Organisatie - 14 juni 2018

Welvaart zaaien: WUR-projecten helpen Ethiopische boeren vooruit

tekst:
Albert Sikkema
1

Meer inkomsten, alle kinderen naar school, nieuwe huizen. Ethiopische boeren plukken de vruchten van langlopende WUR-projecten, constateert Resource-verslaggever Albert Sikkema tijdens een reis door het Oost-Afrikaanse land. De sleutels tot het succes? Directheid en goed zaaizaad.

tekst en foto’s Albert Sikkema

Addis Abeba is booming. Overal in de 4 miljoen inwoners tellende metropool worden nieuwe hotels en flats gebouwd. De Ethiopische economie groeit al jaren met zo’n 10 procent per jaar, buitenlandse investeerders staan op de stoep. In de straat van mijn hotel rijden fourwheeldrives van buitenlandse consultants en ngo’s af en aan en lopen modern geklede Ethiopiërs ’s ochtends naar hun werk. Maar soms zie je ook opeens twee geiten in de straat. Zonder begeleiding lopen ze in hartje Addis Abeba rustig en beslist naar... Ja, waar naartoe? Ook in deze moderne metropool is traditioneel Ethiopië nooit ver weg.

Ethiopië is een van de vijftien partnerlanden waarmee Nederland een hulprelatie onderhoudt. Wageningen University & Research heeft de afgelopen vijftien jaar veel projecten opgezet in het land (zie kader). Zo werkt het Wageningen Centre for Development Innovation (CDI) al bijna tien jaar aan verbetering van de zaaizaadsector in het Integrated Seed Sector Development-programma (ISSD). En in het programma Cascape zoeken het CDI en Wageningen Environmental Research met boeren naar best practises om de voedselproductie te verbeteren. Ik ga enkele projecten bezoeken om te kijken of die programma’s de Ethiopische voedselproductie daadwerkelijk hebben verbeterd. Omdat er onlusten zijn geweest en de staat van beleg is afgekondigd, krijg ik van het WUR-kantoor in Addis Abeba een auto met chauffeur mee.

In de Kolbe Seed Producers Cooperative bij Bishoftu verbouwen boeren zaaizaad van kikkererwt, teff en linzen.
In de Kolbe Seed Producers Cooperative bij Bishoftu verbouwen boeren zaaizaad van kikkererwt, teff en linzen.

Kikkererwt en linzen

We verlaten Addis Abeba en rijden over een nieuwe snelweg naar Bishoftu. Hier slaan we af naar een hobbelige onverharde weg. Terwijl wij naar een boerencoöperatie rijden, moeten we honderden ezels ontwijken die voedsel en brandhout van het dorp naar de markt brengen. We gaan op bezoek bij Kolbe Seed Producers Cooperative, een van de deelnemers aan het ISSD-programma. De coöperatie bestaat uit zeventig boeren en elf boerinnen die samen 362 hectare land bewerken. Ze produceren voornamelijk zaad van kikkererwt, teff en linzen, plus een beetje tarwe. De coöperatie verzorgt de opslag van het zaad en verpakt en verkoopt deze. Ook delen de boeren een tractor die het land ploegt.

Vroeger was dit ondenkbaar geweest, legt voorlichter Aleka Argachew van het ISSD-programma uit. Toen kwam alle zaaizaad van een overheidsinstituut – en dat zaad was van matige kwaliteit. Met hulp van ISSD hebben de boeren nieuwe variëteiten uitgetest en geselecteerd, waardoor de productie flink is verhoogd. Bovendien hoeven ze het zaad niet langer aan de overheid terug te leveren, maar mogen ze het zelf verkopen aan andere boeren. Hierdoor hebben ze hun inkomsten ruim verdubbeld. Alle coöperatieleden sturen hun kinderen nu naar school, zegt Aleka Argachew. ‘De coöperatievoorzitter kon zelfs een huis bouwen in Bishoftu.’

Onderweg naar een boerencoöperatie moeten we honderden ezels ontwijken

Dat tot voor kort alle zaaizaad van de staat kwam, was een overblijfsel uit de communistische tijd (1974-1991). Als het zaad niet goed was of te laat werd geleverd, werd niemand daarop aangesproken, zegt Amsalu Ayana, manager van ISSD. ISSD organiseerde boerencoöperaties die zaad gingen beschouwen als business en inkomstenbron. De regionale overheid stribbelde tegen – die was bang de regie kwijt te raken – maar er zijn inmiddels 34 zaadcoöperaties in de provincie Oromia. De handel in zaad, direct seed marketing, is inmiddels in 200 van de 600 gemeenten in Oromia toegestaan.

WUR en Ethiopië
Wageningen University & Research heeft nauwe banden met Ethiopië. WUR-onderzoekers werken aan zo’n 80 projecten op het gebied van onder meer veehouderij, visteelt, irrigatie, de milieu-impact van migratie, voedselkwaliteit en versterking van voedselketens. De financiering is grotendeels afkomstig van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat een langdurige hulprelatie met Ethiopië onderhoudt. Jaarlijks werken er gemiddeld 65 Ethiopiërs in Wageningen aan hun promotieonderzoek. Het aantal Ethiopische masterstudenten aan WUR is gedaald van ruim 100 in het studiejaar 2012-2013 naar 12 in 2016-2017. Dat komt door een afname van het aantal beschikbare studiebeurzen.

Nieuw huis

We reizen door naar Hawassa, een provinciehoofdstad in het zuiden van Ethiopië. Onderweg verandert het landschap. De savanne wordt groener, met steeds meer bomen. In Hawassa werkt WUR met lokale boeren aan landbouwontwikkeling in het programma Cascape: Capacity building for scaling-up of evidence-based best practices in agricultural production in Ethiopia. Achter deze lange titel gaat een interessant ketenproject schuil op het gebied van bier.

Met het extra geld dat hij verdient aan brouwgerst heeft boer Mikonnen beter vee gekocht en een nieuw huis gebouwd.
Met het extra geld dat hij verdient aan brouwgerst heeft boer Mikonnen beter vee gekocht en een nieuw huis gebouwd.

We bezoeken een boerencoöperatie in het bergdorp Guguma, anderhalf uur over hobbelige bergpaden vanaf Hawassa. Hier, 2600 meter boven zeeniveau, zijn de boeren brouwgerst gaan telen voor een Ethiopische bierproducent, die 150 kilometer verderop een moutfabriek heeft. Ze begonnen in 2011 met 5 hectare en zitten nu op 72 hectare.

De drie boeren die ik spreek, hebben elk een hectare land waarop ze enset (valse banaan), mais, aardappel en groenten verbouwen. Ruim een halve hectare reserveren ze voor brouwgerst. Ze kenden deze cash crop niet voordat Cascape ’m suggereerde, maar weten inmiddels dat brouwgerst twee keer zoveel oplevert als gewone gerst. Met het extra geld heeft boer Mikonnen een nieuw huis gebouwd. Ook kan hij zijn kinderen nu naar een goede school sturen en heeft hij beter vee gekocht.

Deze boeren hebben dankzij WUR-project Cascape de cash crop brouwgerst ontdekt.
Deze boeren hebben dankzij WUR-project Cascape de cash crop brouwgerst ontdekt.

Het sterke van dit programma is dat het zowel de opbrengst verbeterde als de afzet van de gerst regelde, stelt Tewodros Tefera, clustermanager van Cascape in deze regio. Samen met het zaadproject ISSD selecteerde zijn team de twee beste variëteiten brouwgerst. Op proefvelden optimaliseerde Cascape het kunstmestgebruik en de landbewerking. Daardoor steeg de productie van 1,4 ton naar 3,7 ton per hectare. De boeren, die zijn verenigd in een coöperatie, leveren nu gerstzaad aan omringende boeren.

Heineken

Cascape verenigde ook die omringende boeren in een coöperatie en faciliteerde het contract tussen boeren en bierfabriek voor de levering van de gerst. Daarbij gaf de fabriek voorfinanciering aan de boeren, zodat ze kunstmest konden kopen. En tot slot regelde Cascape de vergunningen voor het produceren van zaaizaad en de bijbehorende controles bij het regionale landbouwbureau.

WUR probeert het brouwgerstproject nu op te schalen met behulp van het Agricultural Growth Programme (AGP). Dit is een programma van het landbouwministerie om de voedselproductie te verbeteren, met steun van de Wereldbank (700 miljoen dollar) en de Nederlandse ambassade. Doel is dat de regionale landbouwbureaus worden getraind om de succesprojecten van WUR ook in andere dorpen te organiseren.

Mogelijk gaat ook bierbrouwer Heineken profiteren van het brouwgerstproject. De multinational importeert nu het mout voor haar Ethiopische biermerken, maar wil lokaal geproduceerd mout gaan gebruiken. De brouwer heeft Cascape gevraagd hierover te adviseren. Als het slaagt, is dit goed nieuws voor de boeren en handelsbalans van Ethiopië.

Staatskapitalisme

Ethiopië is geen gemakkelijk land voor buitenlandse investeerders. De overheid probeert à la China een soort kapitalisme onder leiding van de staat in te voeren, maar er bestaan verschillende visies op de rol van de staat en de private sector. Dat geeft veel dubbelzinnigheid en verwarring, zegt Hussein Mohammed, programmaleider van ISSD in de zuidelijke regio. ISSD brengt alle partijen – overheid, staatszaadbedrijven, private zaadbedrijven, boerenbonden en zelfstandige boeren – bij elkaar, benoemt de problemen en is niet bang om die mensen de waarheid te vertellen, zegt hij. Dat verklaart mede het succes van het programma.

Hussein Mohammed is naast ISSD-coördinator ook associate professor Plant Breeding aan Hawassa University. Zijn collega Tewodros Tefera van het Cascape-programma werkt daar ook. WUR werkt structureel samen met vijf Ethiopische universiteiten en legt daarmee verbanden tussen wetenschappers en boeren. Zo werkt WUR in de noordelijke regio Amhara samen met de universiteit van Bahir Dar. Na een auto- en vliegreis ontmoet ik daar Yihenew Silassie, Cascape-manager en associate professor aan Bahir Dar University.

Cascape helpt boeren om hun eigen ziektevrije pootgoed te produceren.
Cascape helpt boeren om hun eigen ziektevrije pootgoed te produceren.

Bruinrot en fytoftora

Ik ga met Yihenew enkele aardappelprojecten bezoeken, waar boeren inmiddels hun eigen pootgoed produceren. Daar was landbouwkundig onderzoek voor nodig, want de Ethiopische aardappelteelt heeft last van twee ziekten: bruinrot en fytoftora. Cascape testte zes aardappelvariëteiten op opbrengst, kookkwaliteit en resistentie tegen deze ziekten. Daar rolde de Belete uit als beste aardappel. Zo’n 3000 boeren gebruiken die nu.

Het lastige is dat de pootaardappels zich traag vermeerderen, zegt Yihenew. Je hebt twee ton pootaardappels per hectare nodig om acht ton pootaardappels te produceren. Maar het zaadproject ISSD in deze regio biedt uitkomst. Daarvoor rijden we vanuit Bahir Dar langs het Tanameer, het hoogst gelegen meer van Afrika (1788 meter) en de bron van de Blauwe Nijl. Hoewel we op de breedtegraad van de Sahel zitten, heerst hier een mild klimaat. Onderweg zien we zelfs rijstvelden. We rijden over Chinese wegen; China heeft veel belangrijke verbindingen in Ethiopië van asfalt voorzien. Dat is goed voor de economie, maar het is geen cadeau. Ethiopië moet de aanleg wel terugbetalen, zeggen mijn medepassagiers.

Ter hoogte van Debre Tabor, op 2400 meter, bezoeken we een boerencoöperatie die de eerste pootgoedkas in Ethiopië heeft gebouwd. Dit jaar moet de kas 10.000 kilo ziektevrije pootaardappelen gaan leveren. Volgend jaar komt er nog een kas bij en wordt die hoeveelheid verdubbeld. De ruim 400 boeren in de coöperatie gaan de pootaardappelen op hun eigen land vermeerderen. Ze hebben hooguit 1 hectare grond en gebruiken gemiddeld twee derde daarvan voor de eigen voedselvoorziening. Een derde deel blijft dus over voor de cash crop pootaardappelen. Toch boeren ze niet slecht. Tijdens ons gesprek klinkt er geregeld een ringtone – ze hebben allemaal een mobieltje gekocht.

Er klinkt geregeld een ringtone; de boeren hebben allemaal een mobieltje gekocht

Nu nog produceren de boeren gemiddeld 8 ton knollen per hectare, maar proeven van ISSD met ziektevrij pootgoed wijzen uit dat een productie van 37 ton per hectare haalbaar is, zegt wetenschappelijk coördinator Dereje Ayalew. Daarom zal ook deze innovatie van ISSD nu verder worden verspreid over de boerengemeenschappen. Het Wageningse project kreeg onlangs 45.000 euro van de Nederlandse overheid om dit te realiseren.

Change agent

De Wageningse programma’s ISSD en Cascape leiden daadwerkelijk tot een hogere productie en beter inkomen voor de Ethiopische boeren, blijkt uit evaluaties door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘We zagen onder meer dat ISSD de boeren toegang gaf tot goed zaadmateriaal, waardoor hun voedselzekerheid verbeterde’, zegt Jan Willem Nibbering, verantwoordelijk voor voedselzekerheid bij de Nederlandse ambassade in Addis Abeba.

Rozenkwekers Kader.JPG

Bovendien leiden de programma’s volgens Nibbering tot een systeemverandering, waardoor boeren beter toegang krijgen tot zaaizaad en afzetmarkt. In de woorden van voorzitter Melaku Admassu van de Ethiopian Seed Association: ‘Door de problemen in de Ethiopische zaaizaadsector te bespreken, werd ISSD de change agent in de landbouw.’

Nederlandse rozenkwekers
Nederland is de derde investeerder in Ethiopië, na China en Turkije. Vooral Nederlandse tuinbouwers hebben het land weten te vinden. Een van hen is de Wagenings alumnus Wim Ammerlaan, die samen met zijn vader en broer de 38 hectare grote rozenkwekerij AQ Roses runt. De circa 1100 Ethiopische medewerkers van het bedrijf plukken en verpakken wekelijks zo’n 2 miljoen rozen voor de wereldmarkt. Vanuit Nederland klinkt er soms kritiek op de lage lonen. De kasmedewerkers verdienen ruim 40 euro per maand – gangbaar voor laaggeschoold werk in Ethiopië, maar niet genoeg om een gezin van te onderhouden. Bedrijfsleider Ron van der Hoorn van AQ Roses wijst erop dat de medewerkers ook gratis avondonderwijs en gezondheidszorg krijgen en benadrukt dat AQ Roses werkgelegenheid schept. Dat is geen luxe in een land met 100 miljoen inwoners, waarvan 70 procent jonger dan 20 jaar. Alle Nederlandse tuinders samen creëren in Ethiopië 15.000 banen. Bedrijven als AQ Roses leiden niet direct tot de ontwikkeling van de Ethiopische tuinbouwsector, oordeelt Dawit Alemu, manager van vier WUR-projecten in Ethiopië. Het zijn eilanden van grootschalige efficiëntie in een zee van kleinschalige kwekerijen. Maar er zijn wel indirecte effecten. Sommige Ethiopische medewerkers hebben het management afgekeken en zijn voor zichzelf begonnen.

Re:acties 1

  • Nynke

    Inspirerend stuk! Geeft een goed beeld van waar subsidiegeld voor dient.

    Reageer

Re:ageer