Organisatie - 20 juni 2019

Werken met een beperking - ‘Het is een kwestie van weten waar je grenzen liggen’

tekst:
Tessa Louwerens

Net als alle onderwijsinstellingen moet ook WUR banen creëren voor mensen met een beperking. Het gaat met vallen en opstaan; het quotum van 136 voor 2018 werd bij lange na niet gehaald. Maar succesverhalen zijn er wel.

tekst Tessa Louwerens  foto’s Aldo Allessie en Roger Cremers

Veertig jaar werkte Anja van Druten al bij een verzekeringsmaatschappij toen ze na een reorganisatie thuis kwam te zitten. Vanwege haar beperking was het heel moeilijk om weer aan werk te komen. ‘Niemand zat te springen om een 60-jarige die door reuma maximaal 16 uur per week kan werken.’ De Wet Banenafspraak bracht uiteindelijk uitkomst: Van Druten kreeg een zogeheten participatiebaan bij WUR (zie kader). ‘Ik doe klussen voor verschillende afdelingen, zoals dossiers digitaliseren of aanvullende informatie zoeken.’

Nieuwe aanpak

WUR is verplicht om banen te creëren voor mensen met een beperking. De instelling telt er op dit moment 31. Dat is veel minder dan het wettelijke quotum, dat in 2018 op 136 banen stond. Manager Human Resources Els Dieleman onderzoekt momenteel hoe het komt dat er nog zo weinig participatiebanen zijn. ‘Tot nu toe probeerden we de medewerkers te verspreiden over de verschillende kenniseenheden, maar dat is veel te fragmentarisch’, vertelt ze. ‘Wat ook niet meehielp was dat de onderzoeksinstituten de afgelopen jaren in financieel zwaar weer zaten.’

Volgens Dieleman moet de aanpak drastisch veranderen. Om tot een werkbaar voorstel te komen, zoekt ze naar goede voorbeelden van medewerkers met een beperking die succesvol werkzaam zijn binnen WUR. ‘Ik wil de ervaringen horen van de medewerkers en hun collega’s, om te leren hoe je als team zorgt dat het werkt.’

Maatwerk

Wopkje de Kroon, jobcoach bij de Social Sciences Group, helpt mensen met een beperking om een passende baan te vinden binnen WUR. Iedere plaatsing is volgens haar maatwerk. ‘Deze mensen hebben soms al jaren geen werk en zijn vaak ontzettend zenuwachtig voor een sollicitatiegesprek. Ik houd een kennismakingsgesprek waarbij we ons richten op de mogelijkheden en niet op de beperkingen. Vaak kan iemand het werk net zo goed doen als een ander, maar heeft hij of zij bijvoorbeeld een rustige werkplek nodig of kortere werkdagen. Dit idee van zoeken vanuit de persoon in plaats van vanuit de functie-eisen, moet nog een beetje groeien binnen WUR.’


Participatiebanen

Om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen, heeft de overheid in de Wet Banenafspraak (voorheen Participatiewet) vastgelegd dat er tussen 2013 in 2026 in totaal 125.000 zogeheten participatiebanen bij moeten komen, waarvan 25.000 in de (semi)overheidssector. Gemeentes of het UWV bepalen welke mensen in aanmerking komen voor zo’n baan. Zij worden opgenomen in het Doelgroepenregister. Omdat de doestelling voor 2026 in de overheidssector bij lange na niet lijkt te worden gehaald, is in 2018 de Quotumwet ingevoerd. Daarin staat dat werkgevers een bepaald percentage van hun banen moeten aanbieden als participatiebaan. Werkgever die hun quotum niet halen, betalen vanaf 2022 een boete van 5000 euro per niet-gerealiseerde baan per jaar.


‘Harde deadlines en telefoneren vind ik lastig’

DvB1-Aldo Allessie.jpg

Daan van Buuren, administratief medewerker Liaison Office, departement Maatschappijwetenschappen (24 uur per week)

‘Ik had een droom om rechter te worden, maar dat bleek niet haalbaar, mede vanwege mijn beperking. Op mijn 18de is bij mij de diagnose Asperger gesteld, tegenwoordig autistisch spectrum stoornis (ASS). Ik heb eerst Sociaal Juridische Dienstverlening gestudeerd en daarna ben ik aan hbo Rechten begonnen, maar dat heb ik uiteindelijk niet afgemaakt. Daarna heb ik een tijd vrijwilligerswerk gedaan.

Via een participatievacature ben ik ruim een jaar geleden bij WUR terechtgekomen. Collega’s weten dat ik een beperking heb, maar ik probeer het woord autisme te vermijden. Niet dat het geheim is, maar autisme is heel breed en betekent voor iedereen wat anders. Daarnaast lijkt het dan alsof je de verantwoordelijkheid bij een ander legt en verwacht dat die zich aanpast. Dat vind ik niet realistisch; ik moet zelf leren hoe ik ermee omga.

Ik probeer te kijken wat het effect van mijn autisme. Waar levert dat problemen op? En hoe kunnen mijn collega’s daar concreet bij helpen? Ik kan bijvoorbeeld niet veel tegelijkertijd doen en heb moeite met harde deadlines. Daarnaast vind ik telefoneren lastig, omdat ik niet precies weet wat mensen gaan vragen. Dus dat doe ik liever niet. Maar er zijn zo veel andere dingen die ik kan of kan leren. Daar richt ik mij op.

Bij het Liaison Office onderhouden we contracten, bijvoorbeeld met onderzoekfinanciers. Ik voer verschillende ondersteunende werkzaamheden uit. Zo zorg ik dat de dossiers kloppen en compleet zijn. Het juridische deel vind ik erg leuk: regeltjes uitzoeken en kijken wat het betekent en of het klopt. Het gaat erg goed, al merk ik wel dat collega’s het soms lastig vinden om werk aan mij over te dragen. Dat levert ook niet altijd meteen tijdswinst op, want tegen de tijd dat ze het mij uitgelegd hebben, kunnen ze het zelf al af hebben. Maar dat is een eenmalige investering.

Naast mijn werk bij het Liaison Office ben ik ook BHV’er en zit ik in het bestuur van YoungWUR. Er zijn zoveel leuke dingen die ik bij WUR kan doen en leren.’


‘Er zijn periodes dat ik niet slaap van de pijn’

Arie-Roger Cremers _DSF2694-HR.jpg

Arie Brouwer, administratief ondersteuner bij de leerstoelgroep Milieueconomie en Natuurlijke Hulpbronnen (ongeveer 15 uur per week)

‘Eind 2009 is bij mij de diagnose trigeminusneuralgie gesteld, ofwel chronische aangezichtspijn. Een zenuw in mijn hersenen is bekneld en dat geeft hevige pijn, bijvoorbeeld in mijn kaak. Het werd geleidelijk erger en vanaf 2011 ging werken eigenlijk niet meer. Drie jaar geleden heb ik een hersenoperatie ondergaan en daarna ging het wat beter. De pijn is niet weg, maar ik heb minder aanvallen. Ik durfde weer na te denken over een terugkeer naar de arbeidsmarkt. In 2018 startte ik bij WUR en daarmee was ik onverwachts terug in een wereld die ik 15 jaar geleden achter mij had gelaten. Tot 2004 werkte ik hier als interdisciplinair onderzoeker, met name op het gebied van lokale sociale zekerheid.

Mijn takenpakket is breed en afwisselend. Ik notuleer, schrijf voor de website, beheer de site en faciliteer het databeheer. Een deel daarvan loopt al soepel. Met een ander deel ben ik nog niet zo op stoom. Mijn collega’s weten dat ik beperkt ben; daar maak ik geen geheim van. Ze gaan daar flexibel mee om. Ik heb goede en slechte dagen. Er zijn periodes dat ik niet slaap van de pijn. In de loop van de ochtend gaat het dan vaak weer beter. Toen ik net de diagnose had gekregen, werkte ik nog wel eens 60 uur per week, maar daar betaalde ik een hoge prijs voor. Het is niet een kwestie van flinker worden, maar van weten waar je grenzen liggen en op tijd rust pakken. Dat heb ik geaccepteerd. Ik vind het vooral leuk om met andere mensen ergens aan te werken.

De Quotumwet, die werkgevers dwingt om participatiebanen te creëren, is een goede stok achter de deur, maar de mensen op de werkvloer moeten het ook willen. Ik denk dat WUR nog beter kan laten zien wat de mogelijkheden zijn en actiever op zoek kan gaan naar werkzaamheden die je uit kunt besteden. Dat moet je doen voordat het knelt, zodat mensen de initiële tijdsinvestering kunnen maken om iemand in te werken.’


‘Het is fijn dat het werk flexibel is’

RC20190606-Anja-van-Druten-02.jpg

Anja van Druten, medewerker Departement Maatschappijwetenschappen (16 uur per week)

‘Een nieuwe baan vinden was moeilijk, want niemand zat te springen om een zestigjarige die maar 16 uur per week kan werken. Ik heb namelijk sinds mijn 24ste dubbele reuma, zowel in mijn spieren als botten. Vanaf mijn 16de heb ik bij een levensverzekeringsmaatschappij gewerkt. Tijdens een reorganisatie ben ik er met een regeling uit gegaan. Daarna heb ik ruim drie jaar thuis gezeten en vrijwilligerswerk gedaan in een hospice. Sinds 2018 werk ik bij WUR. Ik doe klussen voor verschillende afdelingen, zoals dossiers digitaliseren of aanvullende informatie zoeken. Momenteel werk ik ook op het secretariaat omdat een secretaresse langdurig ziek is.

Het is fijn dat het werk flexibel is. Door mijn reuma heb ik continu pijn en daarnaast ben ik snel moe. Ik ervaar nu geen druk; in mijn vorige baan moest ik steeds klokken en werd er continu gemeten wat je output was. Voor mensen die dat niet redden, is dat een grote belasting. Mijn man werkt inmiddels ook parttime. Dat is fijn want nu zijn we om en om thuis voor de hond.

Het werk hier is leuk en afwisselend en ik vind het fijn om onder de mensen te zijn. We spreken ook eens in de zoveel tijd af met andere medewerkers die een participatiebaan hebben bij WUR, om ervaringen uit te wisselen. Wopkje de Kroon is mijn jobcoach. Zij verdeelt bijvoorbeeld de klussen over de verschillende medewerkers. Wopkje werkt ook hard om meer aandacht te vragen voor deze groep. Maar het is net zoals bij ieder groot bedrijf: als iets nieuw is en mensen nog niet goed weten wat ze kunnen verwachten, dan vinden ze het lastig om werk uit handen te geven. Ik probeer altijd uit te leggen dat ik ondanks mijn beperking mijn werk net zo goed doe. Ik werk alleen minder uren.’

Re:acties 2

  • Kim Ferguson

    Just a correction above, after going to the Aula today for a defense, there is a second chairlift that can handle 225kg and may be enough. This wasn't mentioned when I inquired over phone. For other examples at the WUR, there's the lack of sidewalk between the Campus Atlas busstop and buildings like Gaia, as well as certain accessible bathrooms being placed behind lab access-only doors. So I correct myself now with regards to the chair lift (a happy correction). Cheers.

  • Kim Ferguson

    I’m a PhD candidate, and am disabled as well as a chronically ill person. I am also an advocate for other disabled folks in science, whether it’s talking about my experiences on Twitter (#disabledinSTEM, a guest on the @chron_ac Twitter account, etc.) or giving workshops to other scientists about ableism in science (“validisme” in Dutch). Therefore, to see people like myself interviewed in the Resource, it is a huge step towards visibility. I want to commend Daan van Burren, Arie Brouwer, and Anja van Druten for coming forward and sharing their experiences with the Wageningen community – thank you.

    That being said, there is more to be done, here at Wageningen University, and in The Netherlands in general. Arie alluded to this in his interview with regards to the Quota Law that WUR could do better, and I wholeheartedly agree. Aside from the dismal numbers that are briefly mentioned in the article, there are other issues with regards to accessibility of the university and ableism with the WUR and science in general. Cultural, structural, and interactional ableism are at play throughout Dutch society (and the world in general, to varying degrees), and I believe that WUR needs to address them head on.

    I have plenty of examples, as do other disabled employees and students, and I encourage the university to seek out our voices and listen to our experiences.
    As one example, the Aula is not a wheelchair accessible facility. Yes, there is a chair lift to get to the second floor, I’ve been told with some concession. Except that it has a weight limit of 100kg, which anyone with a power wheelchair or of a larger size knows is not enough. There is no elevator. If anyone wishing to access the upper floor of our iconic lecture hall is unable to use the chair lift, whether due to weight restriction, physical limits, or dignity, they will be directed to watch from the televisions downstairs. How is this acceptable? Because it is certainly not accessible. And this is only the situation of a guest or family member, what will the university do when it’s an MSc student, PhD candidate, or Professor? This is but one example, and it’s important to note that accessibility and inclusion of disabled folks goes beyond considering wheelchair access.

    In 2016, the Netherlands ratified the Convention on the rights of persons with disabilities. In Dutch it is often referred to as the VN-Verdrag handicap, and requires active participation in its implementation (see https://www.mensenrechten.nl/en/node/918, in Dutch). The European Accessibility Act from the EU has begun its transition period; national governments have three years to integrate the act into national law. So there are more sticks coming to encourage the WUR to improve and support its disabled workers and students. With some effort and leadership, WUR could transform into an accessible and inclusive campus and workplace. To do so, it will need to include the disabled folks who study, work, and live here, otherwise it will be meaningless.


Re:ageer