en economische waarde. In korte tijd vond een sterke intensivering plaats. Inmiddels is Nederland, na de Verenigde Staten, de grootste exporteur van dierlijke producten. Om dit te realiseren moest de productie per dier toenemen, werden de groepen groter en werden dieren over langere afstanden getransporteerd. Dit leidde tot devaluatie van het individuele dier en diverse welzijnsproblemen.’

Wat is dierenwelzijn eigenlijk?

‘Tot in de jaren tachtig lag de nadruk op het voorkomen van lijden en het optimaliseren van het functioneren van het dier. Maar dierenwelzijn is meer. Het ervaren van stress, plezier en pijn en het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag zijn medebepalend voor dierenwelzijn. Daarnaast heeft iedere diersoort specifieke behoeftes. Op basis van dat besef is in de wetgeving vastgelegd dat we respect voor de intrinsieke waarde van het dier moeten hebben, dus los van de functionele waarde die wij eraan toekennen, zoals vleesproductie.’

Een dier dat zijn natuurlijke gedrag niet kan vertonen, kan slecht tegen verandering

Dat klinkt helder. Toch is er volop discussie over onze omgang met dieren.

‘Morele principes zijn geen kant-en-klare handleiding voor ons gedrag. Het is afhankelijk van welk welzijnsaspect je het belangrijkst vindt. En daar schuurt het. Veehouders geven om dieren en zorgen goed voor ze, maar bekijken welzijn vooral vanuit de gezondheid en het functioneren van het dier, binnen de context van hun houderijsysteem. Burgers vinden het belangrijk dat dieren zo natuurlijk mogelijk kunnen leven. Voor het dier is het allemaal van belang: gezondheid, functioneren, gevoel en natuurlijk gedrag.’

Wat is jouw visie op de dierhouderij?

‘Elk systeem – een organisme, een ecosysteem of een economisch systeem – heeft volgens Marten Scheffer (hoogleraar Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer, red.) een bepaalde mate van veerkracht, waardoor het kan omgaan met verandering. Als de rek eruit is, heeft dat rampzalige gevolgen. Dit geldt ook voor de intensieve veehouderij. Neem staartbijten, een belangrijk probleem in de varkenshouderij. Varkens zijn intelligent en willen verkennen en wroeten. Als ze in een kale, prikkelarme omgeving leven waar ze dit natuurlijke gedrag niet kunnen vertonen, dan neemt hun veerkracht af. Een verandering van temperatuur of voer kan dan maken dat ze massaal in elkaars staarten gaan bijten. De Europese Commissie heeft 25 jaar geleden het routinematige couperen van biggenstaartjes verboden, maar tot nog toe is het niet gelukt dit te stoppen, omdat er in de huidige systemen geen andere oplossing voor het bijten is. Andere huisvesting en hokverrijking zouden dit kunnen veranderen, omdat ze de veerkracht van het varken verbeteren.

Een ander voorbeeld is transport. Afgelopen zomer gingen veel dieren dood in de vrachtwagen onderweg naar het slachthuis. Het hitteprotocol verbiedt transport bij buitentemperaturen boven de 35 graden. We weten echter dat kuikens en varkens al bij veel lagere temperaturen ernstige hittestress ervaren. Waarom dan die hoge grens? Dat komt door een gebrek aan veerkracht van de productieketen. Veehouders kunnen dieren hoogstens een paar dagen langer op stal houden voordat de volgende lading dieren komt. Deze voorbeelden laten zien dat intensivering een neerwaartse spiraal creëert, met steeds meer verlies van veerkracht.’

Hoe doorbreken we dit en wie moet dat doen?

‘De kritiek vanuit de samenleving neemt toe en ook de frustratie bij de veehouders groeit. Zij zitten opgesloten in een systeem waarin ze tegen bodemprijzen moeten leveren. Dierenwelzijn is een gedeelde verantwoordelijk van de keten, de overheid en de consument. Consumenten worden uitgemaakt voor hypocriet, omdat ze welzijn belangrijk vinden maar goedkope producten willen. Dat helpt niet en klopt slechts gedeeltelijk, want 70 procent van het goedkope vlees wordt geëxporteerd. Nederlandse consumenten kopen steeds meer welzijnsvriendelijke producten en de EU-Barometer toont dat ze bereid zijn daarvoor meer te betalen. Maar dan moet de informatie wel transparant zijn. Campina heeft bijvoorbeeld het label On the Way to Planet Proof. Als consument denk je dan iets goeds te doen, terwijl de verbeteringen minimaal zijn.’

Hoe ziet jouw ideale toekomst eruit?

‘Er moet een nieuwe balans komen waarin respect voor mens, dier en milieu vooropstaat. De overheid moet daarin duidelijk de regie nemen, anders blijft het pappen en nathouden. Dat zie je nu gebeuren bij de stikstofmaatregelen, omdat de onderliggende problematiek niet wordt geadresseerd. Boeren moeten duidelijke langeretermijnrichtlijnen krijgen en niet steeds worden geconfronteerd met losse aanpassingen.

In mijn ideale toekomst exporteert de Nederlandse agrarische sector innovatieve concepten, technologieën en producten. Dat vraagt om multidisciplinair onderzoek en daarbij moet morele reflectie een belangrijke rol spelen. Als we nieuwe technologieën ontwikkelen, zoals precisielandbouw, moeten we ons niet weer alleen focussen op het verbeteren van het functioneren van dieren. Wetenschappers en dierenartsen hebben de plicht om belangen van mens, dier en omgeving te wegen en in perspectief te plaatsen. Ethiek is daarbij onmisbaar en verdient een prominentere plaats in het curriculum.’

Elsbeth Stassen (Breda, 1953)
1971 - 1977 Studie Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht (UU)
1977 - 1979 Praktiserend dierenarts
1979 - 1984 Promotie Diergeneeskunde (cum laude), UU
1984 - 2003 Hoofddocent Bedrijfsdiergeneeskunde Rund, UU
1996 - 2003 Bijzonder hoogleraar ‘Relatie Mens en Dier’, UU
2004 - 2019 Hoogleraar Dier en Samenleving bij de leerstoelgroep Adaptatiefysiologie, WUR

Elsbeth Stassen woont in Havelte, heeft een partner, twee zonen, vier geiten en een kat. Haar werk bij de Centrale Commissie Dierproeven zet ze na 21 november voort. Ook blijft ze als extern medewerker verbonden aan WUR.


Re:ageer